100. „financiële contracten”: dit omvat de volgende contracten en overeenkomsten:
|
a)
|
effectencontracten, met inbegrip van:
|
i)
|
contracten voor de aankoop, verkoop of lening van een effect of een groep of index van effecten;
|
|
ii)
|
opties op een effect of een groep of index van effecten;
|
|
iii)
|
retrocessie- of omgekeerde retrocessietransacties met betrekking tot een dergelijk effect of een dergelijke groep of index;
|
|
|
b)
|
grondstoffencontracten, met inbegrip van:
|
i)
|
contracten voor de aankoop, verkoop of lening van een grondstof of een groep of index van grondstoffen voor de levering ervan in de toekomst;
|
|
ii)
|
opties op een grondstof of een groep of index van grondstoffen;
|
|
iii)
|
retrocessie- of omgekeerde retrocessietransacties met betrekking tot een dergelijke grondstof, groep of index;
|
|
|
c)
|
future- en termijncontracten, met inbegrip van contracten (die geen grondstoffencontracten zijn) voor de aankoop, verkoop of overdracht van een grondstof of eigendom van enigerlei andere aard, dienst, recht of belang tegen een vastgestelde prijs op een tijdstip in de toekomst;
|
|
d)
|
swapovereenkomsten, met inbegrip van:
|
i)
|
swaps en opties met betrekking tot rentetarieven, spot- of andere overeenkomsten met betrekking tot wisselkoersen, valuta’s, een aandelenindex of aandelen, een schuldindex of schuld, grondstoffenindexen of grondstoffen, weer, emissies of inflatie;
|
|
ii)
|
totale opbrengsten-, kredietspreidings- of kredietswaps;
|
|
iii)
|
overeenkomsten of transacties die vergelijkbaar zijn met een in subpunt i) of ii) bedoelde overeenkomst die herhaaldelijk op de swaps- of derivatenmarkten wordt verhandeld;
|
|
|
e)
|
interbancaire leningsovereenkomsten indien de leningstermijn ten hoogste drie maanden bedraagt;
|
|
f)
|
raamovereenkomsten met betrekking tot de onder a) tot en met e) bedoelde contracten of overeenkomsten;
|