dagelijkse rusttijd
as defined in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15…, Article 4, point (g)
|
g)
|
„dagelijkse rusttijd”: de dagelijkse periode waarin een bestuurder vrijelijk over zijn tijd kan beschikken, en die een „normale dagelijkse rusttijd” en een „verkorte dagelijkse rusttijd” omvat;
|
—
|
„normale dagelijkse rusttijd”: een periode van rust van ten minste elf uur. De normale dagelijkse rusttijd kan ook worden opgesplitst in twee perioden, waarvan de eerste ten minste drie ononderbroken uren bedraagt en de tweede ten minste negen ononderbroken uren bedraagt;
|
|
—
|
„verkorte dagelijkse rusttijd”: een periode van rust van ten minste negen uur doch minder dan elf uur;
|
|
Open in the act with Eureka
Install the extension for EUR-Lex