02014R0909 — NL — 17.01.2025 — 005.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) Nr. 909/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2016/1033 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 juni 2016 |
L 175 |
1 |
30.6.2016 |
|
|
VERORDENING (EU) 2022/858 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2022 |
L 151 |
1 |
2.6.2022 |
|
|
VERORDENING (EU) 2022/2554 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 december 2022 |
L 333 |
1 |
27.12.2022 |
|
|
VERORDENING (EU) 2023/2845 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 december 2023 |
L 2845 |
1 |
27.12.2023 |
|
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) Nr. 909/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 23 juli 2014
betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012
(Voor de EER relevante tekst)
TITEL I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„centrale effectenbewaarinstelling” of „CSD” : een rechtspersoon die een effectenafwikkelingssysteem als bedoeld in punt 3 van afdeling A van de bijlage exploiteert en ten minste één andere kerndienst als bedoeld in afdeling A van de bijlage verstrekt; |
|
2. |
„CSD van een derde land” : een in een derde land gevestigde rechtspersoon die een dienst verleent die met de in punt 3 van afdeling A van de bijlage bedoelde kerndienst te vergelijken is en ten minste één andere kerndienst als vermeld in afdeling A van de bijlage uitvoert; |
|
3. |
„immobilisatie” : het bij elkaar brengen van alle fysieke effecten in een CSD, zodat opeenvolgende overboekingen in girale vorm kunnen plaatsvinden; |
|
4. |
„gedematerialiseerde vorm” : het feit dat financiële instrumenten alleen in girale vorm bestaan; |
|
5. |
„CSD die het verzoek ontvangt” : CSD die van een andere CSD een verzoek om toegang tot haar diensten middels een CSD-koppeling ontvangt; |
|
6. |
„verzoekende CSD” : de CSD die een andere CSD verzoekt om toegang tot haar diensten middels een CSD-koppeling; |
|
7. |
„afwikkeling” : de voltooiing van een effectentransactie waar deze is gesloten met het doel verplichtingen van de partijen bij die transactie te vervullen middels de overboeking van geld of effecten dan wel van beide; |
|
8. |
„financiële instrumenten” of „effecten” : financiële instrumenten als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 15), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
9. |
„overboekingsopdracht” : een overboekingsopdracht als gedefinieerd onder i), tweede streepje, van artikel 2 van Richtlijn 98/26/EG; |
|
10. |
„effectenafwikkelingssysteem” : een systeem overeenkomstig artikel 2, onder a), eerste, tweede en derde streepje, van Richtlijn 98/26/EG, dat niet wordt geëxploiteerd door een centrale tegenpartij waarvan het bedrijf bestaat uit de uitvoering van overboekingsopdrachten; |
|
11. |
„afwikkelingsinternalisator” : elke instelling, waaronder een instelling met een vergunning in de zin van Richtlijn 2013/36/EU of van Richtlijn 2014/65/EU, die voor rekening van cliënten of voor eigen rekening, en anders dan via een effectenafwikkelingssysteem, overboekingsopdrachten uitvoert; |
|
12. |
„voorgenomen afwikkelingsdatum” : door de partijen bij een effectentransactie overeengekomen datum waarop afwikkeling moet plaatsvinden, welke als zodanig in het effectenafwikkelingssysteem wordt ingevoerd; |
|
13. |
„afwikkelingstermijn” : de tijdsperiode tussen de transactiedatum en de voorgenomen afwikkelingsdatum; |
|
14. |
„werkdag” : werkdag in de zin van artikel 2, onder n), van Richtlijn 98/26/EG; |
|
15. |
„mislukte afwikkelingsoperatie” : het niet of gedeeltelijk optreden van afwikkeling van een effectentransactie op de voorgenomen afwikkelingsdatum, wegens een gebrek aan effecten of geld en ongeacht de onderliggende reden; |
|
16. |
„centrale tegenpartij” of „CTP” : een CTP zoals omschreven in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012; |
|
17. |
„bevoegde autoriteit” : de autoriteit die door elke lidstaat wordt aangewezen in overeenstemming met artikel 11, tenzij anders bepaald in deze verordening; |
|
18. |
„relevante autoriteit” : een autoriteit als bedoeld in artikel 12; |
|
19. |
„deelnemer” : elke deelnemer, in de zin van artikel 2, onder f), van Richtlijn 98/26/EG aan een effectenafwikkelingssysteem; |
|
20. |
„deelneming” : deelneming in de zin van de eerste zin van artikel 2, punt 2), van Richtlijn 2013/34/EU of de directe of indirecte eigendom van 20 % of meer van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming; |
|
21. |
„zeggenschap” : de relatie tussen twee ondernemingen als omschreven in artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU; |
|
22. |
„dochteronderneming” : een dochteronderneming in de zin van artikel 2, lid 10, en artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU; |
|
23. |
„lidstaat van herkomst” : de lidstaat waarin een CSD gevestigd is; |
|
24. |
„lidstaat van ontvangst” : de lidstaat, met uitzondering van de lidstaat van herkomst, waar een CSD een bijkantoor heeft of CSD-diensten verricht; |
|
25. |
„bijkantoor” : een kantoor, met uitzondering van het hoofdkantoor, dat een onderdeel is van een CSD, dat geen rechtspersoonlijkheid heeft en dat CSD-diensten verricht waarvoor de CSD een vergunning heeft; |
|
26. |
„wanbetaling”, met betrekking tot een deelnemer : een situatie waarin een insolventieprocedure, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt j), van Richtlijn 98/26/EG, tegen een deelnemer wordt geopend, of een gebeurtenis die in het interne reglement van de CSD als zijnde een wanbetaling wordt gedefinieerd; |
|
27. |
„levering tegen betaling” : een effectenafwikkelingsmechanisme dat een overboeking van effecten verbindt met een overboeking van geld op een zodanige wijze dat de levering van effecten uitsluitend optreedt indien de overeenkomstige overboeking van geld optreedt en vice versa; |
|
28. |
„effectenrekening” : een rekening waarop effecten mogen worden gecrediteerd of gedebiteerd; |
|
29. |
„CSD -koppeling” : een regeling tussen CSD’s waarbij een CSD een deelnemer aan het effectenafwikkelingssysteem van een andere CSD wordt teneinde de overboeking van effecten van de deelnemers van de laatstgenoemde CSD naar de deelnemers van de eerstgenoemde CSD te vergemakkelijken, of een regeling waarbij een CSD indirect toegang tot een andere CSD heeft via een intermediair. CSD-koppelingen omvatten standaardkoppelingen, op maat gemaakte koppelingen, indirecte koppelingen en interoperabele koppelingen; |
|
30. |
„standaardkoppeling” : een CSD-koppeling waarbij een CSD een deelnemer aan het effectenafwikkelingssysteem van een andere CSD wordt onder dezelfde voorwaarden als elke andere deelnemer aan het door die andere CSD geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem; |
|
31. |
„op maat gemaakte koppeling” : een CSD-koppeling waarbij aan een CSD die een deelnemer aan het effectenafwikkelingssysteem van een andere CSD wordt, specifieke diensten worden verstrekt ter aanvulling van de diensten die normaliter door die CSD aan deelnemers aan het effectenafwikkelingssysteem worden verstrekt; |
|
32. |
„indirecte koppeling” : een regeling tussen een CSD en een derde partij die als niet-CSD deelneemt aan het effectenafwikkelingssysteem van een andere CSD. Deze koppeling wordt ingesteld door een CSD teneinde de overboeking van effecten van de deelnemers van een andere CSD naar eigen deelnemers te vergemakkelijken; |
|
33. |
„interoperabele koppeling” : een CSD-koppeling waarbij de CSD’s overeenkomen gemeenschappelijke technische oplossingen voor afwikkeling in te stellen in de door hen geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen; |
|
34. |
„internationale open communicatieprocedures en -normen” : internationaal aanvaarde normen voor communicatieprocedures, zoals gestandaardiseerde formats voor verzending van berichten en gegevensweergave, die op billijke, open en niet-discriminerende basis beschikbaar zijn voor alle betrokkenen; |
|
35. |
„overdraagbare effecten” : effecten als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 44), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
36. |
„aandelen” : aandelen als bedoeld in punt 44, onder a), van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
37. |
„geldmarktinstrumenten” : geldmarktinstrumenten als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 17), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
38. |
„rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging” : rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in punt 3) van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU; |
|
39. |
„emissierecht” : emissierecht als omschreven in punt 11) van deel C van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU, uitgezonderd derivaten van emissierechten; |
|
40. |
„gereglementeerde markt” : gereglementeerde markt in de zin van artikel 4, lid 1, punt 21), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
41. |
„multilaterale handelsfaciliteit” of „mtf” (multilateral trading facility) : multilaterale handelsfaciliteit in de zin van artikel 4, lid 1, punt 22), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
42. |
„handelsplatform” : handelsplatform als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 24), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
43. |
„afwikkelende instantie” : afwikkelende instantie in de zin van artikel 2, onder d), van Richtlijn 98/26/EG; |
|
44. |
„mkb-groeimarkt” : een mkb-groeimarkt als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 12), van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
45. |
„leidinggevend orgaan” : het (de) overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan (organen) van een CSD, dat (die) gemachtigd is (zijn) de strategie, doelstellingen en algemene leiding van de CSD vast te stellen, en fungeert (fungeren) als toezichthouder op en bewaker van de besluitvorming van het management. Dit omvat personen die daadwerkelijk het beleid van de CSD bepalen. Ingeval een leidinggevend orgaan uit hoofde van het nationale recht bestaat uit verschillende organen met specifieke taken, zijn de voorschriften van deze verordening alleen van toepassing op leden van het leidinggevend orgaan die op grond van het toepasselijke nationale recht respectievelijk bevoegd zijn; |
|
46. |
„directie” : de natuurlijke personen die binnen een CSD uitvoerende functies vervullen en die aan het leidinggevend orgaan verantwoording en rekenschap moeten afleggen voor het dagelijks bestuur van de CSDN; |
|
47. |
„groep” : een groep in de zin van artikel 2, punt 11), van Richtlijn 2013/34/EU; |
|
48. |
„nauwe banden” : nauwe banden, zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 35, van Richtlijn 2014/65/EU; |
|
49. |
„gekwalificeerde deelneming” : het direct of indirect bezitten van een deelneming in een CSD van ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten, zoals bedoeld in de artikelen 9, 10 en 11 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), of die het mogelijk maakt invloed van betekenis op de bedrijfsvoering van de CSD uit te oefenen; |
|
50 |
„uitgestelde nettoafwikkeling” : een afwikkelingsmechanisme waarbij overboekingsopdrachten van contanten of effecten met betrekking tot effectentransacties van de deelnemers aan het effectenafwikkelingssysteem onderworpen zijn aan saldering, en waarbij afwikkeling van nettovorderingen en -verplichtingen van deelnemers geschiedt aan het einde van vooraf vastgestelde afwikkelingscycli tijdens of aan het einde van de werkdag. |
TITEL II
EFFECTENAFWIKKELING
HOOFDSTUK I
Giralisering
Artikel 3
Giralisering
Bij overdracht van effecten ingevolge een financiëlezekerheidsovereenkomst in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van Richtlijn 2002/47/EG, worden die effecten op of vóór de voorgenomen afwikkelingsdatum giraal vastgelegd bij een CSD, tenzij zij reeds op die manier zijn vastgelegd.
Artikel 4
Handhaving
HOOFDSTUK II
Afwikkelingstermijnen
Artikel 5
Voorgenomen afwikkelingsdatum
De voor toezicht op handelsplatforms bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat lid 2 wordt toegepast.
HOOFDSTUK III
Afwikkelingsdiscipline
Artikel 6
Maatregelen om mislukte afwikkelingsoperaties te voorkomen
Deze maatregelen omvatten ten minste regelingen tussen de beleggingsonderneming en haar professionele cliënten zoals bedoeld in bijlage II bij Richtlijn 2014/65/EU, met het oog op de onmiddellijke mededeling van een toewijzing van effecten aan de transactie, bevestiging van die toewijzing en bevestiging van de aanvaarding of verwerping van de voorwaarden, tijdig vóór de voorgenomen afwikkelingsdatum.
De ESMA geeft in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB richtsnoeren, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, over de te gebruiken gestandaardiseerde procedures en protocollen voor het voldoen aan het in de tweede alinea van dit lid bedoelde voorschrift.
De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de maatregelen om mislukte afwikkelingsoperaties te voorkomen teneinde de afwikkelingsefficiëntie te vergroten, en met name:
de maatregelen die beleggingsondernemingen overeenkomstig lid 2, eerste alinea, moeten nemen;
de details van de procedures die de in lid 3 bedoelde afwikkeling vergemakkelijken, met inbegrip van het vormgeven van de transactieomvang, gedeeltelijke afwikkeling van mislukte transacties en het gebruik van door bepaalde CSD's verstrekte geautomatiseerde uitlenings- en leningsprogramma's, en
de details van de maatregelen om tijdige afwikkeling van transacties als bedoeld in lid 4 aan te moedigen en te bevorderen.
De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 juli 2025 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 7
Maatregelen om mislukte afwikkelingsoperaties aan te pakken
Vóór zij de in de eerste alinea bedoelde procedures instelt, raadpleegt de CSD de betrokken handelsplatforms en CTP's ten aanzien waarvan zij afwikkelingsdiensten verricht.
Het in de eerste alinea bedoelde sanctiemechanisme omvat geldboetes voor deelnemers die mislukte afwikkelingsoperaties veroorzaken (“nalatige deelnemers”). Geldboetes worden berekend op dagbasis voor een periode waarin elke werkdag wordt meegerekend dat een transactie later dan de voorgenomen afwikkelingsdatum wordt afgerekend tot de transactie wordt afgewikkeld of bilateraal wordt geannuleerd. De geldboetes dienen niet als bron van inkomsten voor de CSD.
Het in lid 2 bedoelde sanctiemechanisme geldt niet voor:
transacties waarbij de nalatige deelnemer een CTP is, behalve door een CTP aangegane transacties waarbij de CTP niet als een tussenpartij fungeert, of
transacties waarbij een insolventieprocedure wordt geopend tegen de nalatige deelnemer.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 67 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door het nader bepalen van parameters ter berekening van een afschrikkend en evenredig niveau van de in lid 2, derde alinea, van dit artikel bedoelde geldboetes, op basis van:
het soort activa;
de liquiditeit van het financiële instrument;
het soort transactie, en
de duur van de mislukte afwikkelingsoperatie.
Bij het bepalen van de in de eerste alinea bedoelde parameters houdt de Commissie rekening met het niveau van mislukte afwikkelingsoperaties per klasse financiële instrumenten en het effect dat lage of negatieve rentetarieven kunnen hebben op de stimulansen van tegenpartijen en op mislukte afwikkelingsoperaties. De parameters die voor de berekening van de geldboetes worden gehanteerd, moeten een hoge mate van afwikkelingsdiscipline en een soepele en ordelijke werking van de betrokken financiële markten waarborgen.
De Commissie evalueert de parameters voor de berekening van het niveau van de geldboetes regelmatig en ten minste om de vier jaar om opnieuw te beoordelen of de geldboetes passend en doeltreffend zijn om een niveau van mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie te bereiken dat, gelet op de gevolgen voor de financiële stabiliteit van de Unie, aanvaardbaar wordt geacht.
De openbaarmaking van schorsingen mag geen persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) bevatten.
Dit lid is niet van toepassing op nalatige deelnemers die CTP's zijn of in gevallen waarin insolventieprocedures zijn geopend tegen de nalatige deelnemer.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 67 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door het nader bepalen van:
de onderliggende redenen van mislukte afwikkelingsoperaties die krachtens lid 3, punt a), van dit artikel moeten worden beschouwd als niet toe te schrijven aan de deelnemers aan de transactie, en
de omstandigheden waarin operaties niet als handel in de zin van lid 3, punt b), van dit artikel moeten worden beschouwd.
De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
de nadere regels betreffende het monitoringsysteem voor mislukte afwikkelingsoperaties en de in lid 1 bedoelde verslagen betreffende mislukte afwikkelingsoperaties;
de processen voor de inning en herverdeling van geldboetes en alle andere mogelijke opbrengsten van dergelijke sancties overeenkomstig lid 2;
de omstandigheden waarin een deelnemer wordt geacht consequent en systematisch na te laten de financiële instrumenten te leveren, zoals bedoeld in lid 7.
De ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 7 bis
Verplicht buy-inproces
De Commissie kan de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandeling alleen vaststellen indien aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
de toepassing van het in artikel 7, lid 2, bedoelde mechanisme van geldboetes heeft niet geleid tot een langdurige, duurzame vermindering van het aantal mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie of tot de handhaving van een verminderd niveau van mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie, zelfs niet na een evaluatie van het niveau van de geldboetes overeenkomstig artikel 7, lid 5, tweede alinea;
het niveau van mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie heeft of zal waarschijnlijk een negatief effect hebben op de financiële stabiliteit van de Unie.
Om tot het in de eerste alinea bedoelde besluit te komen, houdt de Commissie rekening met al het volgende:
de potentiële impact van het verplichte buy-inproces op de financiële markten in de Unie;
het aantal, het volume en de duur van de mislukte afwikkelingsoperaties, met inbegrip van het aantal en het volume van de mislukte afwikkelingsoperaties die aan het einde van de in lid 4 bedoelde verlengingstermijn niet afgehandeld zijn;
of een bepaald financieel instrument of een bepaalde categorie transacties in dat financieel instrument reeds onderworpen is aan passende contractuele bepalingen die ontvangende deelnemers het recht geven een buy-in op gang te brengen.
De uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 68, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Zij vermeldt een datum van toepassing die niet eerder valt dan één jaar na de inwerkingtreding ervan.
Alvorens de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling vast te stellen doet de Commissie het volgende:
de doeltreffendheid en evenredigheid van het in artikel 7, lid 2, bedoelde sanctiemechanisme beoordelen en, in voorkomend geval, het sanctiemechanisme strenger maken of de structuur ervan wijzigen om de afwikkelingsefficiëntie in de Unie te vergroten;
nagaan of aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, ondanks de voorafgaande toepassing van het in artikel 7, lid 2, bedoelde sanctiemechanisme, en de motivering voor en de mogelijke gevolgen voor de kosten van het onderwerpen van specifieke financiële instrumenten en categorieën transacties aan verplichte buy-ins.
In afwijking van de eerste alinea kan de verlengingstermijn afhankelijk van het soort activa en de liquiditeit van de betrokken financiële instrumenten worden verlengd tot ten hoogste zeven werkdagen indien een kortere verlengingstermijn de vlotte en ordelijke werking van de betrokken markten zou aantasten.
In afwijking van de eerste en tweede alinea bedraagt de verlengingstermijn, indien de transactie betrekking heeft op een financieel instrument dat wordt verhandeld op een mkb-groeimarkt, 15 werkdagen, tenzij de mkb-groeimarkt besluit een kortere termijn toe te passen.
De intermediaire ontvangende deelnemer wordt geacht te voldoen aan de verplichting om een verplichte buy-in uit te voeren jegens de nalatige deelnemer wanneer hij zijn verplichting overeenkomstig de eerste alinea overdraagt. De intermediaire ontvangende deelnemer kan ook zijn verplichtingen jegens de uiteindelijke ontvangende deelnemer op grond van de leden 8, 9 en 10 overdragen aan de nalatige deelnemer.
De betrokken CSD wordt in kennis gesteld van de wijze waarop de mislukte transactie in de gehele transactieketen is afgewikkeld.
Het in lid 4 bedoelde verplichte buy-inproces geldt niet voor:
de in artikel 7, lid 3, vermelde mislukte afwikkelingsoperaties, operaties en transacties;
effectenfinancieringstransacties;
andere soorten transacties die het buy-inproces overbodig maken;
transacties die binnen het toepassingsgebied van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 236/2012 vallen.
Een geldelijke schadevergoeding wordt uiterlijk betaald op de tweede werkdag na het verstrijken van ofwel het in lid 4 bedoelde verplichte buy-inproces ofwel, in gevallen waarin de ontvangende deelnemer ervoor kiest de uitvoering van de buy-in uit te stellen, de uitstelperiode.
De leden 4 tot en met 10 zijn als volgt van toepassing op alle transacties in de in artikel 5, lid 1, bedoelde financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de handel, op een handelsplatform worden verhandeld of door een CTP worden gecleard:
voor door een CTP geclearde transacties is de CTP de entiteit die de buy-in uitvoert overeenkomstig de leden 4 tot en met 10;
voor transacties die niet door een CTP worden gecleard, maar op een handelsplatform worden uitgevoerd, neemt het handelsplatform in zijn interne voorschriften een verplichting voor zijn leden en zijn deelnemers op om de in de leden 4 tot en met 10 bedoelde maatregelen toe te passen;
voor alle andere transacties dan die bedoeld in de punten a) en b) van deze alinea, bepalen CSD's in hun interne voorschriften dat de in de leden 4 tot en met 10 bedoelde maatregelen op hun deelnemers van toepassing zijn.
Een CSD verstrekt CTP's en handelsplatforms de afwikkelingsgegevens die zij nodig hebben om aan hun verplichtingen uit hoofde van dit lid te kunnen voldoen.
Onverminderd de punten a), b) en c) van de eerste alinea kunnen CSD's toezicht houden op de uitvoering van de buy-ins als bedoeld in deze punten ten aanzien van meervoudige afwikkelingsinstructies, met betrekking tot dezelfde financiële instrumenten en met dezelfde vervaltermijn van de uitvoeringsperiode, teneinde het aantal uit te voeren buy-ins en, daarmee samenhangend, het effect op de prijzen van de betrokken financiële instrumenten, te minimaliseren.
Alvorens de in de eerste alinea bedoelde aanbeveling te doen, raadpleegt de ESMA de leden van het ESCB en het Europees Comité voor systeemrisico's.
De Commissie schort onverwijld na ontvangst van de aanbeveling, op basis van de door de ESMA verstrekte redenen en bewijsstukken, het in leden 4 tot en met 10 bedoelde verplichte buy-inmechanisme voor de specifieke categorieën financiële instrumenten op door middel van een uitvoeringshandeling, of zij verwerpt de aanbevolen opschorting. Verwerpt de Commissie de aanbevolen opschorting, dan geeft zij daarvoor schriftelijk de redenen op aan de ESMA. Die informatie wordt niet openbaar gemaakt.
De in de derde alinea bedoelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 68, lid 3.
De opschorting van het verplichte buy-inmechanisme wordt meegedeeld aan de ESMA en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en op de website van de Commissie.
De opschorting van het verplichte buy-inmechanisme geldt voor een eerste periode van ten hoogste zes maanden vanaf de datum van toepassing van die opschorting.
Indien de redenen voor de opschorting blijven gelden, kan de Commissie de opschorting bij uitvoeringshandeling verlengen met aanvullende perioden van telkens ten hoogste drie maanden, waarbij de totale periode van de opschorting niet meer dan twaalf maanden bedraagt. Alle verlengingen van de opschorting worden bekendgemaakt overeenkomstig de vijfde alinea.
De in de zevende alinea bedoelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 68, lid 3. De ESMA verstrekt de Commissie geruime tijd voor het einde van de in de zesde alinea bedoelde opschorting of van de in de zevende alinea bedoelde verlenging een advies over de vraag of de redenen voor de opschorting blijven gelden.
Indien de Commissie van oordeel is dat de verplichte buy-ins niet langer gerechtvaardigd zijn of geen remedie zijn voor mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie en niet langer noodzakelijk, passend of evenredig zijn, stelt zij onverwijld uitvoeringshandelingen vast tot wijziging of intrekking van de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling.
De in de tweede alinea bedoelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 68, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Indien de ESMA van oordeel is dat de verplichte buy-ins niet langer gerechtvaardigd zijn of geen remedie zijn voor mislukte afwikkelingsoperaties in de Unie en niet langer noodzakelijk, passend of evenredig zijn, kan zij de Commissie aanbevelen de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling te wijzigen of in te trekken. Lid 13, eerste tot en met vierde alinea, is van overeenkomstige toepassing.
De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
de nadere regels voor de werking van het passende buy-inproces als bedoeld in de leden 4 tot en met 10, waaronder passende termijnen om het financiële instrument te leveren na het buy-inproces; bij de vaststelling van die termijnen wordt rekening gehouden met het soort activa en de liquiditeit van de financiële instrumenten;
de omstandigheden waarin de verlengingstermijn zou kunnen worden verlengd volgens soort activa en liquiditeit van de financiële instrumenten, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in lid 4, tweede alinea, rekening houdend met de criteria voor het beoordelen van de liquiditeit uit hoofde van artikel 2, lid 1, punt 17), van Verordening (EU) nr. 600/2014;
de nadere regels voor het in lid 6 bedoelde mechanisme voor het doorgeven van voordelen;
andere soorten transacties die het buy-inproces overbodig maken als bedoeld in lid 7, punt c), zoals financiëlezekerheidsovereenkomsten of transacties die bepalingen inzake saldering bij vroegtijdige beëindiging omvatten;
een methode voor de berekening van de in lid 9 bedoelde geldelijke schadevergoeding;
de nodige afwikkelingsgegevens bedoeld in lid 11, tweede alinea, en
de nadere regels voor de wijze waarop de deelnemers aan de CSD's, de CTP's en de leden van het handelsplatform, rekening dienen te houden met de specifieke kenmerken van niet-professionele beleggers bij de uitvoering van de verplichte buy-in overeenkomstig lid 11.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 8
Handhaving
HOOFDSTUK IV
Interne afwikkeling
Artikel 9
Afwikkelingsinternalisatoren
De bevoegde autoriteiten sturen onverwijld de informatie die zij uit hoofde van de eerste alinea hebben ontvangen door naar de ESMA en brengen de ESMA op de hoogte van elk mogelijk risico dat voortvloeit uit die afwikkelingsactiviteit.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
TITEL III
CENTRALE EFFECTENBEWAARINSTELLINGEN
HOOFDSTUK I
Vergunningverlening aan en toezicht op CSD’s
Artikel 10
Bevoegde autoriteit
Onverminderd de in artikel 12, lid 1, bedoelde controle door de leden van ESCB, verkrijgt een CSD een vergunning bij en staat zij onder toezicht van de bevoegde autoriteit van haar lidstaat van herkomst.
Artikel 11
Aanwijzing van de bevoegde autoriteit
Indien een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, bepaalt hij hun respectieve taken en wijst hij, indien dat in deze verordening specifiek wordt vermeld, één autoriteit aan die bevoegd is voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten, de relevante autoriteiten, de ESMA en de EBA.
Artikel 12
Relevante autoriteiten
De volgende autoriteiten zijn, indien dat in deze verordening specifiek wordt vermeld, betrokken bij de vergunningverlening aan en het toezicht op CSD’s:
de autoriteit die verantwoordelijk is voor de controle op het door de CSD geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem in de lidstaat waarvan het recht op dat effectenafwikkelingssysteem van toepassing is;
de centrale banken in de Unie die de belangrijkste valuta's waarin afwikkeling plaatsvindt of zal plaatsvinden, uitgeven;
in voorkomend geval, de centrale bank in de Unie in de boeken waarvan de betalingen in contanten van de door een CSD geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem wordt of zal worden afgewikkeld.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 13
Uitwisseling van informatie
Artikel 14
Samenwerking tussen autoriteiten
Om te zorgen voor consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie, met inbegrip van samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en relevante autoriteiten, bij de verschillende voor de toepassing van deze verordening vereiste beoordelingen, kan de ESMA, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, richtsnoeren tot de bevoegde autoriteiten richten overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 15
Noodsituaties
Onverminderd de in artikel 6, lid 3, van Richtlijn 98/26/EG bedoelde kennisgevingsprocedure stellen de bevoegde autoriteiten en de relevante autoriteiten de ESMA, het bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ) vastgestelde ESRB en elkaar onmiddellijk op de hoogte van elke noodsituatie betreffende een CSD, met inbegrip van alle ontwikkelingen op de financiële markten die een schadelijk effect kunnen hebben op de marktliquiditeit, de stabiliteit van de valuta waarin de afwikkeling haar beslag krijgt, de integriteit van het monetaire beleid of de stabiliteit van het financiële stelsel in elk van de lidstaten waar de CSD of een van haar deelnemers gevestigd is.
Artikel 16
Vergunningverlening aan een CSD
Artikel 17
Voorwaarden voor de verlening van een vergunning
In afwijking van de eerste alinea kan de bevoegde autoriteit, indien een aanvragende CSD niet aan alle vereisten van deze verordening voldoet, maar redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij dit zal doen wanneer zij haar activiteiten begint, de vergunning verlenen op voorwaarde dat de aanvragende CSD alle noodzakelijke regelingen heeft getroffen om aan de vereisten van deze verordening te voldoen wanneer zij haar activiteiten begint.
Elke relevante autoriteit kan binnen drie maanden na ontvangst van de informatie door de relevante autoriteit een met redenen omkleed advies binnen haar bevoegdheidsgebieden uitbrengen aan de bevoegde autoriteit. Indien een relevante autoriteit binnen deze termijn geen advies uitbrengt, wordt zij geacht positief te hebben geadviseerd.
Indien ten minste een van de relevante autoriteiten een negatief met redenen omkleed advies uitbrengt en de bevoegde autoriteit niettemin voornemens is de vergunning te verlenen, deelt die bevoegde autoriteit binnen één maand na ontvangst van het negatieve advies aan de betrokken autoriteiten mee waarom zij voornemens is ondanks het negatieve advies de vergunning te verlenen.
Een relevante autoriteit die een negatief advies als bedoeld in de derde alinea heeft uitgebracht, kan de zaak voor bijstand naar de ESMA doorverwijzen krachtens artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Indien de zaak niet binnen één maand na te zijn voorgelegd aan de ESMA is geschikt, neemt de bevoegde autoriteit die voornemens is de vergunning te verlenen een definitief besluit en stelt zij de relevante autoriteiten uitvoerig schriftelijk van haar motivering in kennis.
Indien de bevoegde autoriteit voornemens is de vergunning te weigeren, wordt de zaak niet aan de ESMA voorgelegd.
In een negatief advies als bedoeld in de derde alinea worden schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom niet aan de vereisten van deze verordening of andere vereisten van het Unierecht wordt voldaan.
Vóór de verlening van een vergunning aan een aanvragende CSD raadpleegt de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat in de volgende gevallen:
de CSD is een dochteronderneming van een CSD waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
de CSD is een dochteronderneming van de moederonderneming van een CSD waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend;
over de CSD wordt zeggenschap uitgeoefend door dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die zeggenschap uitoefenen over een andere CSD waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend.
De in lid 6 bedoelde raadpleging heeft betrekking op het volgende:
de geschiktheid van de in artikel 27, lid 6, bedoelde aandeelhouders en personen en de reputatie en ervaring van de in artikel 27, lid 1 en lid 4, bedoelde personen die daadwerkelijk het beleid van de CSD bepalen, indien de CSD en een CSD waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, die aandeelhouders en personen met elkaar gemeen hebben;
de vraag of de onder a), b) en c), van lid 6 bedoelde betrekkingen tussen de CSD waaraan in een andere lidstaat vergunning is verleend, en de aanvragende CSD geen invloed hebben op het vermogen van de aanvragende CSD om aan de vereisten van deze verordening te voldoen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 18
Gevolgen van de vergunning
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 19
Uitbreiding en uitbesteding van activiteiten en diensten
Een vergunninghoudende CSD dient bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, een vergunningsaanvraag in indien zij overeenkomstig artikel 30 een kerndienst aan een derde wil uitbesteden of haar activiteiten wil uitbreiden tot een of meer van de volgende activiteiten:
niet onder de initiële vergunning vallende bijkomende kerndiensten als bedoeld in afdeling A van de bijlage;
niet onder de initiële vergunning vallende nevendiensten die zijn toegestaan uit hoofde van, maar niet uitdrukkelijk worden vermeld in afdeling B van de bijlage;
de exploitatie van een ander effectenafwikkelingssysteem;
de afwikkeling van de gehele of de gedeeltelijke geldzijde van haar effectenafwikkelingssysteem in de boeken van een andere afwikkelende instantie;
het instellen van een interoperabele koppeling, daaronder begrepen die met CSD’s van derde landen.
Bij de vergunningverlening uit hoofde van lid 1, punt b), wordt de procedure van artikel 17, leden 1, 2, 3, 5 en 8 bis, gevolgd.
Bij de vergunningverlening uit hoofde van lid 1, punt e), wordt de procedure van artikel 17, leden 1, 2 en 3, gevolgd.
De bevoegde autoriteit stelt de aanvragende CSD binnen drie maanden na indiening van een volledige aanvraag ervan in kennis of de vergunning is verleend of geweigerd.
Artikel 20
Intrekking van een vergunning
Onverminderd eventuele verhelpende maatregelen of maatregelen uit hoofde van titel V, trekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst, de vergunning in elk van de volgende omstandigheden in, indien de CSD:
binnen twaalf maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning, uitdrukkelijk van de vergunning afstand doet of gedurende de voorafgaande zes maanden geen diensten of activiteiten heeft verricht;
de vergunning door het afleggen van valse verklaringen of op andere onrechtmatige wijze heeft verkregen;
niet langer voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend en binnen een bepaalde termijn de door de bevoegde autoriteit gevraagde verhelpende maatregelen niet heeft genomen;
de in deze verordening of, indien van toepassing, in Richtlijn 2014/65/EU of Verordening (EU) nr. 600/2014 neergelegde vereisten ernstig of stelselmatig heeft geschonden.
Artikel 21
CSD-register
Artikel 22
Toetsing en evaluatie
De bevoegde autoriteit bepaalt de frequentie en grondigheid van de in de eerste alinea bedoelde toetsing en evaluatie, waarbij zij rekening houdt met de omvang, de systeemrelevantie, het risicoprofiel, de aard, de schaal en de complexiteit van de activiteiten van de betrokken CSD.
De toetsing en de evaluatie vinden ten minste om de drie jaar plaats.
▼M4 —————
De geraadpleegde autoriteiten kunnen binnen drie maanden na ontvangst van de informatie van de bevoegde autoriteit een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen hun bevoegdheidsgebied.
Indien een geraadpleegde autoriteit niet binnen deze termijn advies uitbrengt, wordt zij geacht positief te hebben geadviseerd.
Indien een geraadpleegde autoriteit een negatief met redenen omkleed advies uitbrengt en de bevoegde autoriteit het daar niet mee eens is, doet die bevoegde autoriteit binnen één maand na ontvangst van het negatieve advies de geraadpleegde autoriteit een met redenen omklede reactie op het negatieve advies toekomen.
Elke geraadpleegde autoriteit die een negatief advies heeft uitgebracht, kan de zaak naar de ESMA doorverwijzen voor bijstand uit hoofde van artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Indien de zaak niet binnen één maand na te zijn voorgelegd aan de ESMA is geschikt, neemt de bevoegde autoriteit het definitieve besluit over de toetsing en evaluatie en stelt zij de relevante autoriteiten uitvoerig schriftelijk van haar motivering in kennis.
In negatieve adviezen als bedoeld in de vierde alinea worden schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom niet aan de vereisten van deze verordening of andere vereisten van het Unierecht wordt voldaan.
De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van:
de informatie die de CSD voor de in lid 1 bedoelde toetsing en evaluatie aan de bevoegde autoriteit moet verstrekken;
de informatie die de bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 7 moet verstrekken;
de informatie die de in lid 8 bedoelde bevoegde autoriteiten aan elkaar moeten verstrekken.
De ESMA dient die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 22 bis
Plannen voor herstel en ordelijke afbouw
In de in lid 1 bedoelde plannen wordt rekening gehouden met de omvang, systeemrelevantie, aard, schaal en complexiteit van de activiteiten van de betrokken CSD en de plannen omvatten ten minste:
een inhoudelijke samenvatting van de voornaamste strategieën voor herstel of ordelijke afbouw;
een opsomming van de kritieke bedrijfsactiviteiten en diensten van de CSD;
toereikende procedures voor het aantrekken van extra kapitaal voor het geval dat het aandelenkapitaal van de CSD de in artikel 47, lid 1, neergelegde vereisten nadert of daaronder daalt;
toereikende procedures voor een ordelijke afbouw of herstructurering van de activiteiten en diensten van de CSD indien de CSD niet in staat is nieuw kapitaal aan te trekken;
toereikende procedures die de tijdige en ordelijke afwikkeling en overdracht van de activa van cliënten en deelnemers aan een andere CSD waarborgen ingeval het voor de CSD permanent onmogelijk wordt haar kritieke bedrijfsactiviteiten en diensten te herstellen;
een beschrijving van de maatregelen die nodig zijn om de voornaamste strategieën uit te voeren.
Indien voor een CSD een afwikkelingsplan uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU of een soortgelijk plan uit hoofde van het nationaal recht wordt opgesteld en gehandhaafd met het oog op het waarborgen van de continuïteit van de kerntaken van de CSD, stelt de afwikkelingsautoriteit of, indien een dergelijke autoriteit niet bestaat, de bevoegde autoriteit de ESMA in kennis van het bestaan van een dergelijk plan.
Indien het herstelplan en het afwikkelingsplan uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU, of een soortgelijk plan uit hoofde van het nationaal recht, alle in lid 2 genoemde elementen bevatten, is de CSD niet verplicht de plannen op grond van lid 1 op te stellen.
Artikel 23
Vrije dienstverrichting in een andere lidstaat
Elke CSD die voornemens is voor de eerste maal de in lid 2 bedoelde diensten met betrekking tot de in artikel 49, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het recht van een andere lidstaat wordt beheerst, te verrichten, of die het aanbod van die diensten wil uitbreiden, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de volgende informatie mee:
de lidstaat van ontvangst;
een operationeel programma waarin met name wordt aangegeven welke diensten de CSD voornemens is te verrichten, met inbegrip van het soort financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het recht van de lidstaat van ontvangst wordt beheerst en ten aanzien waarvan de CSD voornemens is dergelijke diensten te verrichten;
de valuta of valuta's die de CSD voornemens is te verwerken;
een beoordeling van de maatregelen die de CSD voornemens is te nemen om de naleving van het in artikel 49, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde recht van de lidstaat van ontvangst door haar gebruikers mogelijk te maken met betrekking tot aandelen.
Een CSD die voor de eerste maal in een andere lidstaat een bijkantoor wil openen of die het aanbod wil wijzigen van de in afdeling A, punt 1, van de bijlage bedoelde kerndienst of de in afdeling A, punt 2, van de bijlage bedoelde kerndienst, die worden verstrekt via een bijkantoor, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de volgende informatie mee:
de in lid 3, punten a), b), en c), bedoelde informatie;
de organisatiestructuur van het bijkantoor en de namen van de personen die verantwoordelijk zijn voor de leiding van het bijkantoor;
een beoordeling van de maatregelen die de CSD voornemens is te nemen om de naleving van het in artikel 49, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde recht van de lidstaat van ontvangst door haar gebruikers mogelijk te maken met betrekking tot aandelen.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst stelt de relevante autoriteiten van die lidstaat onverwijld in kennis van mededelingen die zij uit hoofde van de eerste alinea ontvangt.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stelt de CSD onmiddellijk in kennis van de datum van verzending van de in de eerste alinea bedoelde mededeling.
Artikel 24
Samenwerking tussen autoriteiten van de lidstaten van herkomst en van ontvangst en het „peer review”-systeem
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst kan medewerkers van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst en van de ESMA uitnodigen om deel te nemen aan inspecties ter plaatse.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst stuurt aan de ESMA en aan het in artikel 24 bis bedoelde college de bevindingen van de inspecties ter plaatse en informatie over eventuele door die bevoegde autoriteit besloten verhelpende maatregelen of sancties.
▼M4 —————
Indien de CSD, in weerwil van door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst genomen maatregelen, blijft handelen in strijd met de verplichtingen die uit de bepalingen van deze verordening voortvloeien, neemt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, na de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst daarover geïnformeerd te hebben, alle passende maatregelen die nodig zijn om de bepalingen van deze verordening op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst te doen naleven. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst stelt de ESMA en het in artikel 24 bis bedoelde college onverwijld van die maatregelen in kennis.
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of die van de lidstaat van herkomst kunnen de zaak doorverwijzen naar de ESMA, die mag handelen in overeenstemming met de haar uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden.
In verband met de in de eerste alinea bedoelde „peer review” wint de ESMA in voorkomend geval tevens het standpunt of advies in van de in artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde Stakeholdergroep effecten en markten.
▼M4 —————
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 24 bis
College van toezichthouders
Het college wordt opgericht binnen één maand vanaf de datum waarop
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst vaststelt dat de door de CSD in ten minste twee lidstaten van ontvangst uitgevoerde activiteiten van substantieel belang zijn, of
een van de in lid 4 genoemde entiteiten de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst ervan in kennis heeft gesteld dat de door de CSD in ten minste twee lidstaten van ontvangst verrichte activiteiten van substantieel belang zijn.
Het college bestaat uit:
de ESMA;
de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst;
de in artikel 12 bedoelde relevante autoriteiten;
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van ontvangst waar de activiteiten van de CSD van substantieel belang zijn;
de EBA, indien aan de CSD een vergunning is verleend op grond van artikel 54, lid 3.
Onverminderd de verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening zorgt het college voor:
de uitwisseling van informatie, met inbegrip van verzoeken om informatie op grond van de artikelen 13, 14 en 15 en informatie over het toetsings- en evaluatieproces op grond van artikel 22;
efficiënt toezicht door het vermijden van onnodige overlappende toezichtmaatregelen, zoals verzoeken om informatie;
overeenstemming betreffende de vrijwillige toevertrouwing van taken onder haar leden;
de uitwisseling van informatie over een toegestane uitbesteding of uitbreiding van activiteiten en diensten uit hoofde van artikel 19;
de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaat van herkomst en van de lidstaat van ontvangst op grond van artikel 24 met betrekking tot de in artikel 23, lid 3, punt d), bedoelde maatregelen, en eventuele problemen die zich voordoen met betrekking tot het verrichten van diensten in andere lidstaten;
de uitwisseling van informatie over de groepsstructuur, de directie, het leidinggevend orgaan en de aandeelhouders op grond van artikel 27;
de uitwisseling van informatie over processen of regelingen die een aanzienlijke impact hebben op de governance of het risicobeheer voor de CSD's die tot de groep behoren.
Teneinde de vervulling van de op grond van lid 8 aan het college opgedragen taken te vergemakkelijken, kunnen de leden van het college punten toevoegen aan de agenda van een vergadering.
De voorzitter kan op ad-hocbasis extra deelnemers uitnodigen voor de besprekingen van het college betreffende specifieke onderwerpen.
De leden van een college, anders dan de voorzitter, kunnen besluiten niet aan een vergadering van het college deel te nemen.
Op verzoek van een of meer van zijn leden neemt het college overeenkomstig lid 11 niet-bindende adviezen aan met betrekking tot:
kwesties die tijdens de toetsings- en evaluatieprocessen op grond van artikel 22 of artikel 60 aan het licht zijn gekomen;
kwesties in verband met uitbesteding of uitbreiding van activiteiten en diensten uit hoofde van artikel 19, of
kwesties in verband met een mogelijke inbreuk op deze verordening als gevolg van het verrichten van diensten in een lidstaat van ontvangst, als bedoeld in artikel 24, lid 5.
In die overeenkomst worden de praktische regelingen voor de werking van het college vastgelegd, waaronder de modaliteiten van de communicatie tussen de leden van het college, en kunnen taken worden bepaald die aan hen worden toevertrouwd.
De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 25
Derde landen
Na overleg met de in lid 5 bedoelde autoriteiten kan de ESMA een CSD van een derde land die erkenning voor het verlenen van de in lid 2 bedoelde diensten heeft aangevraagd, erkennen indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
de Commissie heeft een besluit genomen overeenkomstig lid 9;
de CSD van een derde land is daadwerkelijk aan vergunningsplicht, toezicht en controle of, indien het effectenafwikkelingssysteem door een centrale bank wordt geëxploiteerd, aan controle onderworpen waardoor volledige naleving van de in dat derde land geldende prudentiële vereisten gewaarborgd is;
er zijn uit hoofde van lid 10 samenwerkingsregelingen getroffen tussen de ESMA en de in dat derde land verantwoordelijke autoriteiten („verantwoordelijke autoriteiten in een derde land”);
de CSD van een derde land neemt in voorkomend geval de noodzakelijke maatregelen om het haar gebruikers mogelijk te maken het toepasselijke nationale recht van de lidstaat waarin de CSD van een derde land voornemens is CSD-diensten te verrichten, na te leven, met inbegrip van het in artikel 49, lid 1, tweede alinea, bedoelde recht, en de adequaatheid van die maatregelen is bevestigd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de CSD van het derde land CSD-diensten wil verrichten;
de CSD van een derde land is gevestigd of beschikt over een vergunning in een derde land dat in de op grond van artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ) vastgestelde gedelegeerde handelingen niet als derde land met een hoog risico is aangemerkt.
Bij de beoordeling of de in lid 4 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, raadpleegt de ESMA:
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de CSD van het derde land voornemens is CSD-diensten te verrichten, in het bijzonder over de vraag hoe de CSD van het derde land voornemens is de in lid 4, onder d), bedoelde vereiste na te leven;
de relevante autoriteiten;
de verantwoordelijke autoriteiten in een derde land die bevoegd zijn voor de vergunningen van, het toezicht op en de controle op CSD’s.
In de aanvraag moet de CSD de ESMA alle informatie verstrekken die noodzakelijk wordt geacht voor haar erkenning. Binnen 30 werkdagen na de ontvangst van de aanvraag beoordeelt de ESMA of de aanvraag volledig is. Als de aanvraag niet volledig is, stelt de ESMA een termijn vast waarbinnen de aanvragende CSD bijkomende informatie moet verstrekken.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waarin de CSD van een derde land voornemens is CSD-diensten te verrichten, beoordelen of de CSD van het derde land de in lid 4, onder d), bedoelde wetsbepalingen naleeft, en delen de ESMA, binnen drie maanden na ontvangst van alle nodige gegevens van de ESMA, onder opgave van alle redenen in een besluit mee of aan dit vereiste al dan niet is voldaan.
Het erkenningsbesluit is gebaseerd op de criteria die zijn neergelegd in lid 4.
Binnen zes maanden na de indiening van een volledige aanvraag of na de vaststelling van een gelijkwaardigheidsbesluit door de Commissie overeenkomstig lid 9, naargelang welke datum later valt, deelt de ESMA aan de hand van een volledig gemotiveerd besluit de aanvragende CSD schriftelijk mee of de erkenning is verleend of geweigerd.
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waarin de CSD van een derde land, erkend op grond van lid 4, CSD-diensten verricht, kunnen, in nauwe samenwerking met de ESMA, de verantwoordelijke autoriteiten van het derde land verzoeken:
periodiek te rapporteren over de activiteiten van de CSD van het derde land in die lidstaten van ontvangst, onder meer voor het verzamelen van statistieken;
binnen een passende termijn, de identiteit mee te delen van de uitgevende instellingen en deelnemers aan het effectenafwikkelingssysteem dat door de CSD van het derde land die diensten verricht in die lidstaat van ontvangst, wordt geëxploiteerd en alle andere relevante informatie te verstrekken betreffende de activiteiten van die CSD in de lidstaat van ontvangst.
De ESMA trekt de erkenning van die CSD in indien de in lid 4 neergelegde voorwaarden niet langer zijn vervuld, dan wel in de in artikel 20 bedoelde omstandigheden.
Bij het bepalen als bedoeld in de eerste alinea, kan de Commissie ook in overweging nemen of de wettelijke en toezichthoudende regelingen van een derde land voldoen aan de internationaal overeengekomen CPSS/IOSCO-normen, voor zover deze laatste niet in strijd zijn met de bij deze verordening neergelegde vereisten.
De ESMA treft overeenkomstig artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 samenwerkingsregelingen met de verantwoordelijke autoriteiten van een derde land waarvan het wettelijk en toezichtskader overeenkomstig lid 9 als gelijkwaardig aan deze verordening is erkend. In die regelingen wordt ten minste het volgende gespecificeerd:
het mechanisme voor de uitwisseling van informatie tussen de ESMA, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst en de verantwoordelijke autoriteiten van een derde land, met inbegrip van toegang tot alle door de ESMA gevraagde informatie met betrekking tot CSD’s die in derde landen een vergunning hebben en in het bijzonder toegang tot informatie in de in lid 7 bedoelde gevallen;
het mechanisme voor snelle kennisgeving aan de ESMA indien een verantwoordelijke autoriteit van een derde land van oordeel is dat een CSD waarop zij toezicht uitoefent inbreuk maakt op de voorwaarden van haar vergunning of van andere geldende rechtsregels;
de procedures met betrekking tot de coördinatie van toezichtactiviteiten, met inbegrip van, in voorkomend geval, inspecties ter plaatse.
Indien een samenwerkingsovereenkomst voorziet in overdrachten van persoonsgegevens door een lidstaat, wordt daarbij voldaan aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG, en indien een samenwerkingsovereenkomst voorziet in overdrachten van persoonsgegevens door de ESMA, wordt daarbij voldaan aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de informatie die de CSD van het derde land in de in lid 2 bis bedoelde kennisgeving aan de ESMA moet verstrekken. Deze informatie blijft beperkt tot wat strikt noodzakelijk is, met inbegrip van, indien van toepassing en beschikbaar:
het aantal in de Unie gevestigde deelnemers aan wie de CSD van het derde land de in lid 2 bis bedoelde diensten verleent of voornemens is te verlenen;
het aantal en het volume van de tijdens het voorgaande jaar afgewikkelde transacties in financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het recht van een lidstaat wordt beheerst;
het aantal en het volume van de transacties die de deelnemers van de Unie in het voorgaande jaar hebben afgewikkeld.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
HOOFDSTUK II
Vereisten voor CSD’s
Artikel 26
Algemene bepalingen
Indien de CSD voornemens is op grond van artikel 54, lid 2 bis, eerste alinea, punt b), bancaire nevendiensten te verrichten voor andere CSD's, beschikt die CSD over duidelijke regels en procedures om potentiële belangenconflicten aan te pakken en het risico van discriminerende behandeling van die andere CSD's en hun deelnemers te beperken.
Een CSD is belast met het aanhouden en beheren van effectieve schriftelijke organisatorische en administratieve regelingen om potentiële belangenconflicten te identificeren en te beheersen tussen haar deelnemers of hun cliënten en de CSD zelf, met inbegrip van:
de directieleden van de CSD;
de werknemers van de CSD;
de leden van het leidinggevend orgaan van de CSD;
elke persoon met directe of indirecte zeggenschap over de CSD;
elke persoon die nauwe banden heeft met een of meer van de in punten a), b) en c) bedoelde personen, en
elke persoon die nauwe banden heeft met de CSD zelf.
Een CSD is belast met het aanhouden en implementeren van adequate procedures om mogelijke belangenconflicten op te lossen.
De ESMA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling, op CSD-niveau en op groepsniveau, zoals vermeld in lid 7, van:
de monitoringinstrumenten voor de in lid 1 bedoelde risico’s waaraan CSD’s blootstaan;
de verantwoordelijkheden van de belangrijkste personeelsleden met betrekking tot de in lid bedoelde risico’s van de CSD’s;
de in lid 3 bedoelde potentiële belangenconflicten;
de in lid 6 bedoelde auditmethoden, en
de omstandigheden waarin het, rekening houdend met potentiële belangenconflicten tussen de leden van het gebruikerscomité en de CSD, passend zou zijn de bevindingen van de audits overeenkomstig lid 6 te delen met het gebruikerscomité.
De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Artikel 27
Directie, leidinggevend orgaan en aandeelhouders
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een onafhankelijk lid van het leidinggevend orgaan verstaan een lid van het leidinggevend orgaan dat geen zakelijke, familiale of andere relatie heeft die aanleiding geeft tot een belangenconflict ten aanzien van de betrokken CSD of haar aandeelhouders met zeggenschap, haar management of haar deelnemers, en dat gedurende de vijf jaar voorafgaand aan zijn lidmaatschap van het leidinggevend orgaan geen dergelijke relatie heeft gehad.
Een CSD moet onverwijld
de bevoegde autoriteit informatie verstrekken betreffende de eigendom van de CSD, en meer bepaald over de identiteit van en de omvang van de belangen van elke persoon met een gekwalificeerde deelneming in de CSD;
het volgende openbaar maken:
de uit hoofde van punt a) aan de bevoegde autoriteit verstrekte informatie, en
de overdracht van eigendomsrechten die resulteert in een wijziging in de zeggenschap over de CSD.
Artikel 27 bis
Informatieverstrekking aan bevoegde autoriteiten
Indien het gedrag van een lid van het leidinggevend orgaan waarschijnlijk nadelig is voor de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de CSD, neemt de bevoegde autoriteit passende maatregelen, welke het ontslag van dat lid uit het leidinggevend orgaan kunnen omvatten.
Iedere natuurlijke of rechtspersoon die heeft besloten direct of indirect een gekwalificeerde deelneming in een CSD af te stoten (“kandidaat-verkoper”), stelt de bevoegde autoriteit daarvan vooraf schriftelijk in kennis, met vermelding van de omvang van dergelijke deelneming. Een zodanige persoon stelt de bevoegde autoriteit evenzo in kennis indien deze heeft besloten de omvang van een gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder 10 %, 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de CSD ophoudt de dochteronderneming van die persoon te zijn.
Vanaf de datum van de schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de kennisgeving en alle vereiste documenten die op basis van de in artikel 27 ter, lid 4, bedoelde lijst bij de kennisgeving moeten worden gevoegd, beschikt de bevoegde autoriteit over een termijn van maximaal zestig werkdagen (“beoordelingsperiode”), om de in artikel 27 ter, lid 1, bedoelde beoordeling (“beoordeling”), uit te voeren.
De bevoegde autoriteit stelt de kandidaat-verwerver of -verkoper bij de ontvangstbevestiging in kennis van de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.
De beoordelingsperiode wordt geschorst vanaf de datum van het verzoek van de bevoegde autoriteit om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver. De schorsing duurt ten hoogste twintig werkdagen. De bevoegde autoriteit mag eventueel aanvullende verzoeken ter vervollediging of verduidelijking van de informatie doen, maar deze hebben geen schorsing van de beoordelingsperiode tot gevolg.
Artikel 27 ter
Beoordeling
Bij de beoordeling van de in artikel 27 bis, lid 2, bedoelde kennisgeving en de in artikel 27 bis, lid 4, bedoelde informatie beoordeelt de bevoegde autoriteit, met het oog op de gezonde en prudente bedrijfsvoering van de CSD waarop de voorgenomen verwerving betrekking heeft en rekening houdend met de waarschijnlijke invloed van de kandidaat-verwerver op de CSD, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële gezondheid van de voorgenomen verwerving op alle onderstaande criteria:
de reputatie en de financiële gezondheid van de kandidaat-verwerver;
de reputatie, kennis, vaardigheden en ervaring van de personen die verantwoordelijk zullen zijn voor de bedrijfsvoering van de CSD als gevolg van de voorgenomen verwerving;
of de CSD in staat is aan deze verordening te voldoen en te blijven voldoen;
of er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat wordt of werd gepoogd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van artikel 1 van Richtlijn (EU) 2015/849, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.
Bij het beoordelen van de financiële gezondheid van de kandidaat-verwerver besteedt de bevoegde autoriteit bijzondere aandacht aan het type werkzaamheden die verricht en beoogd worden in de CSD die het doelwit van de verwerving is.
Bij het beoordelen van het vermogen van de CSD om deze verordening na te leven, besteedt de bevoegde autoriteit bijzondere aandacht aan de vraag of de structuur van de groep waarvan de CSD deel gaat uitmaken het mogelijk maakt effectief toezicht uit te oefenen, op doeltreffende wijze gegevens uit te wisselen tussen de bevoegde autoriteiten en de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten te bepalen.
Artikel 27 quater
Afwijkingsclausule voor CSD's die bancaire nevendiensten verrichten
De artikelen 27 bis en 27 ter zijn niet van toepassing op een CSD waaraan op grond van artikel 54, lid 3, vergunning is verleend en die onderworpen is aan Richtlijn 2013/36/EU.
Artikel 28
Gebruikerscomité
Artikel 29
Bewaren van vastleggingen
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 30
Uitbesteding
Indien een CSD diensten of activiteiten aan een derde uitbesteedt, blijft zij volledig verantwoordelijk voor het vervullen van al haar verplichtingen uit hoofde van deze verordening en neemt zij te allen tijde de volgende voorwaarden in acht:
uitbesteding heeft geen delegatie van haar verantwoordelijkheid tot gevolg;
de relatie van de CSD met en de verplichtingen van de CSD tegenover haar deelnemers of uitgevende instellingen worden niet gewijzigd;
de voorwaarden voor de vergunning van de CSD veranderen niet daadwerkelijk;
uitbesteding vormt geen beletsel voor de uitoefening van de toezicht- en de controlefunctie, ook niet voor toegang ter plaatse om alle relevante informatie te verkrijgen die nodig is om die functies te vervullen;
uitbesteding leidt er niet toe dat de CSD de systemen en controles noodzakelijk voor het beheren van de door haar gelopen risico’s, worden ontnomen;
de CSD behoudt de deskundigheid en middelen noodzakelijk voor het doorlopend evalueren van de kwaliteit van de verrichte diensten, de organisatie- en kapitaaltoereikendheid van de dienstverrichter, voor het effectief toezien op de uitbestede diensten en voor het risicomanagement in verband met de uitbesteding;
de CSD heeft directe toegang tot de relevante informatie over de uitbestede diensten;
de dienstverrichter werkt in verband met de uitbestede activiteiten met de bevoegde autoriteit en de relevante autoriteiten samen;
de CSD zorgt ervoor dat de dienstverrichter voldoet aan de bij de betrokken wetgeving op de gegevensbescherming vastgestelde normen die zouden gelden als de dienstverrichters in de Unie gevestigd zouden zijn. De CSD is verantwoordelijk voor het waarborgen dat die normen in een contract tussen de partijen worden opgenomen en dat die normen in stand worden gehouden.
Artikel 31
Dienstverrichting door andere partijen dan CSD’s
De ESMA neemt die informatie in het in artikel 21 bedoelde CSD-register op.
Artikel 32
Algemene bepalingen
Artikel 33
Vereisten voor deelname
Bij een weigering heeft de verzoekende deelnemer het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de CSD die toegang heeft geweigerd.
Die bevoegde autoriteit onderzoekt de klacht naar behoren door de redenen van de weigering te beoordelen, en verstrekt de verzoekende deelnemer een gemotiveerd antwoord.
Die bevoegde autoriteit raadpleegt bij haar beoordeling van de klacht de bevoegde autoriteit van de plaats van vestiging van de verzoekende deelnemer. Indien de autoriteit van de verzoekende deelnemer het met de verstrekte beoordeling oneens is, is elk van de twee bevoegde autoriteiten gerechtigd de zaak door te verwijzen naar de ESMA, die mag handelen in overeenstemming met de haar uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden.
Indien de weigering door de CSD om toegang aan de verzoekende deelnemer te verlenen ongerechtvaardigd wordt bevonden, gelast de bevoegde autoriteit van de CSD die de toegang heeft geweigerd, die CSD aan de verzoekende deelnemer toegang te verlenen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 34
Transparantie
Artikel 35
Procedures voor communicatie met deelnemers en andere marktinfrastructuren
CSD’s gebruiken in hun procedures voor communicatie met deelnemers aan de effectenafwikkelingssystemen die zij exploiteren en met de marktinfrastructuren waarmee zij in verbinding staan, internationale open communicatieprocedures en -normen voor berichtenverkeer en referentiedata om een efficiënte vastlegging, betaling en afwikkeling te vergemakkelijken.
Artikel 36
Algemene bepalingen
Voor elk effectenafwikkelingssysteem dat een CSD exploiteert, heeft zij passende regels en procedures, met inbegrip van robuuste boekhoudkundige praktijken en controles, om de integriteit van effectenuitgiftes te helpen waarborgen, en de risico's in verband met de veilige bewaring en afwikkeling van transacties in effecten te minimaliseren en te beheersen.
Artikel 37
Integriteit van de uitgifte
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 38
Bescherming van effecten van deelnemers en die van hun cliënten
Een CSD en haar deelnemers voorzien echter in vermogensscheiding per individuele cliënt voor burgers en ingezetenen en rechtspersonen die zijn gevestigd in een lidstaat waar dit vereist is uit hoofde van het nationaal recht van die lidstaat dat de uitgifte van de effecten regelt, in de versie die geldt op 17 september 2014. Die verplichting blijft van toepassing zolang het nationaal recht niet wordt gewijzigd of ingetrokken en de doelstellingen ervan geldig blijven.
Artikel 39
Het definitieve karakter van de afwikkeling
Artikel 40
Afwikkeling van de geldzijde
Artikel 41
Regels en procedures bij wanbetaling van een deelnemer
Artikel 42
Algemene vereisten
Een CSD stelt een gezond risicomanagementkader vast om op veelomvattende wijze juridische, zakelijke, operationele en andere directe of indirecte risico’s te beheersen, met inbegrip van maatregelen ter beperking van fraude en nalatigheid.
Artikel 43
Juridische risico’s
Artikel 44
Algemeen zakelijk risico
Een CSD heeft robuuste management- en controlesystemen en IT-instrumenten om algemene zakelijke risico’s, met inbegrip van verliezen als gevolg van het slecht uitvoeren van de zakelijke strategie, kasstromen en exploitatiekosten te identificeren, te monitoren en te beheersen.
Artikel 45
Operationele risico’s
▼M3 —————
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 46
Beleggingsbeleid
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 47
Kapitaalvereisten
Het kapitaal samen met de ingehouden winst en de reserves van een CSD is evenredig met de risico’s die uit de activiteiten van de CSD voortkomen. Het is te allen tijde voldoende om:
te waarborgen dat de CSD adequaat wordt beschermd tegen operationele, juridische, bewarings-, beleggings- en zakelijke risico’s zodat de CSD als bedrijf met winstcapaciteit en winstvooruitzichten diensten kan blijven verrichten;
in een reeks stressscenario’s gedurende een passende tijdspanne van ten minste zes maanden een ordelijke afbouw of herstructurering van de activiteiten van de CSD te waarborgen.
▼M4 —————
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Artikel 47 bis
Uitgestelde nettoafwikkeling
De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 48
CSD-koppelingen
Een koppeling wordt ondersteund door een passende contractuele regeling waarin de rechten en verplichtingen van de gekoppelde CSD’s en, indien nodig, van de deelnemers van de CSD’s worden vastgesteld. Een contractuele regeling met jurisdictieoverschrijdende implicaties voorziet in een ondubbelzinnige keuze van het recht dat elk aspect van de activiteiten van de koppeling beheerst.
Interoperabele effectenafwikkelingssystemen en CSD’s die een gemeenschappelijke afwikkelingsinfrastructuur gebruiken, stellen identieke momenten vast voor:
de invoering van overboekingsopdrachten in het systeem;
de onherroepelijkheid van overboekingsopdrachten.
De in de eerste alinea bedoelde effectenafwikkelingssystemen en CSD’s passen gelijkwaardige regels toe voor het ogenblik waarop overboekingen van gelden en effecten een definitief karakter krijgen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
HOOFDSTUK III
Toegang tot CSD’s
Artikel 49
Vrijheid om bij een in de Unie vergunninghoudende CSD te emitteren
Onverminderd het in de eerste alinea bedoelde recht van de uitgevende instelling blijft het vennootschapsrecht of ander vergelijkbaar recht van de lidstaat waaronder de effecten vallen, van toepassing. Het vennootschapsrecht of ander vergelijkbaar recht van de lidstaat waaronder de effecten vallen, betekent:
het vennootschapsrecht of ander vergelijkbaar recht van de lidstaat waar de uitgevende instelling is opgericht, en
het vigerende vennootschapsrecht of ander vergelijkbaar recht van de lidstaat waaronder de effecten worden uitgegeven.
De lidstaten stellen een lijst op met de belangrijkste bepalingen ter zake uit hun vennootschapsrecht of ander vergelijkbaar recht als bedoeld in de tweede alinea. De bevoegde autoriteiten brengen de lijst uiterlijk op 17 januari 2025 ter kennis van de ESMA. De ESMA publiceert die lijst uiterlijk op 17 februari 2025. De lidstaten actualiseren die lijst geregeld en ten minste om de twee jaar. Zij delen de geactualiseerde lijst met die regelmatige tussenpozen mee aan de ESMA. De ESMA publiceert die geactualiseerde lijst.
De CSD mag, tenzij door beide partijen anders is overeengekomen, op regiebasis een redelijke commerciële vergoeding in rekening brengen voor het verrichten van diensten aan uitgevende instellingen.
Bij een weigering heeft de verzoekende uitgevende instelling het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de CSD die weigert haar diensten te verrichten.
De verantwoordelijke autoriteit van die CSD onderzoekt naar behoren de klacht door de door de CSD opgegeven redenen voor de weigering te beoordelen en verstrekt de verzoekende deelnemer een gemotiveerd antwoord.
De bevoegde autoriteit van de CSD raadpleegt bij haar beoordeling van de klacht de bevoegde autoriteit van de plaats van vestiging van de verzoekende uitgevende instelling. Indien de bevoegde autoriteit van de plaats van vestiging van de verzoekende uitgevende instelling het met de beoordeling oneens is, is elk van de twee bevoegde autoriteiten gerechtigd de zaak door te verwijzen naar de ESMA, die mag handelen in overeenstemming met de haar uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden.
Indien de weigering door de CSD om haar diensten voor een uitgevende instelling te verrichten, ongerechtvaardigd wordt bevonden, gelast de verantwoordelijke bevoegde autoriteit de CSD haar diensten voor de verzoekende uitgevende instelling te verrichten.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 50
Standaardkoppelingstoegang
Een CSD heeft het recht een deelnemer van een andere CSD te worden en een standaardkoppeling met die CSD in te stellen in overeenstemming met artikel 33 mits de CSD-koppeling overeenkomstig artikel 19, lid 5, vooraf is gemeld.
Artikel 51
Op maat gemaakte koppelingstoegang
Artikel 52
Procedure voor CSD-koppelingen
Indien een CSD toegang weigert, geeft zij aan de verzoekende CSD alle redenen op voor haar weigering.
Bij een weigering heeft de verzoekende CSD het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de CSD die toegang heeft geweigerd.
De bevoegde autoriteit van de CSD die het verzoek ontvangt, onderzoek de klacht naar behoren door de redenen voor de weigering te beoordelen, en verstrekt aan de verzoekende CSD een gemotiveerd antwoord.
De bevoegde autoriteit van de CSD die het verzoek ontvangt, raadpleegt bij haar beoordeling van de klacht de bevoegde autoriteit van de verzoekende CSD en de in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde relevante autoriteit van de verzoekende CSD. Indien een van de autoriteiten van de verzoekende CSD het met de verstrekte beoordeling oneens is, mag elk van de autoriteiten de zaak verwijzen naar de ESMA, die mag handelen in overeenstemming met de haar uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden.
Indien de weigering van de CSD om toegang aan de verzoekende CSD te verlenen ongerechtvaardigd wordt bevonden, gelast de bevoegde autoriteit van de CSD die het verzoek ontvangt, deze CSD toegang te verlenen aan de verzoekende CSD.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Artikel 53
Toegang tussen een CSD en een andere marktinfrastructuur
Een CSD verleent aan een CTP of een handelsplatform op niet-discriminerende en transparante basis toegang tot haar effectenafwikkelingssysteem en mag voor die toegang op regiebasis een redelijke commerciële vergoeding in rekening brengen, tenzij door beide partijen anders is overeengekomen.
Een partij die toegang weigert, stelt de verzoekende partij op basis van een diepgaande risicobeoordeling schriftelijk in kennis van alle redenen voor die weigering. Bij een weigering heeft de verzoekende partij het recht een klacht in te dienen bij de bevoegde autoriteit van de partij die toegang heeft geweigerd.
De bevoegde autoriteit van de partij die het verzoek ontvangt en de in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde relevante autoriteit onderzoeken naar behoren de klacht door de redenen van de weigering te beoordelen en verstrekken de verzoekende partij een met redenen omkleed antwoord.
De bevoegde autoriteit van de partij die het verzoek ontvangt, raadpleegt bij haar beoordeling van de klacht de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en de in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde relevante autoriteit van de verzoekende partij. Indien een van de autoriteiten van de verzoekende partij het met de verstrekte beoordeling oneens is, is elk van hen gerechtigd de zaak te verwijzen naar de ESMA, die mag handelen in overeenstemming met de haar uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 verleende bevoegdheden.
Indien de weigering door een partij om toegang te verlenen ongerechtvaardigd wordt bevonden, gelast de verantwoordelijke bevoegde autoriteit die partij, binnen drie maanden toegang te verlenen tot haar diensten.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
TITEL IV
HET VERRICHTEN VAN BANCAIRE NEVENDIENSTEN AAN DEELNEMERS VAN CSD’S
Artikel 54
Vergunning en aanwijzing om bancaire nevendiensten te verrichten
Een CSD die voornemens is de contante betalingen van al haar effectenafwikkelingssystemen of een deel ervan af te wikkelen via rekeningen die bij een kredietinstelling of bij een CSD overeenkomstig artikel 40, lid 2, zijn geopend, heeft toestemming om met het oog daarop onder de in de leden 3 tot en met 9 bis van dit artikel gespecificeerde voorwaarden over te gaan tot aanwijzing van een of meer:
kredietinstellingen waaraan overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU vergunning is verleend, of
CSD's die op grond van lid 3 van dit artikel beschikken over een vergunning voor het verrichten van bancaire nevendiensten.
Een vergunning om kredietinstellingen of CSD’s aan te wijzen overeenkomstig de eerste alinea, wordt alleen gebruikt met betrekking tot het verrichten van de in afdeling C van de bijlage bedoelde bancaire nevendiensten voor de afwikkeling van de contante betalingen voor het gehele of gedeeltelijke effectenafwikkelingssystemen van de CSD die de bancaire nevendiensten wil gebruiken, en niet voor het verrichten van enige andere activiteiten.
De overeenkomstig de eerste alinea aangewezen kredietinstellingen en CSD's die over een vergunning beschikken om bancaire nevendiensten te verrichten, worden als afwikkelende instanties beschouwd.
Indien een CSD bancaire nevendiensten wil verrichten vanuit dezelfde rechtspersoon als die welke het effectenafwikkelingssysteem exploiteert, wordt de in lid 2 bedoelde vergunning alleen verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de CSD heeft overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU een vergunning als kredietinstelling verkregen;
de CSD voldoet aan de in artikel 59, leden 1, 3 en 4, vermelde prudentiële vereisten en aan de in artikel 60 vermelde toezichtsvereisten;
de onder a) van deze alinea bedoelde vergunning wordt alleen gebruikt voor het verrichten van de in afdeling C van de bijlage bedoelde bancaire nevendiensten en niet voor het verrichten van enige andere activiteiten;
de CSD is onderworpen aan een bijkomende kapitaalopslag die een afspiegeling vormt van de risico’s, met inbegrip van het krediet- en het liquiditeitsrisico, welke voortvloeien uit het verlenen van intradag-krediet aan, onder meer, deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem of andere gebruikers van CSD-diensten;
de CSD brengt aan de bevoegde autoriteit ten minste maandelijks en als onderdeel van de openbaarmaking zoals voorgeschreven in het kader van Deel Acht van Verordening (EU) nr. 575/2013, jaarlijks verslag uit over de omvang en de beheersing van intradag-liquiditeitsrisico’s, overeenkomstig artikel 59, lid 4, onder j), van deze verordening, en
de CSD heeft de bevoegde autoriteit een deugdelijk herstelplan voorgelegd ter waarborging van de continuïteit van haar kritieke activiteiten, ook in situaties waarin het liquiditeits- of het kredietrisico zich als gevolg van het verrichten van bancaire nevendiensten concretiseert.
In geval van collusie tussen de bepalingen die zijn opgenomen in deze richtlijn, in Verordening (EU) nr. 575/2013 en in Richtlijn 2013/36/EU, houdt de onder de eerste alinea, onder a), bedoelde CSD zich aan de strengere vereisten inzake prudentieel toezicht. De gevallen van tegenstrijdige bepalingen worden toegelicht in de technische reguleringsnormen bedoeld in artikel 47 en artikel 59 van deze verordening.
Indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan, kan een CSD toestemming krijgen om een kredietinstelling aan te wijzen voor het verrichten van bancaire nevendiensten voor de afwikkeling van de contante betalingen voor het gehele of gedeeltelijke effectenafwikkelingssystemen van die CSD op grond van lid 2 bis, punt a):
de kredietinstelling voldoet aan de in artikel 59, leden 1, 3 en 4, neergelegde prudentiële vereisten en aan de in artikel 60 neergelegde toezichtvereisten;
de kredietinstelling verricht zelf geen van de in afdeling A van de bijlage bedoelde kerndiensten;
de vergunning uit hoofde van artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU wordt alleen gebruikt voor het verrichten van de in afdeling C van de bijlage bedoelde bancaire nevendiensten voor de afwikkeling van de contante betalingen voor alle effectenafwikkelingssystemen of een deel ervan van de CSD die de bancaire nevendiensten wil gebruiken, en niet voor het verrichten van enige andere activiteiten;
de kredietinstelling is onderworpen aan een bijkomende kapitaalopslag die een afspiegeling vormt van de risico's, met inbegrip van het krediet- en het liquiditeitsrisico, welke voortvloeien uit het verlenen van intradag-krediet aan, onder meer, de deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem of andere gebruikers van CSD-diensten;
de kredietinstelling brengt aan de bevoegde autoriteit ten minste maandelijks en als onderdeel van de openbaarmaking zoals voorgeschreven in deel acht van Verordening (EU) nr. 575/2013, jaarlijks aan het publiek verslag uit over de omvang en het beheer van intradag-liquiditeitsrisico's, overeenkomstig artikel 59, lid 4, punt j), van deze verordening, en
de kredietinstelling heeft de bevoegde autoriteit een deugdelijk herstelplan voorgelegd ter waarborging van de continuïteit van haar kritieke bedrijfsactiviteiten, ook in situaties waarin als gevolg van het vanuit een afzonderlijke juridische entiteit verrichten van bancaire nevendiensten zich het liquiditeitsrisico of het kredietrisico voordoet.
De bevoegde autoriteit controleert ten minste één keer per jaar dat de in de eerste alinea bepaalde drempel in acht wordt genomen en stelt de ESMA van haar bevindingen in kennis. Indien de bevoegde autoriteit constateert dat de drempel is overschreden, verzoekt zij de betrokken CSD een vergunning aan te vragen overeenkomstig lid 4. De betrokken CSD dient het vergunningsaanvraag binnen zes maanden in.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.
De EBA ontwikkelt, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB en de ESMA, ontwerpen van technische reguleringsnormen om de in lid 5 bedoelde drempel te bepalen, evenals begeleidende passende vereisten inzake risicobeheer en prudentiële vereisten ter beperking van risico's in verband met de aanwijzing van kredietinstellingen overeenkomstig lid 2 bis. Bij het ontwikkelen van die normen houdt de EBA rekening met het volgende:
de mogelijke gevolgen voor de marktstabiliteit van een wijziging van het risicoprofiel van CSD's en hun deelnemers, met inbegrip van de systeemrelevantie van CSD's voor de werking van de effectenmarkten;
de gevolgen voor de krediet- en liquiditeitsrisico's voor CSD's, voor de betrokken aangewezen kredietinstellingen en voor de deelnemers van de CSD's die voortvloeien uit de afwikkeling van betalingen in contanten via rekeningen die zijn geopend bij kredietinstellingen die niet onderworpen zijn aan lid 4;
de mogelijkheid voor CSD's om contante betalingen in verschillende valuta's af te wikkelen;
de noodzaak te voorkomen dat afwikkeling in centralebankgeld onbedoeld verschuift naar afwikkeling in commerciëlebankgeld, en dat de inspanningen van CSD's om in centralebankgeld af te wikkelen worden ontmoedigd, en
de noodzaak om te zorgen voor een gelijk speelveld voor CSD's in de Unie.
De EBA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
Artikel 55
Procedure voor verlening en weigering van een vergunning voor het verlenen van bancaire nevendiensten
Vanaf het tijdstip waarop de aanvraag als volledig wordt beschouwd, zendt de bevoegde autoriteit alle in de aanvraag opgenomen informatie toe aan de volgende autoriteiten:
de relevante autoriteiten;
de bevoegde autoriteit bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 40), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
de bevoegde autoriteiten in de lidstaten waar de CSD interoperabele koppelingen met een andere CSD heeft ingesteld, tenzij de CSD interoperabele koppelingen als bedoeld in artikel 19, lid 5, heeft ingesteld;
de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van ontvangst waar de activiteiten van de CSD van substantieel belang zijn voor de werking van de effectenmarkten en de bescherming van de beleggers in de zin van artikel 24, lid 4;
de bevoegde autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de deelnemers van de CSD die gevestigd zijn in de drie lidstaten met de grootste afwikkelingswaarden binnen het afwikkelingssysteem van de CSD, op geaggregeerde basis gedurende een periode van één jaar;
de ESMA, en
de EBA.
Indien een in lid 4, punten a) tot en met e), bedoelde autoriteit een negatief gemotiveerd advies uitbrengt, legt de bevoegde autoriteit die voornemens is de vergunning te verlenen de in lid 4, punten a) tot en met e), bedoelde autoriteiten binnen één maand na ontvangst van dat negatieve advies, een gemotiveerde reactie op het negatief advies voor.
Indien een van de in lid 4, punten a) tot en met e), bedoelde autoriteiten binnen één maand na voorlegging van die gemotiveerde reactie een negatief advies uitbrengt en de bevoegde autoriteit niettemin voornemens is de vergunning te verlenen, kan iedere autoriteit die een negatief advies heeft uitgebracht, de zaak voor bijstand naar de ESMA doorverwijzen uit hoofde van artikel 31, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
Indien de zaak 30 dagen na te zijn voorgelegd aan de ESMA niet is geschikt, dan neemt de bevoegde autoriteit die de vergunning wil verlenen, het definitieve besluit en stelt zij de in lid 4, onder a) tot en met e), bedoelde autoriteiten uitvoerig schriftelijk van haar motivering in kennis.
Indien de bevoegde autoriteit de vergunning wil weigeren, wordt de zaak niet aan de ESMA voorgelegd.
In negatieve adviezen worden schriftelijk de volledige en gedetailleerde redenen opgegeven waarom niet aan de vereisten van deze verordening of van andere delen van het Unierecht wordt voldaan.
De bevoegde autoriteit stelt de in lid 4, punten a) tot en met e), bedoelde autoriteiten onverwijld in kennis van de resultaten van de vergunningsprocedure, met inbegrip van eventuele verhelpende maatregelen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
De ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk op 18 juni 2015 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Artikel 56
Uitbreiding van bancaire nevendiensten
Artikel 57
Intrekking van een vergunning
Onverminderd eventuele verhelpende maatregelen of maatregelen uit hoofde van titel V, trekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de CSD, de in artikel 54 bedoelde vergunningen in elk van de volgende omstandigheden in:
indien de CSD binnen twaalf maanden geen gebruik heeft gemaakt van de vergunning, uitdrukkelijk afstand doet van de vergunning of indien de aangewezen kredietinstelling gedurende de voorafgaande zes maanden geen diensten of activiteiten heeft verricht;
indien de CSD de vergunning door het afleggen van valse verklaringen of op andere onrechtmatige wijze heeft verkregen;
indien de CSD of de aangewezen kredietinstelling niet langer voldoet aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend en niet binnen een bepaalde termijn de door de bevoegde autoriteit gevraagde verhelpende maatregelen heeft genomen;
indien de CSD of de aangewezen kredietinstelling ernstig en systematisch de in deze verordening neergelegde vereisten heeft geschonden.
Artikel 58
CSD-register
De ESMA neemt in het register dat zij overeenkomstig artikel 21, lid 3, beschikbaar moet stellen, de volgende informatie op:
de naam van elke CSD die onderworpen is geweest aan een besluit op grond van artikel 54, 56 of 57;
de naam van elke aangewezen kredietinstelling;
de lijst van bancaire nevendiensten die een aangewezen kredietinstelling of een CSD die uit hoofde van artikel 54 een vergunning heeft verkregen ten behoeve van de deelnemers van een CSD mag verrichten.
Artikel 59
Prudentiële vereisten voor kredietinstellingen of CSD’s die een vergunning hebben verkregen voor het verrichten van bancaire nevendiensten
Een uit hoofde van artikel 54, lid 2, onder b), aangewezen kredietinstelling of een CSD die uit hoofde van artikel 54, lid 2, onder a), een vergunning heeft verkregen voor het verrichten van bancaire nevendiensten, voldoet met betrekking tot elk effectenafwikkelingssysteem ten aanzien van de kredietrisico’s die met die diensten verband houden, aan de volgende specifieke prudentiële vereisten:
zij stelt een robuust kader in voor het beheer van de overeenkomstige kredietrisico’s;
zij gaat frequent en regelmatig na uit welke bronnen dergelijke kredietrisico’s voortvloeien, meet en monitort de overeenkomstige kredietblootstellingen en gebruikt passende risicobeheersinstrumenten om die risico’s te beheersen;
zij zorgt voor volledige dekking van de overeenkomstige kredietblootstellingen met betrekking tot individuele geldnemende deelnemers met gebruikmaking van zekerheden en andere gelijkwaardige financiële middelen;
indien zekerheden worden gebruikt voor het beheer van het overeenkomstige kredietrisico, aanvaardt zij zeer liquide zekerheden met een minimaal krediet- en marktrisico; in specifieke situaties kan zij andere categorieën van zekerheden gebruiken indien een passende waarderingscorrectie wordt toegepast;
zij zorgt voor de invoering en toepassing van passend conservatieve waarderingscorrecties en concentratielimieten voor de waarde van zekerheden die zijn gesteld om de onder c) bedoelde kredietblootstellingen te dekken, met inachtneming van de doelstelling dat zekerheden snel te gelde moeten kunnen worden gemaakt met een minimaal negatief effect op de prijs;
zij stelt limieten aan haar overeenkomstige kredietblootstellingen;
zij analyseert en plant de wijze waarop potentiële resterende kredietblootstellingen dienen te worden aangepakt, en stelt regels en procedures vast om die plannen uit te voeren;
zij verstrekt alleen krediet aan deelnemers die een kasrekening bij haar hebben;
zij voorziet in een effectieve procedure voor de terugbetaling van intradag-krediet en ontmoedigt overnight-krediet door het toepassen van sanctietarieven met een voldoende afschrikkende werking.
Een uit hoofde van artikel 54, lid 2, onder b), aangewezen kredietinstelling of een CSD die uit hoofde van artikel 54, lid 2, onder a), een vergunning heeft verkregen voor het verrichten van bancaire nevendiensten, voldoet met betrekking tot elk effectenafwikkelingssysteem ten aanzien van de liquiditeitsrisico’s die met die diensten verband houden, aan de volgende specifieke prudentiële vereisten:
zij heeft een robuust kader en robuuste instrumenten om voor alle valuta’s van het effectenafwikkelingssysteem waarvoor zij als afwikkelende instantie optreedt, haar liquiditeitsrisico’s, met inbegrip van de intradag-liquiditeitsrisico’s, te meten, te monitoren en te beheren;
zij meet en monitort doorlopend en tijdig, en ten minste dagelijks, haar liquiditeitsbehoeften en het niveau van de liquide activa die zij aanhoudt; daarbij bepaalt zij de waarde van haar beschikbare liquide activa, rekening houdend met passende correcties van de waardering van die activa;
zij heeft voldoende liquide middelen in alle betrokken valuta’s om in een breed scala van stressscenario’s tijdig afwikkelingsdiensten te kunnen verstrekken, waarbij de genoemde scenario’s onder meer maar niet uitsluitend betrekking hebben op het liquiditeitsrisico als gevolg van wanbetaling bij ten minste een deelnemer, met inbegrip van de respectieve moederonderneming en dochterondernemingen, met betrekking tot welke zij haar grootste blootstelling heeft;
zij beperkt de overeenkomstige liquiditeitsrisico’s met gekwalificeerde liquide middelen in elke valuta, zoals contanten bij de centrale bank van uitgifte en andere kredietwaardige financiële instellingen, gecommitteerde kredietlijnen of vergelijkbare overeenkomsten, zeer liquide zekerheden of beleggingen die gemakkelijk beschikbaar zijn en in contanten kunnen worden omgezet middels vooraf vastgestelde financieringsregelingen die zeer betrouwbaar zijn, zelfs onder extreme maar plausibele marktomstandigheden, en zij identificeert, meet en monitort het liquiditeitsrisico dat voortvloeit uit de diverse financiële instellingen waarvan zij voor de beheersing van haar liquiditeitsrisico’s gebruik maakt;
indien zij gebruik maakt van vooraf vastgestelde financieringsregelingen, kiest zij alleen kredietwaardige financiële instellingen als liquiditeitsverstrekkers; zij voert voor elk van de betrokken liquiditeitsverstrekkers, met inbegrip van haar moederonderneming en dochterondernemingen, passende concentratiegrenzen in en past die daarop toe;
zij gaat na en test door middel van regelmatige en rigoureuze stresstests of de betrokken middelen toereikend zijn;
zij analyseert en plant de wijze waarop onvoorziene en potentieel ongedekte liquiditeitstekorten kunnen worden ondervangen en stelt regels en procedures vast om die plannen uit te voeren;
onverminderd de selectiecriteria van de centrale bank heeft zij, indien dit haalbaar en mogelijk is, toegang tot rekeningen en andere diensten van centrale banken om het beheersen van haar liquiditeitsrisico’s te verbeteren; kredietinstellingen in de Unie deponeren de betrokken kassaldi op speciale rekeningen bij centrale banken van uitgifte in de Unie;
zij heeft vooraf vastgestelde, zeer betrouwbare regelingen om ervoor te zorgen dat zij de zekerheden die haar door een in gebreke blijvende cliënt zijn verstrekt, tijdig kan liquideren;
zij brengt bij de in artikel 60, lid 1, bedoelde autoriteiten regelmatig verslag uit over de wijze waarop zij haar liquiditeitsrisico’s, met inbegrip van de intradag-liquiditeitsrisico’s, meet, monitort en beheert, en zij maakt dit openbaar.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 vast te stellen.
Artikel 60
Toezicht op aangewezen kredietinstellingen en CSD’s die een vergunning hebben verkregen om bancaire nevendiensten te verrichten
De in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteiten zijn ook belast met het toezicht op de naleving, door de in die alinea bedoelde aangewezen kredietinstellingen en CSD’s, van de in artikel 59 van de onderhavige verordening bedoelde prudentiële vereisten.
De in de eerste alinea bedoelde bevoegde autoriteiten beoordelen regelmatig en ten minste om de twee jaar of de aangewezen kredietinstelling of de CSD die een vergunning heeft gekregen om bancaire nevendiensten te verrichten, artikel 59 naleeft, en brengt het resultaat van het door haar uit hoofde van dit lid uitgeoefende toezicht, met inbegrip van eventuele verhelpende maatregelen of boetes, ter kennis van de voor de CSD bevoegde autoriteit, die op haar beurt de in artikel 55, lid 4, bedoelde autoriteiten en, waar van toepassing, het in artikel 24 bis bedoelde college inlicht.
►M4 De voor de CSD bevoegde autoriteit toetst en evalueert, na raadpleging van de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten en de relevante autoriteiten, ten minste om de twee jaar het volgende: ◄
in het in artikel 54, lid 2, onder b), bedoelde geval, of alle noodzakelijke regelingen tussen de aangewezen kredietinstellingen en de CSD hen in staat stellen de in deze verordening neergelegde en op hen rustende verplichtingen na te komen;
in het in artikel 54, lid 2, onder a), bedoelde geval, of de regelingen met betrekking tot de vergunning om bancaire nevendiensten te verrichten de CSD in staat stellen de in deze verordening neergelegde en op haar rustende verplichtingen na te komen.
De voor de CSD bevoegde autoriteit stelt regelmatig en ten minste om de twee jaar de in artikel 55, lid 4, bedoelde autoriteiten, en, waar van toepassing, het in artikel 24 bis bedoelde college, in kennis van de resultaten, met inbegrip van verhelpende maatregelen of boetes, van de in dit lid bedoelde toetsing en evaluatie.
Indien een CSD overeenkomstig artikel 54 een vergunninghoudende kredietinstelling aanwijst, zorgt de CSD, met het oog op de bescherming van de deelnemers aan het door haar geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem, ervoor dat zij bij de door haar aangewezen kredietinstelling toegang heeft tot alle voor de toepassing van deze verordening noodzakelijke informatie, en rapporteert zij alle inbreuken op de verordening aan de bevoegde autoriteit van de CSD en aan de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteiten.
TITEL V
SANCTIES
Artikel 61
Administratieve sancties en andere maatregelen
De lidstaten kunnen besluiten geen regels vast te stellen met betrekking tot administratieve sancties als vermeld in de eerste alinea indien de in die alinea vermelde inbreuken uiterlijk op 18 september 2016 reeds onderhevig zijn aan strafsancties in hun nationaal recht. Indien zij een dergelijk besluit nemen, stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA gedetailleerd in kennis van de toepasselijke delen van hun strafrecht.
Uiterlijk op 18 september 2016 stellen de lidstaten de Commissie en de ESMA in kennis van de in de eerste alinea bedoelde regels. De lidstaten stellen de Commissie en de ESMA zonder onnodig uitstel in kennis van alle eventuele latere wijzigingen van die regels.
Wanneer de lidstaten er overeenkomstig lid 1 voor hebben gekozen strafrechtelijke sancties vast te stellen voor inbreuken op de bepalingen die in artikel 63 bedoelde bepalingen, verstrekken hun bevoegde autoriteiten de ESMA jaarlijks anonieme en geaggregeerde gegevens met betrekking tot alle ingestelde strafrechtelijke onderzoeken en alle opgelegde strafrechtelijke sancties. De ESMA publiceert de gegevens over opgelegde strafrechtelijke sancties in een jaarverslag.
De bevoegde autoriteiten oefenen hun taken en bevoegdheden overeenkomstig hun nationale kaders uit op een van de volgende wijzen:
rechtstreeks;
in samenwerking met andere autoriteiten;
onder hun verantwoordelijkheid door middel van delegatie aan entiteiten waaraan overeenkomstig deze verordening taken zijn gedelegeerd, of
bij verzoek aan de bevoegde gerechtelijke autoriteiten.
Artikel 62
Bekendmaking van besluiten
Indien tegen de beslissing om een sanctie of een andere maatregel op te leggen beroep openstaat bij de relevante gerechtelijke autoriteit of bij andere relevante autoriteiten, maken de bevoegde autoriteiten zonder onnodige vertraging op hun officiële websites eveneens informatie bekend over een eventueel ingesteld beroep en het resultaat van de behandeling daarvan. Bovendien wordt een beslissing tot nietigverklaring van een eerdere beslissing tot oplegging van een sanctie of maatregel eveneens bekendgemaakt.
Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van de natuurlijke personen echter na een per geval uitgevoerde beoordeling van de evenredigheid van die bekendmaking door de bevoegde autoriteit onevenredig wordt geacht, of indien bekendmaking de stabiliteit van de financiële markten of een lopend onderzoek in gevaar brengt, zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten:
de bekendmaking van de beslissing waarbij de sanctie of andere maatregel wordt opgelegd uitstellen totdat de redenen voor niet-bekendmaking vervallen;
de beslissing om de sanctie of andere maatregel op te leggen op basis van anonimiteit en conform het nationale recht bekendmaken, indien de persoonsgegevens daardoor doeltreffend worden beschermd;
de beslissing om een sanctie of een andere maatregel op te leggen in het geheel niet bekendmaken indien de hierboven onder a) en b) vermelde opties als ontoereikend worden beschouwd om te waarborgen:
dat de stabiliteit van de financiële markten niet in gevaar wordt gebracht;
dat de bekendmaking van dergelijke beslissingen evenredig is met de maatregelen die als weinig ingrijpend worden beschouwd.
In het geval van een besluit tot bekendmaking van een sanctie of een andere maatregel op basis van anonimiteit kan de bekendmaking van de betrokken gegevens voor een redelijke periode worden uitgesteld indien beoogd wordt dat de redenen voor bekendmaking op basis van anonimiteit in die periode zullen vervallen.
De bevoegde autoriteiten stellen de ESMA op de hoogte van alle administratieve sancties die overeenkomstig de derde alinea, onder c), zijn opgelegd maar niet bekend zijn gemaakt, met inbegrip van een eventueel ingesteld beroep en het resultaat van de behandeling daarvan. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de informatie en de definitieve uitspraak in verband met een opgelegde strafrechtelijke sanctie ontvangen en doen toekomen aan de ESMA. De ESMA houdt, uitsluitend ten behoeve van uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten, een centrale database van de aan haar meegedeelde sancties bij. Die database is uitsluitend toegankelijk voor bevoegde autoriteiten en wordt bijgewerkt op basis van de door de bevoegde autoriteiten verstrekte informatie.
Artikel 63
Sancties wegens inbreuken
Dit artikel is van toepassing op de volgende bepalingen van deze verordening:
het verrichten van in de afdelingen A, B en C van de bijlage bedoelde diensten in strijd met de artikelen 16, 25 en 54;
het verkrijgen van de uit hoofde van de artikelen 16 en 54 vereiste vergunningen door het afleggen van valse verklaringen of op andere onrechtmatige wijze als bepaald in artikel 20, lid 1, onder b), en in artikel 57, lid 1, onder b);
verzuim van CSD’s het vereiste kapitaal aan te houden, dus in strijd met artikel 47, lid 1;
verzuim van CSD’s de organisatorische vereisten na te leven, dus in strijd met de artikelen 26 tot en met 30;
verzuim van CSD’s de bedrijfvoeringsregels na te leven, dus in strijd met de artikelen 32 tot en met 35;
verzuim van CSD’s de vereisten voor CSD-diensten na te leven, dus in strijd met de artikelen 37 tot en met 41;
verzuim van CSD’s de prudentiële vereisten na te leven, dus in strijd met de artikelen 43 tot en met 47;
verzuim van CSD’s de vereisten voor CSD-koppelingen na te leven, dus in strijd met artikel 48;
onterecht weigeren door CSD’s van verschillende soorten toegang, dus in strijd met de artikelen 49 tot en met 53;
verzuim van aangewezen kredietinstellingen de specifieke prudentiële vereisten in verband met kredietrisico’s na te leven, dus in strijd met artikel 59, lid 3;
verzuim van aangewezen kredietinstellingen de specifieke prudentiële vereisten in verband met liquiditeitsrisico’s na te leven, dus in strijd met artikel 59, lid 4.
Onverminderd de toezichtsbevoegdheden van de bevoegde autoriteiten, hebben, bij een in dit artikel bedoelde inbreuk, de bevoegde autoriteiten conform het nationale recht de bevoegdheid om ten minste de volgende administratieve sancties en andere maatregelen op te leggen:
een publieke verklaring waarin de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon en de aard van de inbreuk worden vermeld, overeenkomstig artikel 62;
een bevel waarbij de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon wordt gelast de gedraging te staken en af te zien van herhaling van die gedraging;
intrekking van de uit hoofde van artikel 16 of 54 verleende vergunningen, overeenkomstig artikel 20 of 57;
een tijdelijk of, bij ernstige inbreuken, permanent verbod voor een lid van het leidinggevend orgaan van de instelling of enig andere natuurlijke persoon die voor de inbreuk verantwoordelijk wordt gehouden, om leidinggevende functies in de instelling te bekleden;
maximale administratieve geldelijke sancties van ten minste tweemaal het bedrag van de ten gevolge van de inbreuk behaalde winst, indien dat bedrag kan worden vastgesteld;
indien het een natuurlijke persoon betreft, maximale administratieve geldelijke sancties van ten minste 5 miljoen EUR of, in de lidstaten die niet de euro als munt hebben, de overeenkomstige waarde in de nationale valuta op de datum waarop deze verordening wordt vastgesteld;
in het geval van een rechtspersoon, maximale administratieve geldelijke sancties van ten minste 20 miljoen EUR of 10 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon in het voorgaande boekjaar volgens de meest recente jaarrekening die door het leidinggevend orgaan is goedgekeurd; indien de rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van de moederonderneming die overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale jaaromzet gelijk aan de totale jaaromzet of de overeenkomstig de toepasselijke jaarrekeningenrichtlijnen daarmee corresponderende soort inkomsten volgens de meest recente door het leidinggevend orgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening.
Artikel 64
Effectieve toepassing van sancties
De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het bepalen van het soort en het niveau van de administratieve sancties of andere maatregelen, met alle relevante omstandigheden rekening houden, in voorkomend geval daaronder begrepen:
de ernst en de duur van de inbreuk;
de mate van verantwoordelijkheid van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon;
de financiële draagkracht van de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, bijvoorbeeld zoals deze blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke rechtspersoon of het jaarinkomen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;
de grootte van de door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon behaalde winsten, vermeden verliezen of de verliezen voor derden ten gevolge van de inbreuk, voor zover die zijn vast te stellen;
de mate van medewerking met de bevoegde autoriteit door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon, onverminderd de noodzaak te zorgen voor terugbetaling van de door die persoon behaalde winsten of vermeden verliezen;
eerdere inbreuken door de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon.
Artikel 65
Melding van inbreuken
De in lid 1 bedoelde mechanismen omvatten ten minste:
specifieke procedures voor de ontvangst van meldingen inzake potentiële of feitelijke inbreuken en de follow-up daarvan, met inbegrip van het instellen van veilige communicatiekanalen voor dergelijke meldingen;
passende bescherming voor werknemers van instellingen die potentiële of feitelijke inbreuken melden welke in de instelling zijn gepleegd, tegen ten minste vergelding, discriminatie of andere soorten oneerlijke behandeling;
bescherming van de persoonsgegevens van zowel de persoon die de potentiële of feitelijke inbreuken meldt als de natuurlijke persoon die naar vermoed wordt voor een inbreuk verantwoordelijk zou zijn, conform de beginselen van Richtlijn 95/46/EG;
bescherming, in elke fase van de procedure, van de identiteit van zowel de persoon die de inbreuken meldt, als de natuurlijke persoon die naar vermoed wordt voor een inbreuk verantwoordelijk zou zijn, tenzij openbaarmaking krachtens het nationale recht is vereist in het kader van verder onderzoek of een daarop volgende administratieve of gerechtelijke procedure.
Dat kanaal kan ook worden ingericht via door de sociale partners getroffen regelingen. Dezelfde bescherming als bedoeld in lid 2, onder b), c) en d), is van toepassing.
Artikel 66
Recht van beroep
De lidstaten zorgen ervoor dat besluiten en maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, naar behoren gemotiveerd worden en dat daartegen beroep bij een rechtbank openstaat. Het recht beroep in te stellen bij een rechtbank geldt indien er geen besluit is genomen binnen zes maanden na indiening van een vergunningaanvraag die alle krachtens de geldende bepalingen vereiste gegevens bevat.
TITEL VI
DELEGATIE VAN BEVOEGDHEDEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN, OVERGANGS-, WIJZIGINGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 67
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 68
Comitéprocedure
Artikel 69
Overgangsbepalingen
Een CSD van een derde land die de in afdeling A, punten 1 en 2, van de bijlage bedoelde kerndiensten verricht met betrekking tot de in artikel 49, lid 1, tweede alinea, bedoelde financiële instrumenten waarvan de uitgifte door het recht van een lidstaat wordt beheerst, op grond van de toepasselijke nationale voorschriften inzake erkenning van CSD's van derde landen, stelt de ESMA hiervan binnen twee jaar vanaf 16 januari 2024 in kennis.
De ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de informatie die de CSD van het derde land verplicht is haar te verstrekken in de in de tweede alinea bedoelde kennisgeving. Deze informatie blijft beperkt tot wat strikt noodzakelijk is, met inbegrip van, waar van toepassing en mogelijk:
het aantal deelnemers aan wie de CSD van het derde land de in de tweede alinea bedoelde diensten verleent of voornemens is te verlenen;
de categorieën financiële instrumenten ten aanzien waarvan de CSD van het derde land dergelijke diensten verricht, en
het totale volume en de totale waarde van dergelijke financiële instrumenten.
De ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 17 januari 2025 aan de Commissie voor.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om deze verordening aan te vullen door de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
De gedelegeerde handeling vastgesteld op grond van artikel 7, lid 15, punten a), b), en g), zoals van toepassing vóór 16 januari 2024, blijft van toepassing tot de datum van toepassing van de op grond van artikel 7, lid 10, vastgestelde gedelegeerde handeling.
Een CSD die in een andere lidstaat de in afdeling A, punten 1 en 2, van de bijlage bedoelde kerndiensten heeft verricht of die een bijkantoor heeft geopend, overeenkomstig artikel 23 zoals van toepassing vóór 16 januari 2024, valt onder de in artikel 23, leden 3 tot en met 6, beschreven procedure, doch enkel wat betreft:
het opzetten van een nieuw bijkantoor;
een verandering in het aanbod van die diensten.
Artikel 70
Wijzigingen van Richtlijn 98/26/EG
Richtlijn 98/26/EG wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2, onder a), eerste alinea, wordt het derde streepje vervangen door:
die door de lidstaat waarvan het recht toepasselijk is, onverminderd strengere algemeen toepasselijke voorwaarden die door de nationale wet worden voorgeschreven, als systeem is aangemerkt en bij de Europese Autoriteit voor effecten en markten is aangemeld, nadat die lidstaat zich ervan heeft vergewist dat de regels van het systeem adequaat zijn.”.
Aan artikel 11 wordt het volgende lid toegevoegd:
Artikel 71
Wijzigingen van Richtlijn 2014/65/EU
Richtlijn 2014/65/EU wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 2, lid 1, wordt punt o) vervangen door:
CSD’s, behalve als voorzien in artikel 73 van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad ( 13 ).
Aan artikel 4, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
|
„64. |
„centrale effectenbewaarinstelling” of „CSD” : een centrale effectenbewaarinstelling als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 1), van Verordening (EU) nr. 909/2014.”. |
In bijlage I, Deel B, wordt punt 1) vervangen door:
„1. Het bewaren en beheren van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarneming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- en/of zekerhedenbeheer en met uitsluiting van het verstrekken en aanhouden van effectenrekeningen bovenaan de houderschapsketen („centrale dienst voor het aanhouden van effectenrekeningen”), als bedoeld in punt 2 van afdeling A van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 909/2014.”.
▼M4 —————
Artikel 73
Toepassing van Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 600/2014
CSD’s die overeenkomstig artikel 16 van deze verordening een vergunning hebben verkregen, hebben geen vergunning uit hoofde van Richtlijn 2014/65/EU nodig om de diensten te verrichten die uitdrukkelijk in de afdelingen A en B van de bijlage worden vermeld.
Indien een CSD die overeenkomstig artikel 16 van deze verordening een vergunning heeft verkregen, een of meer beleggingsactiviteiten verricht naast het verrichten van uitdrukkelijk in de afdelingen A en B van de bijlage vermelde diensten, zijn Richtlijn 2014/65/EU, met uitzondering van de artikelen 5 tot en met 8, artikel 9, leden 1, 2, 4 en 6, en de artikelen 10 tot en met 13 en Verordening (EU) nr. 600/2014 van toepassing.
Artikel 74
Verslagen
►M4 De ESMA dient, in samenwerking met de EBA en de bevoegde en de relevante autoriteiten, bij de Commissie verslagen in waarin beoordelingen van tendensen, potentiële risico's en zwakke plekken en, indien noodzakelijk, aanbevelingen voor preventieve of verhelpende maatregelen op de markten voor diensten die onder deze verordening vallen, worden verricht. Die verslagen omvatten een beoordeling van de volgende elementen: ◄
de afwikkelingsefficiëntie voor binnenlandse en grensoverschrijdende operaties voor elke lidstaat, waarbij ten minste rekening wordt gehouden met:
het aantal en het volume van mislukte afwikkelingsoperaties en de ontwikkeling daarvan;
het effect van geldboetes op mislukte afwikkelingsoperaties voor alle instrumenten;
de duur en belangrijkste oorzaken van mislukte afwikkelingsoperaties;
de categorieën financiële instrumenten en markten waar de hoogste percentages mislukte afwikkelingsoperaties worden waargenomen;
een internationale vergelijking van de percentages mislukte afwikkelingsoperaties;
het bedrag van de in artikel 7 bedoelde geldboetes;
voor zover van toepassing, het aantal en de volumes van de in artikel 7 bis bedoelde verplichte buy-ins;
door de bevoegde autoriteiten genomen maatregelen om situaties aan te pakken waarin de afwikkelingsefficiëntie van een CSD over een periode van zes maanden aanzienlijk lager was dan de gemiddelde afwikkelingsefficiëntieniveaus die op de markt van de Unie werden geregistreerd;
de afwikkelingsefficiëntieniveaus ten opzichte van de situatie op grote kapitaalmarkten van derde landen en in termen van verhandelde instrumenten en soorten transacties die op die markten werden uitgevoerd;
het passende karakter van de geldboetes voor mislukte afwikkelingsoperaties, in het bijzonder de behoefte aan extra flexibiliteit voor die bij mislukte afwikkelingsoperaties opgelegde boetes met betrekking tot niet-liquide financiële instrumenten;
het aantal en het volume van de transacties die buiten de door CSD's geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen zijn afgewikkeld en de ontwikkeling daarvan in de tijd, met inbegrip van een vergelijking met het aantal en het volume van de transacties die zijn afgewikkeld in door CSD's geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen, op basis van de uit hoofde van artikel 9 ontvangen informatie en andere relevante informatie, alsmede de gevolgen van die ontwikkeling voor de mededinging op de afwikkelingsmarkt en potentiële risico's voor de financiële stabiliteit van interne afwikkeling;
de grensoverschrijdende verrichting van onder deze verordening vallende diensten, op basis van het aantal en de soorten CSD-koppelingen, het aantal buitenlandse deelnemers aan de door CSD’s geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen, het aantal en het volume van transacties waarbij die deelnemers betrokken zijn, het aantal buitenlandse uitgevende instellingen die hun effecten bij een CSD vastleggen overeenkomstig artikel 49 en enige andere relevante criteria;
de behandeling van toegangsverzoeken als bedoeld in de artikelen 47, 52 en 53, om na te gaan waarom toegangsverzoeken van CSD’s, CTP’s en handelsplatforms, worden geweigerd, en hoe de geconstateerde risico’s in de toekomst kunnen worden beperkt teneinde toegangsverzoeken ingewilligd te krijgen, alsook van andere aanzienlijke belemmeringen van de mededinging in posttransactionele financiële diensten;
de behandeling van de aanvragen die volgens de in artikel 23, leden 3 tot en met 7, en artikel 25, leden 4 tot en met 10, bedoelde procedures worden ingediend;
indien toepasselijk, de bevindingen van de „peer review” voor grensoverschrijdend toezicht in artikel 24, lid 6, en de vraag of dergelijke peer reviews in de toekomst minder vaak zouden kunnen plaatsvinden, alsmede of uit die bevindingen een behoefte aan meer formele colleges van toezichthouders kan worden afgeleid;
de toepassing van de regels van de lidstaten inzake burgerlijke aansprakelijkheid bij een verlies dat aan een CSD’s kan worden toegeschreven;
de procedures en voorwaarden volgens welke CSD’s een vergunning hebben verkregen om kredietinstellingen aan te wijzen of zelf bancaire nevendiensten te verrichten overeenkomstig de artikelen 54 en 55, met inbegrip van een beoordeling van de gevolgen die dergelijk verrichten kan hebben op de financiële stabiliteit en de mededinging bij het verrichten van afwikkeling en bancaire nevendiensten in de Unie;
de toepassing van de in artikel 38 bedoelde regels inzake de bescherming van effecten van deelnemers en die van hun cliënten, in het bijzonder de regels in artikel 38, lid 5;
de toepassing van sancties en in het bijzonder de behoefte aan verdere harmonisatie van de administratieve sancties voor de inbreuk op de in deze verordening neergelegde voorschriften;
de behandeling van overeenkomstig artikel 25, lid 2 bis, ingediende kennisgevingen.
De in lid 1 bedoelde verslagen worden als volgt bij de Commissie ingediend:
om de twee jaar voor de in lid 1, punten a), a bis), b), c), i) en 1), bedoelde verslagen;
om de drie jaar voor de in lid 1, punten d) en f), bedoelde verslagen;
ten minste om de drie jaar, en in ieder geval binnen zes maanden na een collegiale toetsing overeenkomstig artikel 24, voor het in lid 1, punt g), bedoelde verslag;
op verzoek van de Commissie, voor de in lid 1, punten e), h), j) en k), bedoelde verslagen.
De in lid 1 bedoelde verslagen worden uiterlijk op 30 april van het betrokken jaar, als bepaald overeenkomstig de in de eerste alinea van dit lid vastgestelde periodiciteit, aan de Commissie toegezonden.
Uiterlijk op 17 januari 2025 en vervolgens om de twee jaar legt de ESMA, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de beoordeling van de mogelijke verkorting van de in artikel 5, lid 2, eerste zin, bedoelde periode (“afwikkelingscyclus”). Dat verslag omvat:
een beoordeling van de wenselijkheid van het verkorten van de afwikkelingscyclus en van de mogelijke gevolgen van een dergelijke verkorting voor CSD's, handelsplatforms en andere marktdeelnemers;
een beoordeling van de kosten en baten van het verkorten van de afwikkelingscyclus in de Unie, waarbij in voorkomend geval een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende financiële instrumenten en categorieën transacties;
een gedetailleerde beschrijving van hoe er kan worden overgestapt op een kortere afwikkelingscyclus, waarbij in voorkomend geval een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende financiële instrumenten en categorieën transacties;
een overzicht van de internationale ontwikkelingen op het gebied van afwikkelingscycli en de gevolgen daarvan voor de kapitaalmarkten van de Unie.
Op verzoek van de Commissie verstrekt de ESMA een kosten-batenanalyse van de invoering van het verplichte buy-inproces. Deze kosten-batenanalyse bestaat uit de volgende elementen:
de gemiddelde duur van mislukte afwikkelingsoperaties met betrekking tot financiële instrumenten of categorieën transacties in die financiële instrumenten waarop verplichte buy-ins kunnen worden toegepast;
de gevolgen van de invoering van het verplichte buy-inproces voor de markt van de Unie, met inbegrip van een beoordeling van de onderliggende redenen van de mislukte afwikkelingsoperaties waarop verplichte buy-ins kunnen worden toegepast en een analyse van de gevolgen die voortvloeien uit het onderwerpen van specifieke financiële instrumenten en categorieën transacties aan verplichte buy-ins;
de toepassing van een soortgelijk buy-inproces op vergelijkbare markten van derde landen en de gevolgen voor het concurrentievermogen van de markt van de Unie;
duidelijke gevolgen van mislukte afwikkelingsoperaties voor de financiële stabiliteit van de Unie;
duidelijke gevolgen van uiteenlopende afwikkelingsefficiëntiepercentages voor de versnippering van de kapitaalmarkten van de Unie, inclusief de redenen waarom die percentages zo uiteenlopen en welke passende maatregelen er in dat verband kunnen worden genomen.
Dat verslag heeft ten minste betrekking op de vormgeving van de transactieomvang, de gedeeltelijke afwikkeling van mislukte transacties en het gebruik van geautomatiseerde uitlenings- en leningsprogramma's.
Daarna brengt de ESMA, na raadpleging van de leden van het ESCB, om de drie jaar verslag uit over eventuele aanvullende instrumenten om de afwikkelingsefficiëntie in de Unie te verbeteren. Indien er geen nieuwe instrumenten zijn vastgesteld, stelt de ESMA de Commissie daarvan in kennis en is zij niet verplicht een verslag voor te leggen.
Artikel 75
Toetsing
Uiterlijk op 17 januari 2029 toetst de Commissie deze verordening en stelt zij er een algemeen verslag over op. De Commissie beoordeelt met name:
de in artikel 74, lid 1, punten a) tot en met l), bedoelde kwesties, stelt vast of er andere aanzienlijke belemmeringen van de mededinging in de onder deze verordening vallende diensten zijn die onvoldoende worden ondervangen en overweegt de potentiële behoefte aan andere maatregelen om:
de afwikkeling efficiënter te maken;
de gevolgen van het falen van CSD's voor belastingbetalers te beperken;
vastgestelde, met interne afwikkeling verband houdende problemen op het gebied van mededinging of financiële stabiliteit aan te pakken;
de belemmeringen voor grensoverschrijdende afwikkeling te minimaliseren;
te zorgen voor adequate bevoegdheden en informatie voor de autoriteiten om risico's te monitoren;
de werking van het regelgevings- en toezichtkader voor CSD's in de Unie, met name de CSD’s wier activiteiten van substantieel belang zijn voor de werking van effectenmarkten en de bescherming van beleggers in de Unie in ten minste twee lidstaten van ontvangst, met bijzondere aandacht voor de grensoverschrijdende verrichting van diensten, potentiële risico's voor cliënten en deelnemers aan CSD's, beleggersbescherming en de financiële stabiliteit in de Unie;
de werking en het toepassingsgebied van het regelgevings- en toezichtkader van de Unie voor CSD's van derde landen, met name het toezicht op dergelijke CSD’s wanneer zij diensten in de Unie verrichten, met inbegrip van de rol van de ESMA.
De Commissie legt dat verslag voor aan het Europees Parlement en aan de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
Artikel 76
Inwerkingtreding en toepassing
In afwijking van de eerste alinea van dit lid, is artikel 5, lid 2, in het geval van een handelsplatform dat toegang heeft tot een CSD als bedoeld in artikel 30, lid 5, van toepassing ten minste zes maanden voordat deze CSD haar activiteiten aan de toepasselijke publiekrechtelijke entiteit uitbesteedt, en in elk geval vanaf 1 januari 2016.
Op een mtf die aan de in artikel 33, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU neergelegde criteria voldoet, is artikel 7, lid 3, tweede alinea, van deze verordening van toepassing:
tot de definitieve beslissing over haar registratieaanvraag overeenkomstig artikel 33 van Richtlijn 2014/65/EU, of
indien een mtf geen aanvraag tot registratie overeenkomstig artikel 33 van Richtlijn 2014/65/EU heeft ingediend, tot ►M1 13 juni 2018 ◄ .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
LIJST VAN DIENSTEN
AFDELING A
Kerndiensten van centrale effectenbewaarinstellingen
1. Initiële vastlegging van effecten in een giraal systeem („notariële dienst”);
2. Verstrekken en aanhouden van effectenrekeningen bovenaan de houderschapsketen („centrale dienst voor het aanhouden van effectenrekeningen”);
3. Exploiteren van een effectenafwikkelingssysteem („afwikkelingsdienst”).
AFDELING B
Niet-bancaire nevendiensten van CSD’s die geen krediet- of liquiditeitsrisico inhouden
Door CSD’s verrichte diensten die bijdragen tot het vergroten van de veiligheid, efficiëntie en transparantie van de effectenmarkt, die onder meer, maar niet uitsluitend de onderstaande diensten kunnen omvatten:
Diensten in verband met de afwikkelingsdienst, zoals:
organiseren van een effectenuitleenmechanisme als agent onder deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem;
verlenen van diensten voor zekerhedenbeheer als agent voor deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem;
afwikkelingsmatching, instructierouting, transactiebevestiging, transactieverificatie.
Diensten in verband met de notariële diensten en centrale diensten voor het aanhouden van effectenrekeningen, zoals:
diensten in verband met aandeelhoudersregisters;
het ondersteunen van de verwerking van beheersdaden („corporate actions”), met inbegrip van fiscale diensten, informatiediensten en diensten in verband met algemene vergaderingen;
diensten in verband met nieuwe uitgiften, met inbegrip van de toewijzing en het beheer van ISIN-codes en soortgelijke codes;
instructierouting en -verwerking, innen en verwerken van vergoedingen en daarmee verband houdende rapportage.
Het instellen van CSD-koppelingen, het aanbieden, aanhouden of exploiteren van effectenrekeningen in verband met de afwikkelingsdienst, andere nevendiensten.
Andere diensten, zoals:
verlenen van algemene diensten voor zekerhedenbeheer als agent;
rapportage uit hoofde van de regelgeving;
verstrekken van informatie, gegevens en statistieken aan markt/censusbureaus of andere gouvernementele of intergouvernementele entiteiten;
verlenen van IT-diensten.
AFDELING C
Bancaire nevendiensten
Bancaire diensten die rechtstreeks verband houden met de in de afdelingen A en B vermelde kern- of nevendiensten, zoals:
verstrekken van kasrekeningen aan en het aanvaarden van deposito’s van deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem en houders van effectenrekeningen, in de zin van punt 1 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU;
verstrekken van geldkrediet tot uiterlijk de volgende werkdag, voorfinanciering van beheersdaden („corporate actions”) en uitlenen van effecten aan houders van effectenrekeningen, in de zin van punt 2 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU;
betalingsdiensten rond de verwerking van geld- en valutatransacties, in de zin van punt 4 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU
garanties en vastleggingen in verband met uitlening en lening van effecten, in de zin van punt 6 van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU
kasverrichtingen rond buitenlandse valuta en overdraagbare effecten die verband houden met het langetermijnbeheer voor de deelnemers in de zin van punt 7, b) en e), van bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EU.
( 1 ) Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38).
( 2 ) Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64).
( 3 ) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
( 4 ) Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1).
( 5 ) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
( 6 ) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32).
( 7 ) Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
( 8 ) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1).
( 9 ) Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1).
( 10 ) Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15).
( 11 ) Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PB L 214 van 4.8.2006, blz. 29).
( 12 ) Besluit 2001/528/EG van de Commissie van 6 juni 2001 tot instelling van het Europees Comité voor het effectenbedrijf (PB L 191 van 13.7.2001, blz. 45).
( 13 ) Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).”.