01994L0062 — NL — 04.07.2018 — 007.004
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
RICHTLIJN 94/62/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EG) Nr. 1882/2003 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 september 2003 |
L 284 |
1 |
31.10.2003 |
|
|
RICHTLIJN 2004/12/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 februari 2004 |
L 47 |
26 |
18.2.2004 |
|
|
RICHTLIJN 2005/20/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 9 maart 2005 |
L 70 |
17 |
16.3.2005 |
|
|
VERORDENING (EG) Nr. 219/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 maart 2009 |
L 87 |
109 |
31.3.2009 |
|
|
L 37 |
10 |
8.2.2013 |
||
|
RICHTLIJN (EU) 2015/720 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2015 |
L 115 |
11 |
6.5.2015 |
|
|
RICHTLIJN (EU) 2018/852 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2018 |
L 150 |
141 |
14.6.2018 |
|
Gerectificeerd bij:
RICHTLIJN 94/62/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 december 1994
betreffende verpakking en verpakkingsafval
Artikel 1
Doelstellingen
Artikel 2
Werkingssfeer
Artikel 3
Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
„verpakking”: alle produkten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte produkten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument. Ook wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt, worden als verpakkingsmateriaal beschouwd.
Verpakking omvat uitsluitend:
verkoop- of primaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt een verkoopeenheid vormt;
verzamel- of secundaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt bij te vullen; deze verpakking kan van het produkt worden verwijderd zonder dat dit de kenmerken ervan beïnvloedt;
verzend- of tertiaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat het verladen en het vervoer van een aantal verkoopeenheden of verzamelverpakkingen wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of transport te voorkomen. Weg-, spoor-, scheeps- of vliegtuigcontainers worden niet als verzendverpakking beschouwd.
De definitie van „verpakking” is verder gebaseerd op de onderstaande criteria. De artikelen in bijlage I zijn voorbeelden ter illustratie van de toepassing van deze criteria:
Artikelen worden als verpakking beschouwd indien zij aan de bovenstaande definitie voldoen, ongeacht andere functies die de verpakking ook kan vervullen, tenzij het artikel integraal deel uitmaakt van een product en het nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren en alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden.
Artikelen die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, worden als verpakking beschouwd, mits zij een verpakkingsfunctie hebben.
De componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn. De bijbehorende elementen die aan een product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, worden als verpakking beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.
▼M7 —————
„plastic”: een polymeer in de zin van artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) waaraan additieven of andere stoffen kunnen zijn toegevoegd, en dat kan fungeren als structureel hoofdbestanddeel van draagtassen;
„plastic draagtassen”: van plastic gemaakte draagtassen, met of zonder handgreep, die aan consumenten wordt verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten;
„lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron;
„zeer lichte plastic draagtassen”: plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron die om hygiënische redenen zijn vereist of als primaire verpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen;
„onder invloed van zuurstof afbreekbare plastic draagtassen”: plastic draagtassen van kunststoffen die additieven bevatten welke als katalysator werken voor het uiteenvallen van de kunststof in microscopisch kleine deeltjes;
„verpakkingsafval”: alle verpakking of verpakkingsmateriaal waarop de definitie van afvalstof in artikel 3 van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing is, met uitzondering van productiereststoffen;
„herbruikbare verpakking”: verpakking die is bestemd, is ontworpen en in de handel is gebracht om binnen haar levensduur verscheidene omlopen te maken door opnieuw te worden gevuld of gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij is ontworpen;
„samengestelde verpakking”: verpakking die is gemaakt van twee of meer lagen van verschillende materialen die niet met de hand kunnen worden gescheiden en één geheel, bestaande uit een binnenste recipiënt en een buitenlaag, vormen dat als dusdanig wordt gevuld, opgeslagen, vervoerd en geleegd;
de in artikel 3 van Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde definities van „afvalstof”, „afvalstoffenbeheer” of „afvalbeheer”, „inzameling”, „gescheiden inzameling”, „preventie”, „hergebruik”, „verwerking”, „nuttige toepassing”, „recycling”, „verwijdering” en „regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid” zijn van toepassing;
▼M7 —————
„ondernemingen”, met betrekking tot verpakking: leveranciers van verpakkingsmaterialen en fabrikanten en verwerkers, vullers en gebruikers, importeurs, handelaren en distributeurs van verpakking, overheden en publiekrechtelijke organisaties;
„vrijwillige overeenkomst”: officiële overeenkomst welke wordt gesloten tussen de ter zake bevoegde overheidsinstantie van de Lid-Staat en de betrokken bedrijfstakken en open dient te staan voor alle partners die aan de voorwaarden van de overeenkomst wensen te voldoen teneinde de doelstellingen van onderhavige richtlijn na te streven.
Artikel 4
Preventie
Dergelijke andere preventieve maatregelen kunnen bestaan uit nationale programma’s, stimulansen via regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om de effecten van verpakking op het milieu te beperken, en soortgelijke maatregelen die, zo nodig in overleg met ondernemingen en consumenten- en milieuorganisaties, worden genomen en opgezet om de vele initiatieven op het gebied van preventie in de lidstaten te bundelen en te benutten.
De lidstaten maken gebruik van economische instrumenten en andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalstoffenhiërarchie, zoals die welke zijn vermeld in bijlage IV bis bij Richtlijn 2008/98/EG of andere passende instrumenten en maatregelen.
Bij deze maatregelen kan het zowel gaan om nationale reductiestreefcijfers, het handhaven of invoeren van economische instrumenten als handelsbeperkingen in afwijking van artikel 18 van deze richtlijn, op voorwaarde dat die beperkingen evenredig en niet-discriminerend zijn.
Die maatregelen kunnen verschillend zijn afhankelijk van het effect op het milieu van de terugwinning of verwijdering van lichte plastic draagtassen, en de composteringskenmerken, de duurzaamheid of het specifieke beoogde gebruik ervan.
Tot de door de lidstaten te nemen maatregelen behoort een van de volgende maatregelen, of allebei:
de vaststelling van maatregelen om ervoor te zorgen dat het jaarlijkse verbruik uiterlijk op 31 december 2019 ten hoogste 90, en uiterlijk op 31 december 2025 ten hoogste l 40, lichte plastic draagtassen per persoon bedraagt; of soortgelijke streefcijfers uitgedrukt in gewicht. Zeer lichte plastic draagtassen kunnen worden uitgesloten van de nationale verbruiksdoelstellingen;
de vaststelling van instrumenten om ervoor te zorgen dat er uiterlijk op 31 december 2018 geen gratis lichte plastic draagtassen meer worden verstrekt op de plaats van verkoop van goederen of producten, tenzij er even doeltreffende instrumenten worden toegepast. Zeer lichte plastic draagtassen kunnen van die maatregelen worden uitgesloten.
Vanaf 27 mei 2018 brengen de lidstaten verslag uit over het jaarlijkse verbruik van lichte plastic draagtassen wanneer zij aan de Commissie gegevens met betrekking tot verpakking en verpakkingsafval verstrekken overeenkomstig artikel 12.
Uiterlijk op 27 mei 2016 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot vaststelling van de methode voor de berekening van het jaarlijkse verbruik van lichte plastic draagtassen per persoon en tot aanpassing van de overeenkomstig artikel 12, lid 3, vastgestelde verslagleggingsmodellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vastgesteld.
▼M7 —————
Artikel 5
Hergebruik
In overeenstemming met de in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde afvalhiërarchie nemen de lidstaten maatregelen om de toename van het aandeel herbruikbare verpakkingen dat in de handel wordt gebracht en systemen om verpakkingen op milieuvriendelijke wijze te hergebruiken, overeenkomstig het Verdrag aan te moedigen, zonder de voedselhygiëne of de veiligheid van consumenten in gevaar te brengen. Die maatregelen kunnen onder meer het volgende omvatten:
het gebruik van statiegeldregelingen;
de vaststelling van kwalitatieve of kwantitatieve doelstellingen;
het gebruik van economische prikkels;
de vaststelling van een minimumpercentage herbruikbare verpakking dat elk jaar per verpakkingsstroom in de handel wordt gebracht.
Het aangepaste niveau wordt berekend door:
het aandeel van de herbruikbare verkoopverpakkingen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid in de totale hoeveelheid in de handel gebrachte verpakkingen af te trekken van de in artikel 6, lid 1, onder f) en h), bedoelde doelstellingen, en
het aandeel van de herbruikbare verkoopverpakkingen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid die van het desbetreffende verpakkingsmateriaal zijn gemaakt in de totale hoeveelheid in de handel gebrachte verpakkingen die van dat materiaal zijn gemaakt af te trekken van de in artikel 6, lid 1, onder g) en i), bedoelde doelstellingen.
Voor de berekening van het desbetreffende aangepaste niveau van de doelstellingen mogen niet meer dan vijf procentpunten van dat aandeel in aanmerking worden genomen.
Artikel 6
Terugwinning en recycling
Teneinde aan de doelstellingen van deze richtlijn te voldoen, nemen de lidstaten maatregelen zodat voor hun hele grondgebied de volgende doelstellingen kunnen worden bereikt:
uiterlijk op 30 juni 2001 wordt ten minste 50 en ten hoogste 65 gewichtsprocent van het verpakkingsafval teruggewonnen of verbrand in afvalverbrandingsinstallaties met terugwinning van energie;
uiterlijk op 31 december 2008 wordt ten minste 60 gewichtsprocent van het verpakkingsafval teruggewonnen of verbrand in afvalverbrandingsinstallaties met terugwinning van energie;
uiterlijk op 30 juni 2001 wordt ten minste 25 en ten hoogste 45 gewichtsprocent van het totale aandeel van verpakkingsmaterialen in verpakkingsafval gerecycleerd, met een minimum van 15 gewichtsprocent voor elk verpakkingsmateriaal;
uiterlijk op 31 december 2008 wordt ten minste 55 en ten hoogste 80 gewichtsprocent van het verpakkingsafval gerecycleerd;
uiterlijk op 31 december 2008 worden de volgende minimumdoelstellingen voor recycling van in verpakkingsafval aanwezige materialen bereikt:
60 gewichtsprocent voor glas;
60 gewichtsprocent voor papier en karton;
50 gewichtsprocent voor metalen;
22,5 gewichtsprocent voor kunststoffen, waarbij uitsluitend materiaal wordt meegeteld dat tot kunststoffen wordt gerecycleerd;
15 gewichtsprocent voor hout;
uiterlijk 31 december 2025 wordt ten minste 65 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval gerecycleerd;
uiterlijk 31 december 2025 worden de volgende minimumdoelstellingen voor recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:
50 gewichtsprocent van het kunststof;
25 gewichtsprocent van het hout;
70 gewichtsprocent van de ferrometalen;
50 gewichtsprocent van het aluminium;
70 gewichtsprocent van het glas;
75 gewichtsprocent van het papier en karton;
uiterlijk 31 december 2030 wordt ten minste 70 gewichtsprocent van alle verpakkingsafval gerecycleerd;
uiterlijk 31 december 2030 worden de volgende minimumdoelstellingen voor recycling verwezenlijkt voor de volgende specifieke in verpakkingsafval aanwezige materialen:
55 gewichtsprocent van het kunststof;
30 gewichtsprocent van het hout;
80 gewichtsprocent van de ferrometalen;
60 gewichtsprocent van het aluminium;
75 gewichtsprocent van het glas;
85 gewichtsprocent van het papier en karton.
Onverminderd lid 1, punten f) en h), mag een lidstaat de termijnen voor de verwezenlijking van de in lid 1, onder g), i) tot en met vi), en onder i), i) tot en met vi), bedoelde doelstellingen onder de volgende voorwaarden met maximaal vijf jaar verlengen:
de afwijking is beperkt tot maximaal 15 procentpunten van één doelstelling of wordt verdeeld over twee doelstellingen;
het recyclingpercentage voor één doelstelling wordt als gevolg van de afwijking niet verlaagd tot minder dan 30 %;
het recyclingpercentage voor één doelstelling als bedoeld in lid 1, onder g), v) en vi), en lid 1, onder i), v) en vi), wordt als gevolg van de afwijking niet verlaagd tot minder dan 60 %, en
de lidstaat stelt de Commissie uiterlijk 24 maanden vóór het verstrijken van de in lid 1, onder g) of i), van dit artikel vastgestelde respectieve termijn in kennis van zijn voornemen om de respectieve termijn te verlengen, en dient een uitvoeringsplan in overeenkomstig bijlage IV bij deze richtlijn. De lidstaat mag dit plan combineren met een op grond van artikel 11, lid 3, onder b), van Richtlijn 2008/98/EG ingediend plan.
▼M7 —————
De lidstaten bevorderen, waar passend, dat bij de productie van verpakkingen en andere producten materialen verkregen uit gerecycleerd verpakkingsafval worden gebruikt door:
verbetering van de marktvoorwaarden voor die materialen;
bestaande voorschriften die het gebruik van die materialen verbieden, te herzien.
▼M7 —————
Griekenland, Ierland en Portugal kunnen in verband met hun specifieke situatie — te weten het grote aantal kleine eilanden, respectievelijk de aanwezigheid van plattelands- en berggebieden en het huidige lage consumptieniveau van verpakkingen — besluiten om:
uiterlijk op 30 juni 2010 doelstellingen te bereiken die lager liggen dan die welke zijn vastgesteld in lid 1, onder a) en c), maar zij moeten ten minste 25 % bereiken voor terugwinning of verbranding in afvalverbrandingsinstallaties met terugwinning van energie;
tegelijkertijd het bereiken van de doelstellingen van lid 1, onder a) en c), uit te stellen tot een latere datum, die evenwel niet na 31 december 2005 mag liggen;
het bereiken van de doelstellingen van lid 1, onder b), d) en e), uit te stellen tot een datum naar eigen keuze, die echter niet na 31 december 2011 mag liggen.
▼M7 —————
Artikel 6 bis
Berekeningsregels voor de verwezenlijking van de mate waarin de doelstellingen zijn behaald
Om te berekenen of de in artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde doelstellingen zijn verwezenlijkt:
berekenen de lidstaten het gewicht van het geproduceerde en gerecycleerde verpakkingsafval in een bepaald kalenderjaar. Het verpakkingsafval dat in een lidstaat wordt geproduceerd, kan worden geacht gelijk te zijn aan de hoeveelheid verpakking die in hetzelfde jaar in die lidstaat in de handel wordt gebracht;
wordt het gewicht van gerecycleerd verpakkingsafval berekend als het gewicht van verpakkingen die afval zijn geworden dat, na alle nodige controle-, sorteer- of andere voorbereidende behandelingen te hebben ondergaan om afvalstoffen te verwijderen waarop de verdere herverwerking niet gericht is en om recycling van hoge kwaliteit te waarborgen, wordt ingebracht in het recyclingproces waarbij afvalmaterialen daadwerkelijk worden herverwerkt tot producten, materialen of stoffen.
In afwijking van de eerste alinea mag het gewicht van het gerecycleerde verpakkingsafval aan de output van een sorteerproces worden gemeten, op voorwaarde dat:
deze outputafvalstoffen daarna worden gerecycleerd;
het gewicht van materialen of stoffen die worden verwijderd bij verdere processen voorafgaand aan het recyclingproces en daarna niet worden gerecycleerd, niet wordt opgenomen in het gewicht van het afval dat in het verslag als gerecycleerd wordt aangegeven.
Artikel 6 ter
Verslag vroegtijdige waarschuwing
De in lid 1 bedoelde verslagen omvatten het volgende:
een raming van de mate waarin de doelstellingen door elke lidstaat zijn behaald;
een lijst van lidstaten die het risico lopen de doelstellingen niet binnen de respectieve termijnen te behalen, vergezeld van passende aanbevelingen aan de lidstaten in kwestie;
voorbeelden van best practices die in de hele Unie worden toegepast en die kunnen dienen als leidraad om vooruitgang te boeken met het behalen van de doelstellingen.
Artikel 7
Retour- en inzamelsystemen en systemen voor nuttige toepassing
Teneinde aan de in deze richtlijn vastgelegde doelstellingen te voldoen, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om te zorgen voor systemen die het volgende bewerkstelligen:
de terugname en/of inzameling van gebruikte verpakkingen en/of verpakkingsafval van de consumenten of andere eindgebruikers of uit de afvalstroom, teneinde ze naar de meest geschikte afvalbeheeralternatieven toe te leiden;
het hergebruik of de nuttige toepassing, met inbegrip van recycling, van ingezamelde verpakkingen en ingezameld verpakkingsafval.
Deze systemen staan open voor deelneming van de ondernemingen van de betrokken sectoren en voor de deelneming van de bevoegde overheidsinstanties. Zij gelden ook voor ingevoerde producten onder niet-discriminerende voorwaarden, waaronder de regels en eventuele tarieven voor toegang tot de systemen, en worden zo opgezet dat handelsbelemmeringen of vervalsing van de mededinging overeenkomstig het Verdrag voorkomen worden.
Artikel 8
Systeem van merktekens en identificatie
Artikel 8 bis
Specifieke maatregelen voor biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen
Uiterlijk op 27 mei 2017 stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast tot vaststelling van de specificaties van etiketten of merktekens om ervoor te zorgen dat biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen in de hele Unie worden erkend en om de consumenten correcte informatie te verstrekken over de composteringskenmerken van dergelijke draagtassen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure vastgesteld.
Uiterlijk 18 maanden na de vaststelling van die uitvoeringshandeling, zorgen de lidstaten ervoor dat biologisch afbreekbare en composteerbare plastic draagtassen worden geëtiketteerd overeenkomstig de daarin vervatte specificaties.
Artikel 9
Essentiële eisen
Op de in artikel 22, lid 1, genoemde datum veronderstellen de Lid-Staten dat aan alle essentiële eisen van deze richtlijn, met inbegrip van die van bijlage II, is voldaan, wanneer een verpakking in overeenstemming is met:
de desbetreffende geharmoniseerde normen, waarvan de referentienummers in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen zijn bekendgemaakt. De Lid-Staten publiceren de referentienummers van de nationale normen waarin deze geharmoniseerde normen zijn omgezet;
de desbetreffende nationale normen als bedoeld in lid 3, voor zover er op de gebieden waarop dergelijke normen betrekking hebben, geen geharmoniseerde normen bestaan.
De Lid-Staten publiceren de referentienummers van deze normen. De Commissie zorgt ervoor dat zij in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt.
In het licht van het advies van het Comité deelt de Commissie de Lid-Staten mede of het al dan niet noodzakelijk is de normen die zijn bekendgemaakt met in de leden 2 en 3 bedoelde publikaties, te herroepen.
Artikel 10
Normalisatie
De Commissie bevordert waar nodig de ontwikkeling van Europese normen ten aanzien van de in bijlage II bedoelde essentiële eisen.
De Commissie bevordert in het bijzonder de ontwikkeling van Europese normen met betrekking tot:
Artikel 11
Concentraties van zware metalen in verpakking
De Lid-Staten zorgen ervoor dat de totale concentraties van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakking en verpakkingscomponenten niet meer bedraagt dan:
Artikel 12
Informatiesystemen en verslaglegging
▼M7 —————
Zij rapporteren de gegevens via elektronische weg binnen 18 maanden na afloop van het verslagjaar waarvoor de gegevens zijn verzameld. De gegevens worden gerapporteerd in het formaat dat door de Commissie overeenkomstig lid 3 quinquies van dit artikel is vastgesteld op basis van bijlage III.
De eerste verslagperiode, over de in artikel 6, lid 1, onder f) tot en met i), vastgestelde doelstellingen en met gegevens over herbruikbare verpakkingen, vangt aan in het eerste volledige kalenderjaar na de vaststelling van de uitvoeringshandeling waarin het formaat voor de verslaglegging is vastgesteld overeenkomstig lid 3 quinquies van dit artikel, en omvat de gegevens voor die verslagperiode.
▼M7 —————
Artikel 13
Voorlichting aan gebruikers van verpakkingen
De Lid-Staten nemen uiterlijk twee jaar na de in artikel 22, lid 1, genoemde datum maatregelen opdat de gebruikers van verpakkingen, onder wie met name consumenten, de benodigde gegevens ontvangen over:
De lidstaten bevorderen ook consumentenvoorlichting en bewustmakingscampagnes.
Artikel 14
Afvalbeheerplannen
Ter verwezenlijking van de in deze richtlijn genoemde doelstellingen en maatregelen nemen de Lid-Staten in de in artikel 7 van Richtlijn 75/442/EEG bedoelde afvalbeheerplannen een speciaal hoofdstuk op over het beheer van verpakkingen en verpakkingsafval met inbegrip van de krachtens de artikelen 4 en 5 getroffen maatregelen.
Artikel 15
Economische instrumenten
De Raad stelt op basis van de betreffende bepalingen van het Verdrag economische instrumenten vast om de verwezenlijking van de doelstellingen van deze richtlijn te bevorderen. Bij ontstentenis van dergelijke maatregelen, kunnen de Lid-Staten, overeenkomstig de beginselen van het communautaire milieubeleid, zoals het beginsel „de vervuiler betaalt”, en met inachtneming van hun Verdragsverplichtingen, maatregelen ter bereiking van deze doelstellingen nemen.
Artikel 16
Kennisgeving
▼M7 —————
Artikel 18
Vrij in de handel brengen
De Lid-Staten mogen het in de handel brengen op hun grondgebied van verpakkingen die aan het bepaalde in deze richtlijn voldoen, niet beletten.
Artikel 19
Aanpassing aan wetenschappelijke en technische ontwikkelingen
Artikel 20
Specifieke maatregelen
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 bis de nodige gedelegeerde handelingen vast te stellen in aanvulling op deze richtlijn om eventuele problemen bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op te vangen, met name voor verpakkingsmateriaal dat inert is en in zeer kleine hoeveelheden (d.w.z. ongeveer 0,1 gewichtsprocent) in de handel binnen de Unie is gebracht, de primaire verpakking van medische hulpmiddelen en farmaceutische producten, kleine verpakking en luxeverpakking.
Artikel 20 bis
Verslag inzakelichte plastic draagtassen
Artikel 21
Comitéprocedure
Indien het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 21 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 22
Omzetting in nationaal recht
Die overeenkomsten voldoen aan de volgende voorschriften:
de overeenkomsten zijn afdwingbaar;
de overeenkomsten bevatten doelstellingen en termijnen om die te bereiken;
de overeenkomsten worden bekendgemaakt in het staatsblad of een voor het publiek even toegankelijk officieel document en worden aan de Commissie toegezonden;
de met een overeenkomst bereikte resultaten worden onder de in die overeenkomst opgenomen voorwaarden geregeld gecontroleerd, aan de bevoegde instanties en de Commissie gemeld en ter beschikking van het publiek gesteld;
de bevoegde instanties dragen er zorg voor dat nagegaan wordt in hoeverre met de overeenkomsten vooruitgang geboekt wordt;
ingeval een overeenkomst niet wordt nagekomen, voeren de lidstaten de betrokken bepalingen van deze richtlijn door middel van wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen uit.
Artikel 23
Richtlijn 85/339/EEG wordt hierbij ingetrokken vanaf de in artikel 22, lid 1, genoemde datum.
Artikel 24
Deze richtlijn treed in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 25
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
BIJLAGE I
VOORBEELDEN TER ILLUSTRATIE VAN DE IN ARTIKEL 3, LID 1, BEDOELDE CRITERIA
Voorbeelden ter illustratie van criterium i)
Verpakking
Geen verpakking
Voorbeelden ter illustratie van criterium ii)
Verpakking, indien ontworpen en bedoeld om op het verkooppunt te worden gevuld
Geen verpakking
Voorbeelden ter illustratie van criterium iii)
Verpakking
Labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn
Deel van de verpakking
Geen verpakking
Radiofrequentie-identificatielabels (RFID)
BIJLAGE II
ESSENTIËLE EISEN BETREFFENDE DE SAMENSTELLING, HET HERGEBRUIK EN DE TERUGWINNING, MET INBEGRIP VAN DE RECYCLING, VAN VERPAKKING
1. Eisen betreffende de vervaardiging en de samenstelling van verpakking
2. Eisen betreffende het hergebruik van verpakking
Aan de volgende eisen moet gelijktijdig worden voldaan:
3. Eisen betreffende de terugwinning van verpakking
a) Terugwinning in de vorm van recycling van materialen
Verpakking moet zodanig worden vervaardigd dat een bepaald gewichtspercentage van de gebruikte materialen opnieuw kan worden toegevoegd aan het produktieproces van verhandelbare produkten, met inachtneming van de in de Europese Gemeenschap geldende regels. Dit percentage kan variëren naar gelang het soort materiaal waaruit de verpakking bestaat.
b) Terugwinning in de vorm van energieterugwinning
Verpakkingsafval dat wordt verwerkt met het oog op energieterugwinning dient met het oog op een optimale terugwinning op zijn minst een zekere calorische onderwaarde te hebben.
c) Nuttige toepassing van verpakking in de vorm van compostering
Verpakkingsafval dat wordt verwerkt met het oog op compostering moet zodanig biologisch afbreekbaar zijn dat het de gescheiden inzameling en het composteringsproces of de composteringsactiviteit waarin het wordt ingebracht niet hindert.
d) Biologisch afbreekbare verpakking
Biologisch afbreekbaar verpakkingsafval moet zodanig fysisch, chemisch, thermisch of biologisch afbreekbaar zijn dat het grootste deel van de resulterende compost uiteindelijk uiteenvalt in kooldioxide, biomassa en water. Onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststofverpakking wordt niet als biologisch afbreekbaar beschouwd.
BIJLAGE III
GEGEVENS DIE DE LID-STATEN MOETEN OPNEMEN IN HUN DATABASE „VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL”
(VOLGENS ONDERSTAANDE TABELLEN 1 TOT EN MET 4)
|
1. |
Voor wat betreft zowel primaire als secundaire en tertiaire verpakkingen:
a)
de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die op het nationale grondgebied is verbruikt (produktie + invoer - uitvoer), per categorie verpakkingsmateriaal (tabel 1);
b)
de hergebruikte hoeveelheden (tabel 2). |
|
2. |
Voor wat betreft zowel huishoudelijk als niet-huishoudelijk verpakkingsafval:
a)
de hoeveelheid die op het nationale grondgebied is teruggewonnen en verwijderd (produktie + invoer - uitvoer), per categorie verpakkingsmateriaal (tabel 3);
b)
de gerecycleerde en de teruggewonnen hoeveelheden per categorie verpakkingsmateriaal (tabel 4). |
TABEL 1
De hoeveelheid (primair, secundair en tertiair) verpakkingsmateriaal die op het nationale grondgebied is verbruikt (uitgedrukt in ton)
TABEL 2
De hoeveelheid (primair, secundair en tertiair) verpakkingsmateriaal die op het nationale grondgebied is hergebruikt
TABEL 3
De hoeveelheid verpakkingsafval die op het nationale grondgebied is teruggewonnen en verwijderd
TABEL 4
De hoeveelheid verpakkingsafval die op het nationale grondgebied is gerecycleerd of teruggewonnen
BIJLAGE IV
KRACHTENS ARTIKEL 6, LID 1 BIS, ONDER d), IN TE DIENEN UITVOERINGSPLAN
Het krachtens artikel 6, lid 1 bis, onder d), in te dienen uitvoeringsplan bevat het volgende:
beoordeling van de percentages gerecycleerd, gestort of anderszins verwerkt verpakkingsafval en de stromen waaruit dat bestaat in het verleden, het heden en de toekomst;
beoordeling van de uitvoering van afvalbeheersplannen en afvalpreventieprogramma’s die zijn opgezet krachtens de artikelen 28 en 29 van Richtlijn 2008/98/EG;
de redenen waarom de lidstaat van mening is dat hij wellicht niet in staat zal zijn de in artikel 6, lid 1, onder g) en i), vastgelegde doelstelling te behalen binnen de in dat artikel vastgestelde termijn, en een beoordeling van de extra tijd die nodig is om deze doelstelling te halen;
maatregelen die noodzakelijk zijn voor het halen van de in artikel 6, lid 1, onder g) en i), van deze richtlijn vastgestelde doelstellingen die van toepassing zijn op de lidstaat gedurende de extra tijd, met inbegrip van passende economische instrumenten en andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalhiërarchie als bedoeld in artikel 4, lid 1, en bijlage IV bis van Richtlijn 2008/98/EG;
een tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in punt 4 bedoelde maatregelen, het orgaan dat bevoegd is voor de tenuitvoerlegging ervan, en een beoordeling van de afzonderlijke bijdrage ervan aan de verwezenlijking van de doelstellingen die van toepassing zijn in geval van een verlenging van de termijn;
informatie over financiering van afvalbeheer in overeenstemming met het beginsel „de vervuiler betaalt”;
maatregelen om in voorkomend geval de kwaliteit van gegevens te verbeteren met het oog op betere prestaties bij de planning en monitoring van afvalbeheer.
( 1 ) PB nr. L 377 van 31.12.1991, blz. 20.
( 2 ) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
( 3 ) Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).
( 4 ) PB L 50 van 20.2.1997, blz. 28.
( 5 ) PB nr. L 326 van 29.12.1969, blz. 36.
( 6 ) Beschikking 2005/270/EG van de Commissie van 22 maart 2005 tot vaststelling van de tabellen voor het databanksysteem overeenkomstig Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 86 van 5.4.2005, blz. 6).
( 7 ) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
( 8 ) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.