02022R1925 — NL — 12.10.2022 — 000.002
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2022/1925 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1) |
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2022/1925 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 14 september 2022
over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening)
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op markten die verband houden met:
elektronischecommunicatienetwerken als gedefinieerd in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) 2018/1972;
elektronischecommunicatiediensten als gedefinieerd in artikel 2, punt 4), van Verordening (EU) 2018/1972, met uitzondering van die welke verband houden met nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten.
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU. Evenmin doet zij afbreuk aan de toepassing van:
nationale mededingingsregels die mededingingsverstorende overeenkomsten, besluiten van ondernemersverenigingen, onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van machtsposities verbieden;
nationale mededingingsregels die andere vormen van eenzijdige gedragingen verbieden, voor zover die worden toegepast op andere ondernemingen dan poortwachters, of neerkomen op het opleggen van verdere verplichtingen aan poortwachters, en
Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad ( 1 ) en nationale regels inzake concentratiecontrole.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“poortwachter”: een op grond van artikel 3 aangewezen onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt;
“kernplatformdienst”: een van de volgende diensten:
onlinetussenhandelsdienst;
onlinezoekmachine;
onlinesocialenetwerkdienst;
videoplatformdienst;
nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst;
besturingssysteem;
webbrowser;
virtuele assistent;
cloudcomputingdienst;
onlineadvertentiedienst, waaronder advertentienetwerken, advertentie-uitwisselingsdiensten en andere advertentietussenhandelsdiensten, aangeboden door een onderneming die een van de in de punten a) tot en met i) genoemde kernplatformdiensten aanbiedt;
“dienst van de informatiemaatschappij”: elke dienst als gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt b), van Richtlijn (EU) 2015/1535;
“digitale sector”: de sector van producten en diensten die worden geleverd door middel van, of via, diensten van de informatiemaatschappij;
“onlinetussenhandelsdienst”: onlinetussenhandelsdienst als gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2019/1150;
“onlinezoekmachine”: een onlinezoekmachine als gedefinieerd in artikel 2, punt 5), van Verordening (EU) 2019/1150;
“onlinesocialenetwerkdienst”: een platform dat eindgebruikers in staat stelt via meerdere apparaten met elkaar in verbinding te treden en te communiceren, inhoud te delen en andere gebruikers en inhoud te ontdekken, met name via chats, posts, video’s en aanbevelingen;
“videoplatformdienst”: een videoplatformdienst als gedefinieerd in artikel 1, lid 1, punt a bis), van Richtlijn 2010/13/EU;
“nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst”: een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst als gedefinieerd in artikel 2, punt 7), van Richtlijn (EU) 2018/1972;
“besturingssysteem”: systeemsoftware die de basisfuncties van de hardware of software regelt en softwareapplicaties daarop mogelijk maakt;
“webbrowser”: een softwareapplicatie die eindgebruikers in staat stelt toegang te krijgen tot en te communiceren met webinhoud die wordt gehost op servers die verbonden zijn met netwerken zoals het internet, met inbegrip van standalone-webbrowsers en webbrowsers die zijn geïntegreerd of ingebed in software of iets soortgelijks;
“virtuele assistent”: een software die verzoeken, taken of vragen kan verwerken, met inbegrip van die welke gebaseerd zijn op auditieve, visuele of geschreven input, gebaren of bewegingen, en die, op basis van die verzoeken, taken of vragen, toegang biedt tot andere diensten of verbonden fysieke apparaten bestuurt;
“cloudcomputingdienst”: een cloudcomputerdienst als gedefinieerd in artikel 4, punt 19), van Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );
“appstore”: een type onlinetussenhandelsdienst dat gericht is op softwareapplicaties als te verstrekken product of dienst;
“softwareapplicatie”: een digitaal product dat of een digitale dienst die op een besturingssysteem draait;
“betalingsdienst”: een betalingsdienst als gedefinieerd in artikel 4, punt 3), van Richtlijn (EU) 2015/2366;
“technische dienst ter ondersteuning van een betalingsdienst”: een dienst in de zin van artikel 3, punt j), van Richtlijn (EU) 2015/2366;
“betalingssysteem voor in-app-aankopen”: een softwareapplicatie, dienst of gebruikersinterface die de aankoop van digitale inhoud of digitale diensten binnen een softwareapplicatie, met inbegrip van inhoud, abonnementen, functies of functionaliteit, en de betalingen van die aankopen faciliteert;
“identificatiedienst”: een type dienst die samen met of ter ondersteuning van kernplatformdiensten wordt aangeboden en om het even welke soort verificatie van de identiteit van eindgebruikers of zakelijke gebruikers mogelijk maakt, ongeacht de gebruikte technologie;
“eindgebruiker”: elke natuurlijke of rechtspersoon die gebruikmaakt van kernplatformdiensten anders dan als zakelijke gebruiker;
“zakelijke gebruiker”: een natuurlijke of rechtspersoon die in commerciële of professionele hoedanigheid gebruikmaakt van kernplatformdiensten ten behoeve van of in het kader van het aanbieden van goederen of diensten aan eindgebruikers;
“rangschikking”: de relatieve zichtbaarheid die wordt gegeven aan goederen of diensten die worden aangeboden via onlinetussenhandelsdiensten, onlinesocialenetwerkdiensten, videoplatformdiensten of virtuele assistenten, of de relevantie die onlinezoekmachines toekennen aan zoekresultaten, zoals gepresenteerd, georganiseerd of meegedeeld door de ondernemingen die onlinetussenhandelsdiensten, onlinesocialenetwerkdiensten, videoplatformdiensten, virtuele assistenten of onlinezoekmachines aanbieden, ongeacht de voor de presentatie, organisatie of mededeling gebruikte technologische middelen en ongeacht of slechts één resultaat wordt gepresenteerd of meegedeeld;
“zoekresultaten”: elke informatie in welke vorm dan ook, met inbegrip van tekstuele, grafische, gesproken of andere output, die wordt teruggezonden als antwoord op, en gerelateerd aan, een zoekopdracht, ongeacht of de teruggezonden informatie een betaald of onbetaald resultaat is, een rechtstreeks antwoord of een product, dienst of informatie aangeboden in samenhang met, weergegeven naast, of geheel of gedeeltelijk ingebed in de organische resultaten;
“gegevens”: elke digitale weergave van handelingen, feiten of informatie en elke compilatie van dergelijke handelingen, feiten of informatie, ook in de vorm van geluidsopnamen, visuele of audiovisuele opnamen;
“persoonsgegevens”: persoonsgegevens als gedefinieerd in artikel 4, punt 1), van Verordening (EU) 2016/679;
“niet-persoonsgebonden gegevens”: andere gegevens dan persoonsgegevens;
“onderneming”: een entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd, met inbegrip van alle verbonden bedrijven of verbonden ondernemingen die een groep vormen door de directe of indirecte zeggenschap over een bedrijf of onderneming door een ander(e);
“zeggenschap”: de mogelijkheid om een beslissende invloed uit te oefenen op een onderneming, in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 139/2004;
“interoperabiliteit”: het vermogen om informatie uit te wisselen en de uitgewisselde informatie wederzijds te gebruiken via interfaces en andere oplossingen, zodat alle elementen van hardware of software functioneren met andere hardware of software en met gebruikers, en dat op alle manieren waarop zij bedoeld zijn om te functioneren;
“omzet”: het door een onderneming verkregen bedrag in de zin van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 139/2004;
“profilering”: profilering als gedefinieerd in artikel 4, punt 4), van Verordening (EU) 2016/679;
“toestemming”: toestemming als gedefinieerd in artikel 4, punt 11), van Verordening (EU) 2016/679;
“nationale rechterlijke instantie”: een rechterlijke instantie van een lidstaat in de zin van artikel 267 VWEU.
HOOFDSTUK II
POORTWACHTERS
Artikel 3
Aanwijzing van poortwachters
Een onderneming wordt aangewezen als poortwachter indien die:
een aanzienlijke impact heeft op de interne markt;
een kernplatformdienst aanbiedt die voor zakelijke gebruikers een belangrijke toegangspoort tot eindgebruikers vormt, en
met betrekking tot haar activiteiten een stevig verankerde en duurzame positie inneemt of naar verwachting in de nabije toekomst een dergelijke positie zal innemen.
Een onderneming wordt vermoed te voldoen aan de respectieve vereisten van lid 1:
wat betreft lid 1, punt a), indien zij in de laatste drie boekjaren in de Unie een jaaromzet van ten minste 7,5 miljard EUR heeft behaald, of indien haar gemiddelde marktkapitalisatie of haar equivalente marktprijswaarde in het laatste boekjaar ten minste 75 miljard EUR bedroeg, en indien zij in ten minste drie lidstaten dezelfde kernplatformdienst aanbiedt;
wat betreft lid 1, punt b), indien zij een kernplatformdienst aanbiedt met in het laatste boekjaar ten minste 45 miljoen maandelijks actieve eindgebruikers die in de Unie zijn gevestigd of zich aldaar bevinden en ten minste 10 000 jaarlijks actieve, in de Unie gevestigde zakelijke gebruikers, waarbij alle gebruikers worden geïdentificeerd en hun aantal wordt berekend aan de hand van de methode en de indicatoren in de bijlage bij deze verordening;
wat betreft lid 1, punt c), indien in elk van de laatste drie boekjaren aan de in punt b) van dit lid genoemde drempels is voldaan.
Indien de onderneming die de kernplatformdienst aanbiedt, verzuimt de Commissie in kennis te stellen op grond van de eerste alinea van dit lid, en binnen de door de Commissie gestelde termijn in het verzoek om inlichtingen op grond van artikel 21 verzuimt alle relevante informatie te verstrekken die de Commissie nodig heeft om de betrokken onderneming als poortwachter aan te wijzen op grond van lid 4 van dit artikel, kan de Commissie op basis van de informatie waarover zij beschikt die onderneming als poortwachter aanwijzen.
Geeft de onderneming die de kernplatformdienst aanbiedt wel gehoor aan het verzoek om inlichtingen op grond van de tweede alinea van dit lid of wordt de informatie verstrekt na het verstrijken van de in die alinea bedoelde termijn, dan past de Commissie de procedure van lid 4 toe.
Is de Commissie van oordeel dat de argumenten die de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt op grond van de eerste alinea heeft aangevoerd, onvoldoende onderbouwd zijn omdat zij de vermoedens van lid 2 van dit artikel niet kennelijk in twijfel trekken, dan kan zij die argumenten binnen de in lid 4 bedoelde termijn afwijzen zonder de procedure van artikel 17, lid 3, toe te passen.
Voert de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt wel voldoende onderbouwde argumenten aan die de vermoedens van lid 2 van dit artikel kennelijk in twijfel trekken, dan kan de Commissie niettegenstaande de eerste alinea van dit lid de procedure van artikel 17, lid 3, binnen de in lid 4 van dit artikel bedoelde termijn inleiden.
Concludeert de Commissie dat de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt niet heeft aangetoond dat de betrokken kernplatformdiensten die zij aanbiedt niet voldoen aan de vereisten van lid 1 van dit artikel, dan wijst zij die onderneming aan als poortwachter overeenkomstig de procedure van artikel 17, lid 3.
Daartoe houdt de Commissie rekening met een aantal of het geheel van de volgende elementen, voor zover die relevant zijn voor de betrokken onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt:
de omvang, waaronder omzet en marktkapitalisatie, de activiteiten en de positie van die onderneming;
het aantal zakelijke gebruikers dat gebruikmaakt van de kernplatformdienst om eindgebruikers te bereiken, alsmede het aantal eindgebruikers;
netwerkeffecten en gegevensgestuurde voordelen, met name met betrekking tot de toegang van die onderneming tot, en het verzamelen door de onderneming van, persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens of de analysecapaciteiten van de onderneming;
alle schaal- en breedtevoordelen waarvan de onderneming profiteert, ook wat betreft gegevens en, indien relevant, haar activiteiten buiten de Unie;
de lock-in van zakelijke gebruikers of eindgebruikers, onder meer via overstapkosten en gedragsbias, waardoor hun vermogen om over te stappen of te multihomen, wordt verminderd;
een bedrijfsstructuur in de vorm van een conglomeraat of verticale integratie van die onderneming, waardoor zij bijvoorbeeld aan kruissubsidiëring kan doen, gegevens van verschillende bronnen kan combineren, of haar positie kan uitspelen, of
andere structurele bedrijfs- of dienstkenmerken.
Bij haar beoordeling uit hoofde van dit lid houdt de Commissie rekening met de te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot de elementen van de tweede alinea, waaronder geplande concentraties waarbij een andere onderneming die kernplatformdiensten of andere diensten in de digitale sector aanbiedt of die het mogelijk maakt gegevens te verzamelen, betrokken is.
Indien een onderneming die een kernplatformdienst aanbiedt die niet aan de kwantitatieve drempels van lid 2 voldoet, in significante mate verzuimt de door de Commissie gelaste onderzoeksmaatregelen na te leven, ook nadat zij is verzocht om binnen een redelijke termijn aan de vereisten te voldoen en opmerkingen in te dienen, dan kan de Commissie op basis van de gegevens waarover zij beschikt die onderneming als poortwachter aanwijzen.
Artikel 4
Evaluatie van de status van poortwachter
De Commissie kan, op verzoek of op eigen initiatief, te allen tijde een op grond van artikel 3 vastgesteld aanwijzingsbesluit heroverwegen, wijzigen of intrekken, om een van de volgende redenen:
er is een wezenlijke verandering opgetreden in de feiten waarop het aanwijzingsbesluit berust;
het aanwijzingsbesluit berust op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie.
De Commissie onderzoekt ten minste jaarlijks ook of nieuwe ondernemingen die kernplatformdiensten aanbieden aan die vereisten voldoen.
Komt de Commissie op basis van de evaluaties op grond van de eerste alinea tot de bevinding dat de feiten waarop de aanwijzing van de ondernemingen die kernplatformdiensten aanbieden als poortwachters is gebaseerd, zijn veranderd, dan neemt zij een besluit tot bevestiging, wijziging of intrekking van het aanwijzingsbesluit.
De Commissie publiceert en actualiseert continu de lijst van poortwachters en de lijst van de kernplatformdiensten waarvoor de poortwachters aan de verplichtingen van hoofdstuk III moeten voldoen.
HOOFDSTUK III
PRAKTIJKEN VAN POORTWACHTERS DIE DE BETWISTBAARHEID BEPERKEN OF ONEERLIJK ZIJN
Artikel 5
Verplichtingen voor poortwachters
De poortwachter:
verwerkt geen persoonsgegevens van eindgebruikers die gebruikmaken van diensten van derden die gebruikmaken van kernplatformdiensten van de poortwachter, teneinde onlineadvertentiediensten aan te bieden;
combineert geen persoonsgegevens die afkomstig zijn van de betrokken kernplatformdienst met persoonsgegevens die afkomstig zijn van nog andere kernplatformdiensten of van andere diensten die de poortwachter aanbiedt, of met persoonsgegevens van diensten van derden;
gebruikt geen persoonsgegevens die afkomstig zijn van de betrokken kernplatformdienst in andere diensten die de poortwachter afzonderlijk aanbiedt, ook niet in andere kernplatformdiensten, en vice versa, en
meldt geen eindgebruikers aan op andere van zijn diensten met het doel persoonsgegevens te combineren,
tenzij de eindgebruiker de specifieke keuze heeft gekregen en toestemming heeft verleend in de zin van artikel 4, punt 11), en artikel 7 van Verordening (EU) 2016/679.
Indien de eindgebruiker de toestemming voor de doeleinden van de eerste alinea weigert te verlenen of intrekt, vraagt de poortwachter binnen de periode van één jaar niet meer dan eenmaal opnieuw om toestemming voor hetzelfde doel.
Dit lid doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van de poortwachter om zo nodig een beroep te doen op artikel 6, lid 1, punten c), d) en e), van Verordening (EU) 2016/679.
De poortwachter verstrekt alle adverteerders aan wie hij onlineadvertentiediensten verleent en de door adverteerders gemachtigde derden, op verzoek van de adverteerder, voor elke advertentie die de adverteerder heeft geplaatst, dagelijks en kosteloos informatie over:
de door die adverteerder betaalde prijs en kosten, met inbegrip van eventuele kortingen en toeslagen, voor elke van de betrokken onlineadvertentiediensten die de poortwachter heeft verleend;
de door de uitgever ontvangen vergoeding, met inbegrip van eventuele kortingen en toeslagen, na toestemming van de uitgever, en
de maatstaven op basis waarvan alle prijzen, kosten en vergoedingen worden berekend.
Indien een uitgever geen toestemming geeft om informatie te delen over de ontvangen vergoeding als bedoeld in punt b), verstrekt de poortwachter elke adverteerder voor de betrokken advertenties kosteloos informatie over de dagelijkse gemiddelde vergoeding welke die uitgever heeft ontvangen, met inbegrip van kortingen en toeslagen.
De poortwachter verstrekt alle uitgevers aan wie hij onlineadvertentiediensten verleent en de door uitgevers gemachtigde derden, op verzoek van de uitgever, voor elke advertentie die in de portefeuille van de uitgever wordt weergegeven, dagelijks en kosteloos informatie over:
de door die uitgever ontvangen vergoeding en betaalde kosten, met inbegrip van eventuele kortingen en toeslagen, voor elke van de betrokken onlineadvertentiediensten die de poortwachter heeft verleend;
de door de adverteerder betaalde prijs, met inbegrip van eventuele kortingen en toeslagen, na toestemming van de adverteerder, en
de maatstaven op basis waarvan alle prijzen en vergoedingen worden berekend.
Indien een adverteerder geen toestemming geeft om informatie te delen, verstrekt de poortwachter elke uitgever voor de betrokken advertenties kosteloos informatie over de dagelijkse gemiddelde prijs die die adverteerder heeft betaald, met inbegrip van kortingen en toeslagen.
Artikel 6
Verplichtingen voor poortwachters die nader kunnen worden gespecificeerd uit hoofde van artikel 8
Voor de toepassing van de eerste alinea omvatten de gegevens die niet openbaar beschikbaar zijn, alle door zakelijke gebruikers gegenereerde geaggregeerde en niet-geaggregeerde gegevens die kunnen worden afgeleid uit of verzameld aan de hand van de commerciële activiteiten van zakelijke gebruikers of hun klanten, met inbegrip van klik-, zoek-, weergave- en spraakgegevens, over de betrokken kernplatformdiensten of over diensten die samen met of ter ondersteuning van de betrokken kernplatformdiensten van de poortwachter worden verleend.
De poortwachter staat eindgebruikers toe en stelt hen technisch in staat om op eenvoudige wijze standaardinstellingen op het besturingssysteem, de virtuele assistent en de browser van de poortwachter te wijzigen die eindgebruikers naar door de poortwachter aangeboden producten of diensten sturen of leiden. Daartoe worden eindgebruikers bij hun eerste gebruik van een op grond van artikel 3, lid 9, in het aanwijzingsbesluit opgenomen onlinezoekmachine, virtuele assistent of browser van de poortwachter ertoe aangespoord om uit de lijst van belangrijkste beschikbare aanbieders van diensten de onlinezoekmachine, virtuele assistent of browser te selecteren waarnaar het besturingssysteem van de poortwachter gebruikers standaard stuurt of leidt, alsook de onlinezoekmachine waarnaar de virtuele assistent en de browser van de poortwachter gebruikers standaard stuurt of leidt.
Het wordt de poortwachter niet belet maatregelen, voor zover die strikt noodzakelijk en evenredig zijn, te treffen om ervoor te zorgen dat softwareapplicaties of appstores van derden de integriteit van de door hem ter beschikking gestelde hardware of besturingssystemen, niet in gevaar brengen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen naar behoren gemotiveerd worden door de poortwachter.
Voorts wordt het de poortwachter niet belet maatregelen en andere instellingen dan standaardinstellingen, voor zover die strikt noodzakelijk en evenredig zijn, toe te passen waarmee eindgebruikers de veiligheid met betrekking tot softwareapplicaties of appstores van derden effectief kunnen beschermen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen en dergelijke andere instellingen dan standaardinstellingen naar behoren gemotiveerd worden door de poortwachter.
De poortwachter wordt niet belet strikt noodzakelijke en evenredige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de interoperabiliteit de integriteit van het besturingssysteem, de virtuele assistent, de hardware en de software die hij ter beschikking stelt niet in het gedrang brengt, mits hij die maatregelen naar behoren motiveert.
Daartoe publiceert de poortwachter algemene toegangsvoorwaarden, met daarin een mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting.
De Commissie beoordeelt of de gepubliceerde algemene toegangsvoorwaarden al dan niet aan deze alinea voldoen.
Artikel 7
Verplichting voor poortwachters inzake interoperabiliteit van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten
De poortwachter maakt ten minste de volgende in lid 1 bedoelde basisfuncties interoperabel wanneer hij die functies zelf aan zijn eindgebruikers aanbiedt:
na de opname in het aanwijzingsbesluit op grond van artikel 3, lid 9:
eind-tot-eindtekstberichten tussen twee afzonderlijke eindgebruikers;
uitwisseling van afbeeldingen, spraakberichten, video’s en andere bijgevoegde bestanden bij eind-tot-eindcommunicatie tussen twee afzonderlijke eindgebruikers;
binnen twee jaar na de aanwijzing:
eind-tot-eindtekstberichten tussen groepen afzonderlijke eindgebruikers;
uitwisseling van afbeeldingen, spraakberichten, video’s en andere bijgevoegde bestanden bij eind-tot-eindcommunicatie tussen een groepschat en een afzonderlijke eindgebruiker;
binnen vier jaar na de aanwijzing:
eind-tot-eindspraakgesprekken tussen twee afzonderlijke eindgebruikers;
eind-tot-eindvideogesprekken tussen twee afzonderlijke eindgebruikers;
eind-tot-eindspraakgesprekken tussen een groepschat en een afzonderlijke eindgebruiker;
eind-tot-eindvideogesprekken tussen een groepschat en een afzonderlijke eindgebruiker.
Artikel 8
Naleving van verplichtingen voor poortwachters
De Commissie kan een uitvoeringshandeling vaststellen waarin zij de maatregelen bepaalt die de betrokken poortwachter moet uitvoeren om daadwerkelijk te voldoen aan de verplichtingen van de artikelen 6 en 7. Binnen zes maanden na inleiding van de procedure op grond van artikel 20 wordt die uitvoeringshandeling volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
Wanneer de Commissie op eigen initiatief op grond van artikel 13 een procedure inzake ontduiking inleidt, kunnen die maatregelen de in de artikelen 5, 6 en 7 bedoelde verplichtingen betreffen.
Het verzoek van de poortwachter bevat een gemotiveerde kennisgeving om toe te lichten welke maatregelen hij voornemens is uit te voeren of ten uitvoer heeft gelegd. Bovendien dient de poortwachter een niet-vertrouwelijke versie van zijn gemotiveerde kennisgeving in die op grond van lid 6 met derden kan worden gedeeld.
De Commissie kan op verzoek of op eigen initiatief beslissen de procedure op grond van lid 2 te heropenen wanneer:
er een materiële wijziging optreedt in de feiten waarop het besluit berust, of
het besluit berust op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie, of
de in het besluit genoemde maatregelen niet doeltreffend zijn.
Artikel 9
Schorsing
Artikel 10
Vrijstelling om redenen inzake de volksgezondheid en de openbare veiligheid
Artikel 11
Verslaglegging
De poortwachter actualiseert dat rapport en die niet-vertrouwelijke samenvatting ten minste eenmaal per jaar.
De Commissie plaatst een link naar die niet-vertrouwelijke samenvatting op haar website.
Artikel 12
Actualisering van de verplichtingen voor poortwachters
Het toepassingsgebied van een overeenkomstig lid 1 vastgestelde gedelegeerde handeling is beperkt tot:
de uitbreiding van een verplichting die alleen geldt met betrekking tot bepaalde kernplatformdiensten, tot andere in artikel 2, punt 2), genoemde kernplatformdiensten;
de uitbreiding van een verplichting ten gunste van bepaalde zakelijke gebruikers of eindgebruikers, zodat die verplichting andere zakelijke gebruikers of eindgebruikers ten goede komt;
de vaststelling van de wijze waarop poortwachters de verplichtingen van de artikelen 5 en 6 moeten vervullen met het oog op de daadwerkelijke nakoming ervan;
de uitbreiding van een verplichting die alleen geldt met betrekking tot bepaalde diensten die samen met of ter ondersteuning van kernplatformdiensten worden verleend, tot andere diensten die samen met of ter ondersteuning van kernplatformdiensten worden verleend;
de uitbreiding van een verplichting die alleen geldt met betrekking tot bepaalde soorten gegevens, tot andere soorten gegevens;
de toevoeging van aanvullende voorwaarden wanneer een verplichting bepaalde voorwaarden stelt aan het gedrag van een poortwachter, en
de toepassing van een verplichting die de relatie tussen verschillende kernplatformdiensten van de poortwachter regelt, op de relatie tussen een kernplatformdienst en andere diensten van de poortwachter.
Die gedelegeerde handelingen zijn gebaseerd op een marktonderzoek op grond van artikel 19 waaruit is gebleken dat die verplichtingen moeten worden geactualiseerd om praktijken aan te pakken die de betwistbaarheid van kernplatformdiensten beperken of die oneerlijk zijn op dezelfde wijze als de praktijken waarop de verplichtingen van artikel 7 betrekking hebben.
Praktijken als bedoeld in de leden 1, 3 en 4 worden als beperkend voor de betwistbaarheid van kernplatformdiensten of als oneerlijk beschouwd wanneer:
die praktijken worden toegepast door poortwachters, innovatie kunnen belemmeren en de keuzemogelijkheden voor zakelijke gebruikers en eindgebruikers kunnen beperken, omdat ze:
de betwistbaarheid van een kernplatformdienst of andere diensten in de digitale sector blijvend beïnvloeden of dreigen te beïnvloeden als gevolg van het creëren of versterken van toegangsdrempels voor andere ondernemingen of van uitbreidingsdrempels voor verstrekkers van een kernplatformdienst of andere diensten in de digitale sector, of
voorkomen dat andere marktdeelnemers dezelfde toegang hebben tot belangrijke input als de poortwachter, of
er een onevenwicht is tussen de rechten en plichten van zakelijke gebruikers en de poortwachter een voordeel verkrijgt van zakelijke gebruikers dat niet in verhouding staat tot de dienst die hij hun verleent.
Artikel 13
Bestrijding van ontduiking
Artikel 14
Informatieplicht inzake concentraties
Een poortwachter informeert de Commissie over een dergelijke concentratie voordat die tot stand wordt gebracht en na de sluiting van de overeenkomst, de aankondiging van het openbaar bod of de verwerving van een zeggenschapsbelang.
In de informatie van de poortwachter wordt voor alle betrokken kernplatformdiensten respectievelijk ook een beschrijving gegeven van hun jaarlijkse omzet in de Unie, hun aantal jaarlijks actieve zakelijke gebruikers en hun aantal maandelijks actieve eindgebruikers.
De Commissie houdt rekening met het gerechtvaardigde belang van ondernemingen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.
Artikel 15
Auditverplichting
De poortwachter maakt een overzicht van de in lid 1 genoemde geaudite beschrijving openbaar. Daarbij is het de poortwachter toegestaan rekening te houden met de noodzakelijke bescherming van zijn bedrijfsgeheimen. De poortwachter actualiseert die beschrijving en dat overzicht ten minste eenmaal per jaar.
HOOFDSTUK IV
MARKTONDERZOEK
Artikel 16
Inleiding van een marktonderzoek
In het in lid 1 bedoelde besluit wordt het volgende vermeld:
de datum van inleiding van het marktonderzoek;
de beschrijving van de kwestie waarop het marktonderzoek betrekking heeft;
het doel van het marktonderzoek.
De Commissie kan een door haar afgesloten marktonderzoek heropenen indien:
er een materiële wijziging optreedt in de feiten waarop een op grond van artikel 17, 18 of 19 vastgesteld besluit berust, of
het op grond van artikel 17, 18 of 19 vastgesteld besluit berust op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie.
Artikel 17
Marktonderzoek voor de aanwijzing van poortwachters
In een dergelijk geval streeft de Commissie ernaar haar voorlopige bevindingen op grond van lid 2 van dit artikel binnen drie maanden na de in artikel 16, lid 3, punt a), bedoelde datum mee te delen aan de betrokken onderneming.
Artikel 18
Marktonderzoek naar systematische niet-naleving
Artikel 19
Marktonderzoek naar nieuwe diensten en nieuwe praktijken
Dat verslag wordt voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad, en wordt waar passend vergezeld van:
een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening teneinde extra diensten in de digitale sector op te nemen in de lijst van kernplatformdiensten van artikel 2, punt 2), of om nieuwe verplichtingen op te nemen in hoofdstuk III, of
een ontwerp van gedelegeerde handeling tot aanvulling van deze verordening met betrekking tot de verplichtingen van de artikelen 5 en 6, of een ontwerp van gedelegeerde handeling tot wijziging of aanvulling van deze verordening met betrekking tot de verplichtingen van artikel 7, zoals bepaald in artikel 12.
Waar passend kan in het wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening uit hoofde van punt a) van de tweede alinea van dit lid ook worden voorgesteld diensten van de lijst van kernplatformdiensten van artikel 2, punt 2), te schrappen of verplichtingen uit artikel 5, 6 of 7 te schrappen.
HOOFDSTUK V
BEVOEGDHEDEN OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK, HANDHAVING EN TOEZICHT
Artikel 20
Inleiding van de procedure
Artikel 21
Verzoeken om inlichtingen
Artikel 22
Bevoegdheid tot het horen en het afnemen van verklaringen
Artikel 23
Bevoegdheden tot het verrichten van inspecties
De door de Commissie tot het verrichten van een inspectie gemachtigde functionarissen en andere begeleidende personen beschikken over de volgende bevoegdheden:
betreden van alle ruimten, terreinen en vervoermiddelen van ondernemingen en ondernemersverenigingen;
controleren van de boeken en andere bescheiden betreffende het bedrijf, ongeacht de aard van de drager;
maken of verkrijgen van afschriften of uittreksels, in welke vorm dan ook, van die boeken en bescheiden;
verlangen dat de onderneming of ondernemersvereniging toegang verschaft tot en uitleg geeft over haar organisatie, werking, IT-systemen, algoritmen, gegevensverwerking en zakelijke praktijken, en met technische middelen opnemen of documenteren van de gegeven toelichtingen;
verzegelen van lokalen en boeken of bescheiden van de onderneming voor de duur van, en voor zover nodig voor, de inspectie;
vragen dat vertegenwoordigers of personeelsleden van de betrokken onderneming of ondernemersvereniging toelichting verschaffen bij feiten of documenten die verband houden met het voorwerp en het doel van de inspectie, en met technische middelen opnemen van hun antwoorden;
Artikel 24
Voorlopige maatregelen
In dringende gevallen waarin zakelijke gebruikers of eindgebruikers van poortwachters ernstig en onherstelbaar dreigen te worden geschaad, kan de Commissie een uitvoeringshandeling vaststellen waarbij tegen een poortwachter voorlopige maatregelen worden gelast op grond van de voorlopige vaststelling van een inbreuk op artikel 5, 6 of 7. Die uitvoeringshandeling mag alleen worden vastgesteld in het kader van een procedure die is ingeleid met het oog op de eventuele vaststelling van een besluit van niet-naleving op grond van artikel 29, lid 1. Die uitvoeringshandeling is slechts gedurende een bepaalde periode van toepassing en kan worden verlengd voor zover dat noodzakelijk en passend is. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
Artikel 25
Toezeggingen
De Commissie kan, op verzoek of op eigen initiatief, bij besluit de betrokken procedure heropenen indien:
er zich een materiële wijziging heeft voorgedaan in de feiten waarop het besluit berust;
de betrokken poortwachter in strijd met de door hem gedane toezeggingen handelt;
het besluit berust op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie die door de partijen is verstrekt;
de toezeggingen niet doeltreffend zijn.
Artikel 26
Toezicht op verplichtingen en maatregelen
Artikel 27
Informatie van derden
Artikel 28
Compliancefunctie
Het leidinggevend orgaan van de poortwachter zorgt er ook voor dat de hoofdverantwoordelijke voor de compliancefunctie een onafhankelijke senior manager is met een onderscheiden verantwoordelijkheid voor de compliancefunctie.
De hoofdverantwoordelijke voor de compliancefunctie mag niet van zijn functie worden ontheven zonder voorafgaande toestemming van het leidinggevend orgaan van de poortwachter.
De op grond van lid 1 door de poortwachter aangestelde nalevingsfunctionarissen hebben de volgende taken:
de maatregelen en activiteiten van de poortwachter organiseren, monitoren en daarop toezien, met het oog op de naleving van deze verordening;
het management en de werknemers van de poortwachter informeren en advies verstrekken over de naleving van deze verordening;
in voorkomend geval toezicht uitoefenen op de nakoming van toezeggingen die op grond van artikel 25 bindend zijn gemaakt, onverminderd de mogelijkheid voor de Commissie om op grond van artikel 26, lid 2, onafhankelijke externe deskundigen aan te stellen;
met de Commissie samen werken met het oog op de toepassing van deze verordening.
Artikel 29
Niet-naleving
De Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast waarin zij vaststelt dat zich een geval van niet-naleving voordoet (“het besluit van niet-naleving”) indien zij vaststelt dat een poortwachter niet voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden:
een van de verplichtingen van artikel 5, 6 of 7;
maatregelen die door de Commissie nader worden toegelicht in een op grond van artikel 8, lid 2, vastgesteld besluit;
op grond van artikel 18, lid 1, opgelegde corrigerende maatregelen;
op grond van artikel 24 gelaste voorlopige maatregelen, of
toezeggingen die op grond van artikel 25 juridisch bindend zijn gemaakt.
Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 50, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.
Artikel 30
Geldboeten
In het besluit van niet-naleving kan de Commissie een poortwachter geldboeten opleggen van ten hoogste 10 % van zijn totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar, indien zij vaststelt dat de poortwachter opzettelijk of uit nalatigheid verzuimt te voldoen aan:
een van de verplichtingen van artikel 5, 6 of 7;
maatregelen die door de Commissie nader zijn omschreven in een op grond van artikel 8, lid 2, vastgesteld besluit;
op grond van artikel 18, lid 1, opgelegde corrigerende maatregelen;
op grond van artikel 24 gelaste voorlopige maatregelen, of
toezeggingen die op grond van artikel 25 juridisch bindend zijn gemaakt.
De Commissie kan een besluit vaststellen waarbij aan ondernemingen, daaronder begrepen poortwachters indien van toepassing, en ondernemersverenigingen geldboeten worden opgelegd van ten hoogste 1 % van hun totale wereldwijde omzet in het voorafgaande boekjaar, indien zij opzettelijk of uit nalatigheid:
verzuimen binnen de gestelde termijn informatie te verstrekken die nodig is voor de beoordeling van hun aanwijzing als poortwachter op grond van artikel 3 of onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekken;
verzuimen te voldoen aan de verplichting tot kennisgeving aan de Commissie overeenkomstig artikel 3, lid 3;
verzuimen kennis te geven van informatie die vereist is op grond van artikel 14 of in dat verband onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekken;
verzuimen de op grond van artikel 15 vereiste beschrijving over te leggen of in dat verband onjuiste, onvolledige of misleidende informatie verstrekken;
verzuimen toegang te verlenen tot data, algoritmen of testinformatie na een op grond van artikel 21, lid 3, ingediend verzoek;
verzuimen de gevraagde informatie te verstrekken binnen de op grond van artikel 21, lid 3, gestelde termijn of onjuiste, onvolledige of misleidende informatie of toelichtingen verstrekken die op grond van artikel 21 werd(en) gevraagd of die op grond van artikel 22 in een verhoor werd(en) gegeven;
verzuimen door een vertegenwoordiger of personeelslid verstrekte onjuiste, onvolledige of misleidende informatie binnen een door de Commissie vastgestelde termijn te corrigeren, of verzuimen volledige informatie te verstrekken, of geen volledige informatie willen verstrekken, over feiten die verband houden met het voorwerp en het doel van een inspectie op grond van artikel 23;
weigeren zich aan een inspectie op grond van artikel 23 te onderwerpen;
verzuimen te voldoen aan de door de Commissie op grond van artikel 26 opgelegde verplichtingen;
verzuimen te voorzien in een compliancefunctie overeenkomstig artikel 28, of
verzuimen te voldoen aan de voorwaarden voor toegang tot het dossier van de Commissie op grond van artikel 34, lid 4.
Wanneer die bijdragen niet binnen een door de Commissie vastgestelde termijn aan de ondernemersvereniging zijn betaald, kan de Commissie elke onderneming waarvan de vertegenwoordigers lid waren van de betrokken besluitvormende organen van die vereniging, rechtstreeks tot betaling van de boete aanspreken.
Nadat de Commissie overeenkomstig de tweede alinea betaling heeft geëist, kan zij de betaling van het saldo eisen van elk lid van de ondernemersvereniging, indien dat noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de geldboete volledig wordt betaald.
De Commissie mag echter geen betaling op grond van de tweede of de derde alinea eisen van ondernemingen die aantonen dat zij de beslissing van de ondernemersvereniging waarbij inbreuk wordt gemaakt op deze verordening, niet hebben uitgevoerd en hetzij niet op de hoogte waren van het bestaan ervan, hetzij er actief afstand van hebben genomen vóór de inleiding van de procedure door de Commissie uit hoofde van artikel 20.
De financiële aansprakelijkheid van de onderneming voor de betaling van de boete is beperkt tot 20 % van haar totale wereldwijde omzet in het vorige boekjaar.
Artikel 31
Dwangsommen
De Commissie kan een besluit vaststellen waarbij aan ondernemingen, waaronder in voorkomend geval poortwachters, en ondernemersverenigingen dwangsommen worden opgelegd van ten hoogste 5 % van de gemiddelde dagelijkse wereldwijde omzet in het voorafgaande boekjaar voor elke dag waarmee de in haar besluit vastgelegde termijn wordt overschreden, teneinde hen te dwingen:
de maatregelen die de Commissie heeft bepaald in een uit hoofde van artikel 8, lid 2, vastgesteld besluit, na te leven;
het besluit op grond van artikel 18, lid 1, na te leven;
juiste en volledige inlichtingen te verstrekken binnen de termijn die geldt voor een bij besluit op grond van artikel 21 ingediend verzoek om inlichtingen;
de toegang te waarborgen tot data, algoritmen of testinformatie na een op grond van artikel 21, lid 3, ingediend verzoek en uitleg te verstrekken over die data, algoritmen of testinformatie zoals vereist door een besluit op grond van artikel 21;
zich aan een bij een besluit op grond van artikel 23 gelaste inspectie te onderwerpen;
een besluit houdende voorlopige maatregelen op grond van artikel 24 na te leven;
een toezegging waaraan op grond van artikel 25, lid 1, bij besluit een bindend karakter is verleend, na te komen;
een besluit op grond van artikel 29, lid 1, na te leven.
Artikel 32
Verjaringstermijnen voor de oplegging van sancties
De verjaring voor de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt gestuit door elke handeling van de Commissie met het oog op een marktonderzoek of de vervolging van de inbreuk. De stuiting van de verjaring treedt in op de dag waarop van de handeling kennis wordt gegeven aan ten minste één onderneming of ondernemersvereniging die aan de inbreuk heeft deelgenomen. Handelingen die de verjaring stuiten, zijn met name:
verzoeken van de Commissie om inlichtingen;
een door de Commissie aan haar functionarissen verstrekte schriftelijke opdracht tot inspectie;
de inleiding van een procedure door de Commissie op grond van artikel 20.
Artikel 33
Verjaringstermijnen voor de tenuitvoerlegging van sancties
De verjaring ter zake van de tenuitvoerlegging wordt gestuit:
door de kennisgeving van een besluit waarbij het oorspronkelijke bedrag van de geldboete of de dwangsom wordt gewijzigd of waarbij een daartoe strekkend verzoek wordt afgewezen, of
door elke handeling van de Commissie of van een lidstaat op verzoek van de Commissie tot inning van de geldboete of de dwangsom.
De verjaring voor de tenuitvoerlegging van sancties wordt geschorst:
zolang een betalingstermijn is toegestaan, of
zolang de tenuitvoerlegging op grond van een beslissing van het Hof van Justitie of op grond van een beslissing van een nationale rechterlijke instantie is geschorst.
Artikel 34
Recht om te worden gehoord en toegang tot het dossier
Alvorens een besluit te nemen op grond van artikel 8, artikel 9, lid 1, artikel 10, lid 1, de artikelen 17, 18, 24, 25, 29 en 30 en artikel 31, lid 2, biedt de Commissie de betrokken poortwachter, onderneming of ondernemersvereniging de kans te worden gehoord over:
de voorlopige bevindingen van de Commissie, met inbegrip van eventuele bezwaren van de Commissie, en
maatregelen die de Commissie eventueel voornemens is te nemen in het licht van de voorlopige bevindingen op grond van punt a) van dit lid.
Artikel 35
Jaarlijkse verslaglegging
Het in lid 1 bedoelde verslag omvat:
een samenvatting van de activiteiten van de Commissie, met onder meer de eventueel vastgestelde maatregelen of besluiten en de lopende marktonderzoeken in verband met deze verordening;
de bevindingen waartoe het toezicht op de uitvoering door de poortwachters van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening aanleiding heeft gegeven;
een evaluatie van de geaudite beschrijving als bedoeld in artikel 15;
een overzicht van de samenwerking tussen de Commissie en de nationale autoriteiten in verband met deze verordening;
een overzicht van de door de groep op hoog niveau van digitale regelgevers verrichte activiteiten en taken, met een toelichting over de manier waarop haar aanbevelingen voor de handhaving van deze verordening moeten worden uitgevoerd.
Artikel 36
Geheimhoudingsplicht
Artikel 37
Samenwerking met nationale instanties
Artikel 38
Samenwerking en coördinatie met de nationale bevoegde autoriteiten die de concurrentieregels handhaven
De inleiding van een procedure door de Commissie op grond van artikel 20 ontneemt de nationale bevoegde autoriteiten van de lidstaten die de in artikel 1, lid 6, bedoelde regels handhaven, de mogelijkheid om een dergelijk onderzoek in te stellen of beëindigt het als het reeds loopt. Die autoriteiten brengen verslag uit aan de Commissie over de bevindingen van dat onderzoek teneinde de Commissie te ondersteunen in haar rol als enige handhaver van deze verordening.
Artikel 39
Samenwerking met de nationale rechterlijke instanties
Artikel 40
De groep op hoog niveau
De groep op hoog niveau bestaat uit de volgende Europese organen en netwerken:
het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie,
de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming,
het Europees Mededingingsnetwerk,
het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming, en
de Europese Groep van regulerende instanties voor audiovisuele mediadiensten.
De groep op hoog niveau kan de Commissie advies en expertise verstrekken op de gebieden die onder de bevoegdheden van haar leden vallen, waaronder:
advies en aanbevelingen binnen hun deskundigheid die relevant zijn voor alle algemene kwesties in verband met de uitvoering of handhaving van deze verordening, of
advies en expertise ter bevordering van een consistente reguleringsaanpak over de grenzen heen van de verschillende reguleringsinstrumenten.
Artikel 41
Verzoek om een marktonderzoek
Drie of meer lidstaten kunnen de Commissie verzoeken een marktonderzoek te verrichten op grond van artikel 19, omdat zij van mening zijn dat er redelijke gronden zijn om te vermoeden dat:
een of meer diensten in de digitale sector moeten worden toegevoegd aan de lijst van kernplatformdiensten als bedoeld in artikel 2, punt 2), of
een of meer praktijken niet doeltreffend worden aangepakt door deze verordening, en de betwistbaarheid van kernplatformdiensten kunnen beperken of mogelijkerwijs oneerlijk zijn.
Artikel 42
Representatieve vorderingen
Richtlijn (EU) 2020/1828 is van toepassing op de representatieve vorderingen die worden ingesteld tegen poortwachters wegens inbreuken op bepalingen van deze verordening die de collectieve belangen van consumenten schaden of kunnen schaden.
Artikel 43
Melding van inbreuken en bescherming van melders
Richtlijn (EU) 2019/1937 is van toepassing op het melden van alle inbreuken op deze verordening en op de bescherming van personen die dergelijke inbreuken melden.
HOOFDSTUK VI
SLOTBEPALINGEN
Artikel 44
Bekendmaking van besluiten
Artikel 45
Toetsing door het Hof van Justitie
Overeenkomstig artikel 261 VWEU heeft het Hof van Justitie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen besluiten van de Commissie waarbij geldboeten of dwangsommen zijn opgelegd. Het kan de opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.
Artikel 46
Uitvoeringsbepalingen
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met gedetailleerde regelingen voor de toepassing van het volgende:
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van kennisgevingen en indieningen op grond van artikel 3;
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van de technische maatregelen die poortwachters treffen om te voldoen aan artikel 5, 6 of 7;
operationele en technische regelingen met het oog op de totstandbrenging van interoperabiliteit van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten op grond van artikel 7;
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van het met redenen omklede verzoek op grond van artikel 8, lid 3;
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van de met redenen omklede verzoeken op grond van de artikelen 9 en 10;
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van de verplichte verslaglegging ingediend op grond van artikel 11;
de methode en procedure voor de geaudite beschrijving van de technieken die worden gebruikt voor de profilering van consumenten, als bedoeld in artikel 15, lid 1; bij het opstellen van een ontwerpuitvoeringshandeling ter zake raadpleegt de Commissie de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en kan zij het Europees Comité voor gegevensbescherming, het maatschappelijk middenveld en andere relevante deskundigen raadplegen;
de vorm, inhoud en andere bijzonderheden van kennisgevingen en indieningen op grond van de artikelen 14 en 15;
de praktische regelingen voor de procedures betreffende marktonderzoeken op grond van de artikelen 17, 18 en 19, en procedures op grond van de artikelen 24, 25 en 29;
de praktische regelingen van het in artikel 34 bedoelde recht om te worden gehoord;
de praktische regelingen van de in artikel 34 bedoelde voorwaarden van inzageverlening;
de praktische regelingen voor de samenwerking en coördinatie tussen de Commissie en de nationale autoriteiten als bedoeld in de artikelen 37 en 38, en
de praktische regelingen voor de berekening en de verlenging van de termijnen.
De in dit artikel, lid 1, punt l), bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 50, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 47
Richtsnoeren
De Commissie kan voor alle aspecten van deze verordening richtsnoeren vaststellen teneinde de doeltreffende uitvoering en handhaving ervan te vergemakkelijken.
Artikel 48
Normalisatie
Indien dat passend en nodig is, kan de Commissie de Europese normalisatie-instellingen opdragen de uitvoering van de verplichtingen van deze verordening te vergemakkelijken door passende normen te ontwikkelen.
Artikel 49
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 50
Comitéprocedure
Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.
Artikel 51
Wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937
Aan punt J van deel I van de bijlage bij Richtlijn (EU) 2019/1937 wordt het volgende punt toegevoegd:
Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 21.9.2022, blz. 1).”.
Artikel 52
Wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828
Aan bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/1828, wordt het volgende punt toegevoegd:
Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 21.9.2022, blz. 1).”.
Artikel 53
Evaluatie
Artikel 54
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 2 mei 2023.
Artikel 3, leden 6, en 7, en de artikelen 40, 46, 47, 48, 49 en 50 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 november 2022 en de artikelen 42 en 43 zijn van toepassing met ingang van 25 juni 2023.
Indien de datum van 25 juni 2023 echter voorafgaat aan de in de tweede alinea van dit artikel bedoelde datum van toepassing, wordt de toepassing van de artikelen 42 en 43 uitgesteld tot de in de tweede alinea van dit artikel bedoelde datum van toepassing.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
A. “Algemeen”
1. Deze bijlage heeft tot doel een nauwkeurige beschrijving te geven van de methode om voor elke in artikel 2, punt 2), omschreven kernplatformdienst de “actieve eindgebruikers” en de “actieve zakelijke gebruikers” te identificeren en hun aantal te berekenen. Ze biedt een referentiekader op basis waarvan een onderneming kan beoordelen of haar kernplatformdiensten voldoen aan de kwantitatieve drempels van artikel 3, lid 2, punt b), en derhalve kan worden vermoed te voldoen aan de eis van artikel 3, lid 1, punt b). Daarom is deze bijlage evenzeer van belang voor alle ruimere beoordelingen uit hoofde van artikel 3, lid 8. Het is aan de onderneming om tot de best mogelijke benadering te komen in overeenstemming met de gemeenschappelijke beginselen en specifieke methode in deze bijlage. Niets in deze bijlage belet de Commissie om, binnen de in de relevante bepalingen van deze verordening vastgelegde termijnen, van de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt te verlangen dat zij alle nodige informatie verstrekt om de “actieve eindgebruikers” en de “actieve zakelijke gebruikers” te identificeren en hun aantal te berekenen. Niets in deze bijlage mag een rechtsgrondslag vormen voor het traceren van gebruikers. De in deze bijlage beschreven methode laat ook alle verplichtingen uit hoofde van deze verordening onverlet, met name de verplichtingen van artikel 3, leden 3 en 8, en artikel 13, lid 3. Om aan artikel 13, lid 3, te voldoen, moeten met name ook de actieve eindgebruikers en actieve zakelijke gebruikers worden geïdentificeerd en moet hun aantal worden berekend op basis van hetzij een nauwkeurige meting, hetzij de beste beschikbare benadering, in overeenstemming met de feitelijke capaciteiten tot identificatie en berekening waarover de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt, op het desbetreffende tijdstip beschikt. Die metingen of de beste beschikbare benadering moeten in overeenstemming zijn met artikel 15 en de uit hoofde van dat artikel gerapporteerde metingen of benadering bevatten.
2. Artikel 2, punten 20) en 21), geeft de definities van “eindgebruiker” en van “zakelijke gebruiker”, die gelden voor alle kernplatformdiensten.
3. Teneinde het aantal “actieve eindgebruikers” en “actieve zakelijke gebruikers” te identificeren en hun aantal te berekenen, wordt in deze bijlage verwezen naar het begrip “unieke gebruikers”. Onder het begrip “unieke gebruikers” vallen de “actieve eindgebruikers” en de “actieve zakelijke gebruikers” die, voor de desbetreffende kernplatformdienst, slechts één keer zijn geteld gedurende een bepaalde termijn (nl. een maand voor “actieve eindgebruikers” en een jaar voor “actieve zakelijke gebruikers”), ongeacht hoe vaak zij gedurende die termijn gebruik hebben gemaakt van de desbetreffende kernplatformdienst. Dat laat onverlet dat dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon tegelijkertijd een actieve eindgebruiker of een actieve zakelijke gebruiker kan zijn voor verschillende kernplatformdiensten.
B. “Actieve eindgebruikers”
1. Het aantal “unieke gebruikers” wat betreft “actieve eindgebruikers” wordt bepaald aan de hand van de meest nauwkeurige maatstaf die wordt gerapporteerd door de onderneming die een kernplatformdienst aanbiedt. Met name geldt daarbij het volgende:
er wordt vanuit gegaan dat gegevensverzameling over het gebruik van kernplatformdiensten via omgevingen waarvoor aanmelden of inloggen vereist is, op het eerste gezicht het laagste risico van dubbele telling inhoudt, bijvoorbeeld met betrekking tot het gebruikersgedrag op verschillende apparaten of platformen. De onderneming dient derhalve, indien beschikbaar, geaggregeerde geanonimiseerde gegevens over het aantal unieke eindgebruikers per respectieve kernplatformdienst in, op basis van omgevingen waarvoor aanmelden of inloggen vereist is;
in het geval van kernplatformdiensten die ook toegankelijk zijn voor eindgebruikers via omgevingen waarvoor aanmelden of inloggen niet vereist is, dient de onderneming daarnaast geaggregeerde geanonimiseerde gegevens over het aantal unieke eindgebruikers van de respectieve kernplatformdienst in, op basis van een alternatieve maatstaf waarmee ook eindgebruikers worden geteld buiten omgevingen waarvoor registratie of aanmelding vereist is. Het kan daarbij gaan om internetprotocoladressen (IP-adressen), identificatiecookies of andere identificatiemiddelen zoals radiofrequentie-identificatietags, mits die adressen of identificatiemiddelen objectief noodzakelijk zijn voor het aanbieden van de kernplatformdienst.
2. Het aantal “maandelijks actieve eindgebruikers” is gebaseerd op het gemiddelde aantal maandelijks actieve eindgebruikers gedurende het grootste deel van het boekjaar. Het begrip “het grootste deel van het boekjaar” is bedoeld om een onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt de mogelijkheid te bieden om in een bepaald jaar uitschieters buiten beschouwing te laten. Uitschieters zijn per definitie cijfers die aanzienlijk buiten de normale en voorzienbare cijfers vallen. Een onvoorziene piek of daling van de betrokkenheid van gebruikers gedurende één maand van het boekjaar is een voorbeeld van wat dergelijke uitschieters zouden kunnen zijn. Cijfers met betrekking tot jaarlijks terugkerende gevallen, zoals jaarlijkse verkoopbevorderende acties, zijn geen uitschieters.
C. “Actieve zakelijke gebruikers”
Het aantal “unieke gebruikers” wat betreft “actieve zakelijke gebruikers” moet, indien van toepassing, worden bepaald op basis van de accounts, waarbij elk afzonderlijk zakelijk account dat gekoppeld is aan het gebruik van een kernplatformdienst van de onderneming één unieke zakelijke gebruiker van die respectieve kernplatformdienst vertegenwoordigt. Indien het begrip “zakelijk account” niet van toepassing is op een bepaalde kernplatformdienst, bepaalt de betrokken onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt het aantal unieke zakelijke gebruikers door te verwijzen naar de betrokken onderneming.
D. “Indiening van informatie”
1. Een onderneming die op grond van artikel 3, lid 3, bij de Commissie informatie indient over het aantal actieve eindgebruikers en actieve zakelijke gebruikers per kernplatformdienst, is ervoor verantwoordelijk dat die informatie volledig en nauwkeurig is. In dat opzicht:
is de onderneming verantwoordelijk voor het verstrekken van gegevens voor een respectieve kernplatformdienst op basis waarvan geen te hoge of te lage telling van het aantal actieve eindgebruikers en actieve zakelijke gebruikers mogelijk is (bijvoorbeeld wanneer gebruikers via verschillende platformen of apparaten toegang hebben tot de kernplatformdiensten);
is de onderneming verantwoordelijk voor het geven van nauwkeurige en beknopte toelichtingen over de methode die is gebruikt om tot de informatie te komen, voor elk risico van een te hoge of te lage telling van het aantal actieve eindgebruikers en actieve zakelijke gebruikers voor een respectieve kernplatformdienst, en voor de oplossingen die worden gekozen om dat risico af te wenden;
verstrekt de onderneming gegevens op basis van een alternatieve maatstaf, wanneer de Commissie vragen heeft over de nauwkeurigheid van de gegevens die de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt heeft verstrekt.
2. Voor de berekening van het aantal “actieve eindgebruikers” en “actieve zakelijke gebruikers”:
merkt de onderneming die een of meer kernplatformdiensten aanbiedt, kernplatformdiensten die op grond van artikel 2, punt 2), tot dezelfde categorie kernplatformdiensten behoren niet als verschillend aan, hoofdzakelijk omdat ze met verschillende domeinnamen — hetzij landcodetopniveaudomeinen (ccTLD’s), hetzij generieke topniveaudomeinen (gTLD’s) — of geografische eigenschappen worden aangeboden;
beschouwt de onderneming die een of meer kernplatformdiensten aanbiedt, de kernplatformdiensten die door hun eindgebruikers of hun zakelijke gebruikers, of door beide, worden gebruikt voor verschillende doeleinden, als afzonderlijke kernplatformdiensten, zelfs indien hun eindgebruikers of zakelijke gebruikers dezelfde zijn en zelfs indien zij op grond van artikel 2, punt 2), tot dezelfde categorie kernplatformdiensten behoren;
merkt de onderneming die kernplatformdiensten aanbiedt, als verschillende kernplatformdiensten diensten aan die de betrokken onderneming geïntegreerd aanbiedt, maar die:
op grond van artikel 2, punt 2), niet tot dezelfde categorie kernplatformdiensten behoren of,
door hun eindgebruikers of hun zakelijke gebruikers, of door beide worden gebruikt voor verschillende doeleinden, zelfs indien hun eindgebruikers of zakelijke gebruikers dezelfde zijn en zelfs indien zij op grond van artikel 2, punt 2), tot dezelfde categorie kernplatformdiensten behoren.
E. “Specifieke definities”
De tabel hieronder bevat specifieke definities van “actieve eindgebruikers” en “actieve zakelijke gebruikers” voor elke kernplatformdienst.
|
Kernplatformdiensten |
Actieve eindgebruikers |
Actieve zakelijke gebruikers |
|
Onlinetussenhandelsdiensten |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand gebruik hebben gemaakt van de onlinetussenhandelsdienst, bijvoorbeeld door ten minste eenmaal gedurende de maand actief in te loggen, een zoekopdracht uit te voeren, te klikken of te scrollen of een transactie te sluiten via de onlinetussenhandelsdienst. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers die gedurende het hele jaar ten minste één item in de onlinetussenhandelsdienst hebben opgenomen of gedurende het jaar een door de onlinetussenhandelsdienst mogelijk gemaakte transactie hebben gesloten. |
|
Onlinezoekmachines |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand gebruik hebben gemaakt van de onlinezoekmachine, bijvoorbeeld door een zoekopdracht uit te voeren. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers met zakelijke websites (d.w.z. websites die in commerciële of professionele hoedanigheid worden gebruikt) die gedurende het jaar zijn geïndexeerd door of deel uitmaken van de index van de onlinezoekmachine. |
|
Onlinesocialenetwerkdiensten |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand gebruik hebben gemaakt van de onlinesocialenetwerkdienst, bijvoorbeeld door actief in te loggen, een pagina te openen, te scrollen, te klikken, te liken, een zoekopdracht uit te voeren, berichten te posten of opmerkingen te maken. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers die een zakelijke vermelding of zakelijk account hebben in de onlinesocialenetwerkdienst en ten minste eenmaal gedurende het jaar gebruik hebben gemaakt van de dienst, bijvoorbeeld door actief in te loggen, een pagina te openen, te scrollen, te klikken, te liken, een zoekopdracht uit te voeren, berichten te posten, opmerkingen te plaatsen of de tools ervan voor bedrijven te gebruiken. |
|
Videoplatformdiensten |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand gebruik hebben gemaakt van de videoplatformdienst, bijvoorbeeld door een segment van audiovisuele inhoud af te spelen, een zoekopdracht uit te voeren of een stuk audiovisuele inhoud te uploaden, met inbegrip van onder meer door gebruikers gegenereerde video’s. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers die gedurende het jaar ten minste één stuk audiovisuele inhoud hebben geleverd die op de videoplatformdienst is geüpload of afgespeeld. |
|
Nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand via de nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst een communicatie hebben geïnitieerd of op enigerlei wijze daaraan hebben deelgenomen. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers die ten minste eenmaal gedurende het jaar via de nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst een zakelijk account hebben gebruikt of anderszins op enigerlei wijze een communicatie hebben geïnitieerd of daaraan hebben deelgenomen teneinde rechtstreeks met een eindgebruiker te communiceren. |
|
Besturingssystemen |
Aantal unieke eindgebruikers die een apparaat met het besturingssysteem hebben gebruikt dat ten minste eenmaal gedurende de maand is geactiveerd, geactualiseerd of gebruikt. |
Aantal unieke ontwikkelaars die gedurende het jaar ten minste één softwareapplicatie of softwareprogramma hebben gepubliceerd, geactualiseerd of aangeboden met behulp van de programmeertaal of software-ontwikkelingstools van, of op enigerlei wijze draaiende op, het besturingssysteem. |
|
Virtuele assistent |
Aantal unieke eindgebruikers die op enigerlei wijze ten minste eenmaal per maand met de virtuele assistent hebben gewerkt, bijvoorbeeld door die te activeren, een vraag te stellen, toegang te krijgen tot een dienst via een knop of bediening van een “smart home”-apparaat. |
Aantal unieke ontwikkelaars die gedurende het jaar ten minste één virtuele assistent-softwareapplicatie of een functionaliteit hebben aangeboden om een bestaande softwareapplicatie via de virtuele assistent toegankelijk te maken. |
|
Webbrowsers |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal per maand met de webbrowser hebben gewerkt, bijvoorbeeld door een zoekopdracht of websiteadres in de URL-balk van de webbrowser in te voeren. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers van wie de zakelijke websites (d.w.z. websites die in commerciële of professionele hoedanigheid worden gebruikt) ten minste eenmaal in de loop van het jaar via de webbrowser zijn geraadpleegd of die in de loop van het jaar een plug-in, uitbreiding of add-ons op de webbrowser hebben aangeboden. |
|
Cloudcomputingdiensten |
Aantal unieke eindgebruikers die ten minste eenmaal gedurende de maand gebruik hebben gemaakt van cloudcomputingdiensten van de betrokken aanbieder van cloudcomputingdiensten, in ruil voor een vergoeding, ongeacht of die vergoeding in dezelfde maand plaatsvindt. |
Aantal unieke zakelijke gebruikers die gedurende het jaar cloudcomputingdiensten hebben geleverd in de cloudinfrastructuur van de betrokken aanbieder van cloudcomputingdiensten. |
|
Onlineadvertentiediensten |
Voor eigen verkoop van advertentieruimte; Aantal unieke eindgebruikers aan wie ten minste eenmaal gedurende de maand een advertentieweergave is vertoond. Voor advertentietussenhandeldiensten (met inbegrip van advertentienetwerken, advertentie-uitwisselingsdiensten en andere advertentietussenhandelsdiensten) Aantal unieke eindgebruikers aan wie ten minste eenmaal gedurende de maand een advertentieweergave is vertoond, waardoor de advertentietussenhandelsdienst is ingeschakeld. |
Voor eigen verkoop van advertentieruimte: Aantal unieke adverteerders die gedurende het jaar ten minste één advertentieweergave hebben weergegeven. Voor advertentietussenhandel (met inbegrip van advertentienetwerken, advertentie-uitwisselingsdiensten en andere advertentietussenhandelsdiensten): Aantal unieke zakelijke gebruikers (waaronder adverteerders, uitgevers en andere tussenpersonen) die gedurende het jaar via de advertentietussenhandelsdienst in interactie traden of erdoor werden bediend. |
( 1 ) Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”) (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).
( 2 ) Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1).