02017R0352 — NL — 28.05.2020 — 001.001
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2017/352 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 februari 2017 tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens (PB L 057 van 3.3.2017, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EU) 2020/697 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 mei 2020 |
L 165 |
7 |
27.5.2020 |
|
VERORDENING (EU) 2017/352 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 15 februari 2017
tot vaststelling van een kader voor het verrichten van havendiensten en gemeenschappelijke regels inzake de financiële transparantie van havens
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
VOORWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Voorwerp en toepassingsgebied
1. Bij deze verordening worden vastgesteld:
een kader voor het verrichten van havendiensten;
gemeenschappelijke voorschriften inzake financiële transparantie en heffingen op havendiensten en op het gebruik van haveninfrastructuur.
2. Deze verordening is van toepassing op het verrichten van de volgende categorieën van havendiensten („havendiensten”), hetzij binnen havengebieden, hetzij op de waterweg naar de haven:
bunkering,
vrachtafhandeling,
meren,
passagiersdiensten,
ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen,
loodsdiensten, alsmede
slepen.
3. Artikel 11, lid 2, is ook van toepassing op baggerwerkzaamheden.
4. Deze verordening is van toepassing op alle zeehavens die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk, als opgenomen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1315/2013.
5. De lidstaten kunnen besluiten deze verordening niet toe te passen op zeehavens van het uitgebreide netwerk in de in artikel 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde ultraperifere gebieden. Indien lidstaten besluiten deze verordening niet toe te passen op die zeehavens, stellen zij de Commissie in kennis van dat besluit.
6. De lidstaten kunnen deze verordening ook toepassen op andere zeehavens. Indien lidstaten besluiten deze verordening toe te passen op andere zeehavens, stellen zij de Commissie in kennis van hun besluit.
7. Deze verordening laat de Richtlijnen 2014/23/EU ( 1 ) en 2014/24/EU ( 2 ) van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2014/25/EU onverlet.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1. |
„bunkering” : de levering van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van vaartuigen en de algemene en specifieke energievoorziening aan boord van een aan een aanlegplaats gemeerd vaartuig; |
|
2. |
„vrachtafhandeling” : de organisatie en behandeling van vracht tussen het vaartuig dat de vracht vervoert en de wal, voor de invoer, uitvoer of doorvoer van de vracht, met inbegrip van de verwerking, het vastsjorren, het losmaken, de stuwage, het vervoer en de tijdelijke opslag van de vracht in de desbetreffende vrachtafhandelingsterminal, en rechtstreeks gerelateerd aan het vervoer van de vracht, maar met uitzondering van — tenzij door de lidstaat anders bepaald — de opslag, ontmanteling, herverpakking of enige andere dienst met toegevoegde waarde die verband houdt met de vracht; |
|
3. |
„bevoegde instantie” : een openbare of particuliere instantie die namens een lokaal, regionaal of nationaal niveau gerechtigd is, krachtens nationaal recht of nationale rechtsinstrumenten, samen met of in plaats van de havenbeheerder activiteiten te verrichten in verband met de organisatie en het beheer van havenactiviteiten; |
|
4. |
„baggeren” : het verwijderen van zand, slib of andere materie van de bodem van de waterweg naar de haven, of binnen het havengebied dat onder de bevoegdheid van de havenbeheerder valt, met inbegrip van het afvoeren van het verwijderde materiaal, om vaartuigen toegang tot die haven te verschaffen; het omvat zowel initiële verwijdering (aanleg- en verdiepingsbaggerwerken) als onderhoudsbaggerwerken uitgevoerd om de waterweg toegankelijk te houden, zonder dat dit een aan de gebruiker aangeboden havendienst vormt; |
|
5. |
„havenbeheerder” : een publieke of particuliere instantie die, krachtens nationaal recht of rechtsinstrumenten, tot doel heeft of wordt gemachtigd om, op lokaal niveau, al dan niet in combinatie met andere activiteiten, de haveninfrastructuur te besturen en te beheren en één of meer van de volgende taken in de betrokken haven te verrichten: de coördinatie van het havenverkeer, het beheer van het havenverkeer, en de coördinatie en controle van de activiteiten van de in de betrokken haven aanwezige exploitanten; |
|
6. |
„meren” : de af- en ontmeerdiensten, inclusief het langs de kade verslepen, die nodig zijn voor de veilige bediening van een vaartuig in de haven of in de waterweg naar de haven; |
|
7. |
„passagiersdiensten” : de organisatie en de afhandeling van passagiers, hun bagage en hun voertuigen tussen het vaartuig waarop ze worden vervoerd en de wal, met inbegrip van de verwerking van persoonsgegevens en het vervoer van passagiers binnen de desbetreffende passagiersterminal; |
|
8. |
„loodsdiensten” : het begeleiden van een vaartuig door een loods of loodsstation met het oog op het veilig in- of uitvaren van de waterweg naar de haven of het veilig varen in de haven door het vaartuig; |
|
9. |
„heffing op het gebruik van haveninfrastructuur” : een heffing die wordt geïnd, en direct of indirect ten goede komt aan de havenbeheerder of de bevoegde instantie, voor het gebruik van infrastructuur, installaties en diensten, met inbegrip van de waterweg naar de betrokken haven, en voor de toegang tot de verwerking van passagiers en vracht, maar met uitsluiting van landpachttarieven en heffingen van gelijke werking; |
|
10. |
„ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen” : de ontvangst van scheepsafval en ladingsresiduen door iedere vaste, drijvende of mobiele voorziening die geschikt is voor de ontvangst van scheepsafval of ladingresiduen als omschreven in Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ); |
|
11. |
„heffing op havendiensten” : een heffing die wordt geïnd en ten goede komt aan de aanbieder van havendiensten en wordt betaald door de gebruiker van de desbetreffende diensten; |
|
12. |
„havendienstovereenkomst” : een formele en wettelijk bindende overeenkomst of rechtshandeling van gelijke werking tussen een aanbieder van havendiensten en de havenbeheerder of de bevoegde instantie die betrekking heeft op het verrichten van één of meer havendiensten; deze laat de vorm van aanwijzing van aanbieders van havendiensten onverlet; |
|
13. |
„aanbieder van havendiensten” : elke natuurlijke of rechtspersoon die tegen betaling één of meer categorieën van havendiensten verricht of wenst te verrichten; |
|
14. |
„openbaredienstverplichting” : een verplichting die is omschreven of vastgesteld om de verrichting te waarborgen van havendiensten of -activiteiten van algemeen belang die een exploitant, indien hij zijn eigen commerciële belangen zou volgen, niet of niet in dezelfde mate of tegen dezelfde voorwaarden op zich zou nemen; |
|
15. |
„korte vaart” : de verplaatsing over zee van vracht en passagiers tussen in Europa (in geografische zin) gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen met een kustlijn langs omsloten zeeën die aan Europa grenzen; |
|
16. |
„zeehaven” : een uit land en water bestaand gebied met infrastructuur en voorzieningen die voornamelijk dienen voor de ontvangst van vaartuigen, het laden en lossen daarvan, de opslag van goederen, het in ontvangst nemen en leveren van die goederen en het in- en ontschepen van passagiers, bemanningsleden en andere personen, evenals enige andere infrastructuur die voor vervoersexploitanten in het havengebied noodzakelijk is; |
|
17. |
„slepen” : met behulp van een sleepboot aan een vaartuig bijstand bieden bij het manoeuvreren met het oog op het veilig in- of uitvaren van de haven of het veilig varen in de haven; |
|
18. |
„waterweg naar de haven” : een toegang over het water tot de haven vanaf de open zee, zoals toegangsvaarwegen, vaargeulen, rivieren, zeekanalen en fjorden, mits die waterweg onder de bevoegdheid van de havenbeheerder valt. |
HOOFDSTUK II
VERRICHTEN VAN HAVENDIENSTEN
Artikel 3
Organisatie van havendiensten
1. Overeenkomstig deze verordening kan de toegang tot de markt voor het verrichten van havendiensten in zeehavens, onderworpen zijn aan:
minimumeisen aan het verrichten van havendiensten,
beperkingen van het aantal aanbieders,
openbaredienstverplichtingen,
beperkingen in verband met interne exploitanten.
2. De lidstaten kunnen besluiten in het nationale recht geen enkele van de in lid 1 bedoelde voorwaarden op te leggen aan één of meer categorieën van havendiensten.
3. De voorwaarden inzake toegang tot de havenvoorzieningen, -installaties en -uitrusting zijn billijk, redelijk en niet-discriminerend.
Artikel 4
Minimumeisen aan het verrichten van havendiensten
1. De havenbeheerder of de bevoegde instantie kan eisen dat aanbieders van havendiensten, met inbegrip van onderaannemers, voldoen aan minimumeisen voor de verrichting van de desbetreffende havendienst.
2. De in lid 1 bedoelde minimumeisen mogen alleen betrekking hebben op:
de beroepskwalificaties van de aanbieder van havendiensten, diens personeel of de natuurlijke personen die de activiteiten van de aanbieder van havendiensten daadwerkelijk en permanent beheren;
de financiële draagkracht van de aanbieder van havendiensten;
de uitrusting die nodig is om de desbetreffende havendienst te verrichten in normale en veilige omstandigheden en het vermogen om deze uitrusting op het vereiste niveau te houden;
de beschikbaarheid van de betrokken havendienst voor alle gebruikers, aan alle aanlegplaatsen en zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door;
naleving van eisen ten aanzien van maritieme veiligheid of de veiligheid en beveiliging van de haven of de toegang tot de haven, de installaties, uitrusting en werknemers en andere personen;
naleving van lokale, nationale, uniale en internationale milieueisen;
naleving van verplichtingen op het gebied van sociale en arbeidswetgeving die in de lidstaat van de betrokken haven van toepassing zijn, met inbegrip van de voorwaarden van geldende collectieve overeenkomsten, bemanningsvoorschriften en voorschriften met betrekking tot werk- en rusttijden voor zeevarenden, en de van toepassing zijnde regels inzake arbeidsinspecties;
de betrouwbaarheid van de aanbieder van de havendienst, als bepaald overeenkomstig eventueel toepasselijk nationaal recht inzake betrouwbaarheid, rekening houdend met dwingende redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aanbieder van havendiensten.
3. Onverminderd lid 4 brengt een lidstaat, wanneer hij het nodig acht een vlagvereiste op te leggen met het oog op de volledige naleving van lid 2, onder g), voor vaartuigen die voornamelijk worden gebruikt voor sleep- of meeractiviteiten in havens op zijn grondgebied, de Commissie van zijn besluit op de hoogte vóór de bekendmaking van de kennisgeving betreffende een overeenkomst, of, bij ontstentenis daarvan, alvorens een vlagvereiste op te leggen.
4. De minimumeisen:
zijn transparant, objectief, niet-discriminerend, evenredig en relevant voor de categorie en aard van de betrokken havendiensten;
worden nageleefd totdat het recht om havendiensten te verrichten vervalt.
5. Indien de minimumeisen specifieke kennis van de plaatselijke omstandigheden omvatten, zorgt de havenbeheerder of de bevoegde instantie dat er adequate toegang tot informatie is, onder transparante en niet-discriminerende voorwaarden.
6. In de in lid 1 bedoelde gevallen maakt de havenbeheerder of de bevoegde instantie de in lid 2 bedoelde minimumeisen en de procedure voor het verlenen van het recht om met inachtneming van deze eisen havendiensten te verrichten, uiterlijk op 24 maart 2019 of, in het geval van minimumeisen die van kracht worden na die datum, ten minste drie maanden voor de datum waarop deze minimumeisen van kracht worden, bekend. De havenbeheerder of de bevoegde instantie stelt de aanbieders van havendiensten van tevoren in kennis van wijzigingen in de criteria en de procedure.
7. De toepassing van dit artikel laat artikel 7 onverlet.
Artikel 5
Procedure om de naleving van de minimumeisen te waarborgen
1. De havenbeheerder of de bevoegde instantie behandelt aanbieders van havendiensten op transparante, objectieve, niet-discriminerende en evenredige wijze.
2. De havenbeheerder of de bevoegde instantie verleent of weigert het recht om havendiensten te verrichten op grond van de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde minimumeisen binnen een redelijke termijn, en in elk geval niet later dan vier maanden na ontvangst van een verzoek om verlening van een dergelijk recht en de nodige documenten.
3. Elke weigering door de havenbeheerder of de bevoegde instantie wordt naar behoren gemotiveerd op basis van de in artikel 4, lid 2, omschreven minimumeisen.
4. Elke beperking in de tijd of beëindiging, door de havenbeheerder of de bevoegde instantie, van het recht om havendiensten te verrichten wordt naar behoren gemotiveerd en is in overeenstemming met lid 1.
Artikel 6
Beperkingen van het aantal aanbieders van havendiensten
1. De havenbeheerder of de bevoegde instantie kan het aantal aanbieders van havendiensten voor een gegeven havendienst beperken om één of meer van de volgende redenen:
de schaarste of het gereserveerde gebruik van de beschikbare ruimte aan land of op de oever, op voorwaarde dat de beperking in overeenstemming is met de besluiten of plannen die zijn goedgekeurd door de havenbeheerder en, indien van toepassing, door een andere overheid bevoegd overeenkomstig nationaal recht;
het ontbreken van een dergelijke beperking belemmert het nakomen van openbaredienstverplichtingen als bedoeld in artikel 7, daaronder begrepen gevallen waarin het ontbreken van de beperking voor de havenbeheerder, de bevoegde instantie of de havengebruikers leidt tot buitensporig hoge kosten in verband met het nakomen van dergelijke verplichtingen;
het ontbreken van een dergelijke beperking vormt een belemmering voor het verzekeren van veilige, beveiligde of ecologisch duurzame havenactiviteiten;
de kenmerken van de haveninfrastructuur of de aard van het havenverkeer zijn van dien aard dat zij geen activiteiten van meerdere aanbieders van havendiensten in de haven mogelijk maken;
wanneer overeenkomstig artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU is geconstateerd dat een havensector of subsector, samen met zijn havendiensten, binnen een lidstaat een activiteit verricht die rechtstreeks blootstaat aan concurrentie overeenkomstig artikel 34 van die richtlijn. In die gevallen zijn de leden 2 en 3 van dit artikel niet van toepassing.
2. Teneinde belangstellende partijen de kans te geven om binnen een redelijke termijn opmerkingen te formuleren, maakt de havenbeheerder of de bevoegde instantie het voorstel om het aantal aanbieders van een havendienst te beperken overeenkomstig lid 1 samen met de gronden ter rechtvaardiging ten minste drie maanden voor de vaststelling van het besluit om het aantal aanbieders van een havendienst te beperken bekend.
3. De havenbeheerder of de bevoegde instantie maakt het genomen besluit om het aantal aanbieders van havendiensten te beperken bekend.
4. Indien de havenbeheerder of de bevoegde instantie besluit het aantal aanbieders van een havendienst te beperken, wordt een selectieprocedure gevolgd die openstaat voor alle belangstellende partijen en die niet-discriminerend en transparant is. De havenbeheerder of de bevoegde instantie maakt informatie bekend over de aan te bieden havendienst en de selectieprocedure en zorgt ervoor dat alle belangstellende partijen effectief toegang hebben tot de informatie die essentieel is voor het voorbereiden van hun inschrijvingen. Belanghebbende partijen krijgen genoeg tijd om hen toe te laten een degelijke evaluatie te maken en hun inschrijvingen voor te bereiden. In normale omstandigheden bedraagt de minimumtermijn 30 dagen.
5. Lid 4 is niet van toepassing in de gevallen bedoeld in lid 1, onder e), en in lid 7 van dit artikel, en in artikel 8.
6. Wanneer de havenbeheerder of de bevoegde instantie zelf of via een juridisch zelfstandige entiteit waarover hij rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap uitoefent, havendiensten verricht, neemt de betrokken lidstaat de nodige maatregelen om belangenconflicten te voorkomen. Indien dergelijke maatregelen uitblijven, mag het aantal aanbieders niet kleiner zijn dan twee, tenzij een beperking van het aantal aanbieders van havendiensten tot één enkele aanbieder door één of meer van de in lid 1 genoemde redenen gerechtvaardigd wordt.
7. Lidstaten kunnen besluiten dat hun havens van het uitgebreide netwerk die niet voldoen aan de criteria in artikel 20, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1315/2013, het aantal dienstverleners voor een bepaalde havendienst kunnen beperken. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van een dergelijk besluit.
Artikel 7
Openbaredienstverplichtingen
1. De lidstaten kunnen besluiten aan havendiensten gerelateerde openbaredienstverplichtingen op te leggen aan aanbieders van havendiensten en kunnen het recht om dergelijke verplichtingen op te leggen overdragen aan de havenbeheerder of aan de bevoegde instantie, om ten minste een van de volgende aspecten te waarborgen:
de beschikbaarheid van de havendienst voor alle havengebruikers, aan alle aanlegplaatsen, zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door;
de beschikbaarheid van de dienst voor alle gebruikers onder dezelfde voorwaarden;
de betaalbaarheid van de dienst voor bepaalde categorieën van gebruikers;
de veiligheid, beveiliging of ecologische duurzaamheid van havenactiviteiten;
de voorziening van passende vervoersdiensten voor het publiek, en
territoriale samenhang.
2. De in lid 1 bedoelde openbaredienstverplichtingen zijn duidelijk omschreven, transparant, niet-discriminerend en controleerbaar en zij waarborgen gelijke toegang voor alle in de Unie gevestigde aanbieders van havendiensten.
3. Indien een lidstaat besluit voor dezelfde dienst openbaredienstverplichtingen op te leggen in al zijn zeehavens die onder deze verordening vallen, stelt hij de Commissie in kennis van deze verplichtingen.
4. In geval van een verstoring van havendiensten waarvoor openbaredienstverplichtingen zijn opgelegd of wanneer er een direct risico op een dergelijke situatie bestaat, kan de havenbeheerder of de bevoegde instantie een noodmaatregel treffen. De noodmaatregel kan de vorm aannemen van een directe gunning om de dienst voor een termijn van maximaal twee jaar aan een andere aanbieder toe te wijzen. In deze periode start de havenbeheerder of de bevoegde instantie een nieuwe procedure om een aanbieder van havendiensten te selecteren of past de havenbeheerder of de bevoegde instantie artikel 8 toe. Collectieve vakbondsacties die plaatsvinden in overeenstemming met nationaal recht worden niet beschouwd als een verstoring van havendiensten waarvoor een noodmaatregel kan worden getroffen.
Artikel 8
Interne exploitant
1. Onverminderd artikel 6, lid 6, kan de havenbeheerder of de bevoegde instantie besluiten een havendienst zelf te verrichten, dan wel via een juridisch zelfstandige entiteit waarover de havenbeheerder of de bevoegde instantie een bepaalde mate van zeggenschap uitoefent die vergelijkbaar is met de zeggenschap die hij of zij over de eigen diensten heeft, mits artikel 4 op gelijke wijze van toepassing is op alle exploitanten die de betrokken havendienst verrichten. In een dergelijk geval wordt de aanbieder van havendiensten voor de toepassing van deze verordening geacht een interne exploitant te zijn.
2. De havenbeheerder of de bevoegde instantie wordt alleen geacht een bepaalde mate van zeggenschap over een juridisch zelfstandige entiteit uit te oefenen die vergelijkbaar is met de zeggenschap die de havenbeheerder of de bevoegde instantie over de eigen diensten heeft, indien deze een beslissende invloed uitoefent op zowel de strategische doelstellingen als de belangrijke beslissingen van de betrokken entiteit.
3. In de in artikel 6, lid 1, onder a) tot en met d), bedoelde gevallen mag de interne exploitant de hem toegewezen havendienst slechts uitvoeren in de haven of havens waarvoor hij als aanbieder van de havendienst is aangewezen.
Artikel 9
Waarborging van werknemersrechten
1. Deze verordening laat de toepassing van de sociale en arbeidsregelgeving van de lidstaten onverlet.
2. Onverminderd het Unierecht en het nationale recht, met inbegrip van toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten tussen sociale partners, vereist de havenbeheerder of de bevoegde instantie dat de aangewezen aanbieder van havendiensten zijn personeel arbeidsvoorwaarden biedt die overeenstemmen met de toepasselijke verplichtingen inzake sociale en arbeidswetgeving en dat deze aan de in het Unierecht, het nationale recht of de collectieve arbeidsovereenkomsten opgenomen sociale normen voldoet.
3. In het geval van een wijziging van aanbieder van havendiensten als gevolg van een gunning van een concessie of overheidsopdracht, kan de havenbeheerder of de bevoegde instantie vereisen dat de rechten en verplichtingen van de gevestigde aanbieder van havendiensten die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding als omschreven in het nationale recht en die op de datum van die wijziging bestaat, aan de nieuw aangewezen aanbieder van havendiensten worden overgedragen. In dat geval worden aan het eerder bij de gevestigde aanbieder van havendiensten werkzame personeel dezelfde rechten toegekend als die welke het genoten zou hebben indien een overgang van onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG zou hebben plaatsgevonden.
4. Wanneer, in het kader van het verrichten van havendiensten, een overdracht van personeel plaatsvindt, worden in de aanbestedingsdocumenten en de havendienstovereenkomsten de betrokken personeelsleden opgesomd en transparante details verstrekt over hun contractuele rechten en de voorwaarden waaronder werknemers worden geacht aan de havendiensten verbonden te zijn.
Artikel 10
Vrijstellingen
1. Dit hoofdstuk en artikel 21 zijn niet van toepassing op vrachtafhandeling, passagiers- of loodsdiensten.
2. De lidstaten kunnen besluiten dit hoofdstuk en artikel 21 toe te passen op loodsdiensten. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van een dergelijk besluit.
HOOFDSTUK III
FINANCIËLE TRANSPARANTIE EN AUTONOMIE
Artikel 11
Transparantie van financiële betrekkingen
1. De financiële betrekkingen tussen overheden en een havenbeheerder of een andere entiteit die namens hem havendiensten verricht en die publieke middelen ontvangt, worden op transparante wijze in het boekhoudingssysteem weergegeven om een duidelijk beeld te verschaffen over:
de rechtstreekse toekenning van publieke middelen door overheden aan de betrokken havenbeheerders;
de toekenning van publieke middelen door overheden via overheidsbedrijven of openbare financiële instellingen, alsmede
de besteding van die publieke middelen aan de doelen waarvoor ze zijn toegewezen.
2. Wanneer de havenbeheerder die publieke middelen ontvangt zelf haven- of baggerdiensten aanbiedt, of wanneer een andere entiteit die diensten namens hem aanbiedt, houdt hij van die publiek gefinancierde haven- of baggerdienst een afzonderlijke boekhouding bij, op zodanige wijze dat:
alle kosten en opbrengsten correct worden toegerekend op grond van consequent toegepaste en objectief te rechtvaardigen beginselen inzake kostprijsadministratie, en
de beginselen inzake kostprijsadministratie volgens welke de gescheiden boekhoudingen worden gevoerd, duidelijk vastliggen.
3. De in lid 1 bedoelde publieke middelen omvatten aandelenkapitaal en kapitaalmiddelen van dezelfde aard als aandelenkapitaal, niet of slechts onder bepaalde omstandigheden terug te betalen subsidies, leningen, met inbegrip van overdisposities en voorschotten op kapitaalinbreng, door overheden aan de havenbeheerder verstrekte garanties, en elke andere vorm van financiële overheidssteun.
4. De havenbeheerder, of een andere entiteit die namens hem havendiensten aanbiedt, bewaart de in leden 1 en 2 bedoelde informatie over de financiële betrekkingen gedurende vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het boekjaar waarop de informatie betrekking heeft.
5. De havenbeheerder, of een andere entiteit die namens hem havendiensten aanbiedt, stelt de bevoegde instantie in de betrokken lidstaat in het geval van een formele klacht en op verzoek de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie ter beschikking, evenals alle aanvullende informatie die noodzakelijk wordt geacht voor een grondige analyse van de ingediende gegevens en om te beoordelen of deze verordening wordt nageleefd overeenkomstig de mededingingsregels. Dergelijke informatie wordt door de bevoegde instantie op verzoek ter beschikking gesteld aan de Commissie. De informatie wordt verstrekt binnen drie maanden na de datum van het verzoek.
6. Indien de havenbeheerder of een andere entiteit die namens hem havendiensten aanbiedt, in voorgaande boekjaren geen publieke middelen heeft ontvangen, maar in een bepaald boekjaar begunstigde van publieke middelen wordt, past hij de leden 1 en 2 toe vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin de overdracht van de publieke middelen plaatsvindt.
7. Indien publieke middelen worden betaald als vergoeding voor een openbaredienstverplichting, worden zij afzonderlijk verantwoord in de desbetreffende boekhouding en mogen zij niet naar een andere dienst of bedrijfsactiviteit worden overgeboekt.
8. De lidstaten kunnen beslissen dat lid 2 van dit artikel niet geldt voor hun havens van het uitgebreide netwerk die niet voldoen aan de criteria in artikel 20, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1315/2013 indien dit leidt tot een administratieve belasting die onevenredig groot is, mits alle ontvangen publieke middelen en het gebruik daarvan voor het verrichten van havendiensten volledig transparant blijven in het boekhoudingssysteem. De lidstaten stellen de Commissie vooraf in kennis van een dergelijk besluit.
Artikel 12
Heffingen op havendiensten
1. Heffingen voor de diensten die door een interne exploitant worden verricht en waarvoor een openbaredienstverplichting geldt, de heffingen voor loodsdiensten die niet aan daadwerkelijke mededinging zijn blootgesteld, alsmede de heffingen die worden opgelegd door aanbieders van havendiensten als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder b), worden op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze bepaald en zijn evenredig aan de kosten van de aangeboden dienst.
2. De betaling van deze heffingen op havendiensten kan worden geïntegreerd in andere betalingen, zoals de betaling van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur. In dat geval zorgen de aanbieder van havendiensten en, voor zover van toepassing, de havenbeheerder ervoor dat het bedrag van de heffing op de havendienst gemakkelijk identificeerbaar is voor de gebruiker van de havendienst.
3. De aanbieder van havendiensten stelt in het geval van een formele klacht en op verzoek de bevoegde instantie in de betrokken lidstaat alle relevante informatie ter beschikking over de elementen die als basis dienen voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op havendiensten die onder lid 1 vallen.
Artikel 13
Heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur
1. De lidstaten zorgen ervoor dat er een heffing op het gebruik van haveninfrastructuur wordt opgelegd. Deze heffing verhindert niet dat aanbieders van havendiensten die gebruikmaken van de haveninfrastructuur heffingen op havendiensten opleggen.
2. De betaling van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur kan worden geïntegreerd in andere betalingen, zoals de betaling van de heffingen op havendiensten. In dat geval zorgt de havenbeheerder ervoor dat het bedrag van de heffing op het gebruik van haveninfrastructuur gemakkelijk identificeerbaar blijft voor de gebruiker van de haveninfrastructuur.
3. Om bij te dragen tot een efficiënt systeem voor het opleggen van heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur, worden de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur bepaald op basis van de eigen commerciële strategie en investeringsplannen van de haven en voldoen zij aan de mededingingsregels. In voorkomend geval voldoen deze heffingen ook aan de algemene voorschriften die in het kader van het algemeen havenbeleid van de betrokken lidstaat zijn bepaald.
4. Onverminderd lid 3 mogen heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur worden gedifferentieerd overeenkomstig de eigen economische strategie en het beleid inzake ruimtelijke ordening van de haven, gerelateerd, onder andere, aan bepaalde categorieën gebruikers, of om het efficiënter gebruik van de haveninfrastructuur, de korte vaart of goede milieuprestaties, dan wel het energie- of koolstofefficiënt vervoer te bevorderen. De criteria voor een dergelijke differentiatie zijn transparant, objectief, niet-discriminerend en in overeenstemming met het mededingingsrecht, inclusief de regels inzake staatssteun. De heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur kunnen mede gebaseerd zijn op externe kosten en kunnen variëren naargelang de commerciële praktijken.
5. De havenbeheerder of de bevoegde instantie zorgt ervoor dat de gebruikers van de haven en de vertegenwoordigers of verenigingen van havengebruikers in kennis worden gesteld van de aard en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur. De havenbeheerder of de bevoegde instantie zorgt ervoor dat gebruikers van haveninfrastructuur in kennis worden gesteld van wijzigingen in de aard of het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en dit ten minste twee maanden vóór de dag waarop die wijzigingen van kracht worden. De havenbeheerder of de bevoegde instantie is niet verplicht differentiaties in de heffingen als gevolg van individuele onderhandelingen openbaar te maken.
6. De havenbeheerder stelt in het geval van een formele klacht en op verzoek de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat de in leden 4 en 5 bedoelde informatie en alle relevante informatie over de elementen die als basis dienen voor het bepalen van de structuur en het niveau van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur ter beschikking. Die instantie stelt de informatie op verzoek ter beschikking aan de Commissie.
HOOFDSTUK IV
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 14
Opleiding van personeel
Aanbieders van havendiensten zorgen ervoor dat personeelsleden de nodige opleiding krijgen om de voor het verrichten van hun werkzaamheden vereiste kennis te vergaren, met bijzondere nadruk op de gezondheids- en veiligheidsaspecten, en zorgen ervoor dat de opleidingsvereisten op regelmatige basis geactualiseerd worden om aan de uitdagingen van technologische innovatie tegemoet te komen.
Artikel 15
Raadpleging van havengebruikers en andere belanghebbenden
1. De havenbeheerder raadpleegt overeenkomstig het toepasselijke nationale recht de havengebruikers over zijn heffingenbeleid, ook in de in artikel 8 bedoelde gevallen. Deze raadpleging gebeurt ook bij elke aanzienlijke wijziging van de heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur en heffingen op havendiensten in de gevallen waar interne exploitanten havendiensten verrichten waarvoor openbaredienstverplichtingen gelden.
2. De havenbeheerder raadpleegt overeenkomstig het toepasselijke nationale recht de havengebruikers en andere relevante belanghebbenden over essentiële, onder zijn bevoegdheid vallende aangelegenheden in verband met:
de coördinatie van havendiensten binnen het havengebied;
maatregelen om de verbindingen met het achterland te verbeteren, waaronder maatregelen om het vervoer per spoor en over de binnenwateren te ontwikkelen en de efficiëntie ervan te verbeteren;
de efficiëntie van administratieve procedures in de haven en maatregelen om deze te vereenvoudigen;
milieuaspecten;
ruimtelijke ordening, alsmede
maatregelen ter waarborging van de veiligheid in het havengebied, waaronder, in voorkomend geval, de gezondheid en veiligheid van havenwerkers.
3. De aanbieders van havendiensten stellen havengebruikers passende informatie over de aard en het niveau van de heffingen op havendiensten ter beschikking.
4. Bij het nakomen van hun krachtens dit artikel opgelegde verplichtingen eerbiedigen de havenbeheerder en de aanbieders van havendiensten de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie.
Artikel 16
Behandeling van klachten
1. Elke lidstaat zorgt ervoor dat er een doeltreffende procedure voorhanden is voor het behandelen van klachten die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening voor zeehavens van die lidstaat die onder deze verordening vallen.
2. Klachten worden behandeld op een wijze die belangenconflicten voorkomt en functioneel onafhankelijk is van havenbeheerders en aanbieders van havendiensten. De lidstaten zorgen ervoor dat er een daadwerkelijke functionele scheiding bestaat tussen de behandeling van klachten enerzijds en de eigendom en het beheer van havens, het verrichten van havendiensten en het gebruik van havens anderzijds. De behandeling van klachten geschiedt op onpartijdige en transparante wijze en met inachtneming van de vrijheid van ondernemen.
3. Klachten worden ingediend in de lidstaat van de haven waar het geschil verondersteld wordt te zijn ontstaan. De lidstaten zorgen ervoor dat havengebruikers en andere relevante belanghebbenden in kennis worden gesteld van de plaats waar en de wijze waarop een klacht kan worden ingediend, en welke instanties verantwoordelijk zijn voor de behandeling van klachten.
4. De voor de behandeling van klachten verantwoordelijke instanties werken, in voorkomend geval, samen met het oog op wederzijdse bijstand bij geschillen met partijen die in verschillende lidstaten gevestigd zijn.
5. De voor de behandeling van klachten verantwoordelijke instanties zijn, in overeenstemming met het nationale recht, bevoegd om havenbeheerders, aanbieders van havendiensten en havengebruikers te verplichten hun informatie in verband met een klacht te verschaffen.
6. De voor de behandeling van klachten verantwoordelijke instanties zijn in overeenstemming met het nationale recht bevoegd om, in voorkomend geval, bindende beslissingen te nemen die vatbaar zijn voor rechterlijke toetsing.
7. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 24 maart 2019 in kennis van de procedure voor de behandeling van klachten alsmede van de in lid 3 bedoelde instanties, en vervolgens van elke wijziging van de aldus verstrekte informatie. De Commissie maakt deze informatie bekend en werkt deze regelmatig bij op haar website.
8. In voorkomend geval wisselen de lidstaten algemene informatie uit over de toepassing van dit artikel. De Commissie steunt deze samenwerking.
Artikel 17
Betrokken instanties
De lidstaten zorgen ervoor dat havengebruikers en andere relevante belanghebbenden in kennis worden gesteld van de bevoegde nationale instanties bedoeld in artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 3, en artikel 13, lid 6. De lidstaten stellen ook de Commissie uiterlijk op 24 maart 2019 in kennis van deze instanties, en vervolgens van elke wijziging van de aldus verstrekte informatie. De Commissie maakt deze informatie bekend en werkt deze regelmatig bij op haar website.
Artikel 18
Beroepsprocedures
1. Elke partij met een rechtmatig belang heeft het recht beroep aan te tekenen tegen de besluiten of afzonderlijke maatregelen die krachtens deze verordening door de havenbeheerder, de bevoegde instantie of elke andere bevoegde nationale instantie worden genomen. Beroepsinstanties zijn onafhankelijk van de betrokken partijen en kunnen gerechten zijn.
2. Wanneer de in lid 1 genoemde beroepsinstantie geen rechtscollege is, moeten haar beslissingen altijd schriftelijk worden gemotiveerd. De beslissingen van de beroepsinstantie zijn vatbaar voor rechterlijke toetsing door een nationaal gerecht.
Artikel 19
Sancties
De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 24 maart 2019 van die maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mede.
Artikel 20
Voortgangsverslag
De Commissie legt uiterlijk op 24 maart 2023 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de werking en het effect van deze verordening.
In dat verslag wordt rekening gehouden met elke vooruitgang die in het kader van het sectorale EU-comité voor de sociale dialoog in de havensector wordt geboekt.
Artikel 21
Overgangsmaatregelen
1. Deze verordening is niet van toepassing op havendienstovereenkomsten die vóór 15 februari 2017 en voor een bepaalde duur zijn gesloten.
2. Havendienstovereenkomsten die vóór 15 februari 2017 voor onbepaalde duur zijn gesloten of soortgelijke gevolgen hebben, worden uiterlijk op 1 juli 2025 gewijzigd om te voldoen aan deze verordening.
3. Niettegenstaande artikel 13, leden 1, 3 en 4, mogen havenbeheerders of bevoegde instanties besluiten om voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 oktober 2020 verschuldigde heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur niet op te leggen, op te schorten, te verminderen, of de betaling ervan uit te stellen. De lidstaten mogen beslissen dat dergelijke besluiten moeten voldoen aan de daartoe in nationaal recht gestelde vereisten. Het niet-opleggen, de opschorting, de vermindering of het uitstel van betaling van heffingen op het gebruik van haveninfrastructuur wordt op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze verleend.
De havenbeheerder of bevoegde instantie zorgt ervoor dat de havengebruikers en de vertegenwoordigers of verenigingen van havengebruikers dienovereenkomstig in kennis worden gesteld. De in artikel 13, lid 5, bedoelde termijn van twee maanden is niet van toepassing.
Artikel 22
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is van toepassing met ingang van 24 maart 2019.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
( 1 ) Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1).
( 2 ) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
( 3 ) Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PB L 332 van 28.12.2000, blz. 81).