|
27.
|
„grote risicos”:
|
a)
|
de risico’s die behoren tot de in bijlage I, deel A, 4, 5, 6, 7, 11 en 12, vermelde branches;
|
|
b)
|
de risico’s die behoren tot de in bijlage I, deel A, 14 en 15, vermelde branches wanneer de verzekeringnemer in het kader van een bedrijf of beroep een industriële of commerciële activiteit dan wel een vrij beroep uitoefent en het risico daarop betrekking heeft;
|
|
c)
|
de risico’s die behoren tot de in bijlage I, deel A, 3, 8, 9, 10, 13 en 16, vermelde branches voor zover de verzekeringnemer ten minste twee van de drie volgende criteria overschrijdt:
|
i)
|
balanstotaal: 6 200 000 EUR;
|
|
ii)
|
netto-omzet in de zin van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, onder g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen: 12 800 000 EUR;
|
|
iii)
|
gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 250.
|
|
Wanneer de verzekeringnemer deel uitmaakt van een groep ondernemingen waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig Richtlijn 83/349/EEG wordt opgesteld, worden de in de eerste alinea, onder c), vermelde criteria op basis van de geconsolideerde rekening toegepast.
De lidstaten kunnen aan de in de eerste alinea, onder c), genoemde categorie de risico’s toevoegen die door beroepsverenigingen, joint ventures of tijdelijke verenigingen worden verzekerd;
|