|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/2642 |
9.10.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/2642 VAN DE RAAD
van 8 oktober 2024
betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2024/2643 van 8 oktober 2024 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 8 oktober 2024 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2024/2643 vastgesteld, waarbij een kader wordt vastgesteld voor gerichte beperkende maatregelen naar aanleiding van de destabiliserende activiteiten van Rusland. De politieke context en de beleidsredenen voor de vaststelling van die beperkende maatregelen worden uiteengezet in de overwegingen bij dat besluit. |
|
(2) |
Besluit (GBVB) 2024/2643 voorziet in de bevriezing van tegoeden en economische middelen en het verbod om tegoeden en economische middelen ter beschikking te stellen van bepaalde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die op de lijst in de bijlage bij dat besluit zijn geplaatst. Die maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en derhalve is, om te garanderen dat zij in alle lidstaten door de marktdeelnemers uniform worden toegepast, regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de uitvoering ervan. |
|
(3) |
De instrumentalisering van migranten door derde landen of vijandige niet-statelijke actoren kan beoogde destabiliserende gevolgen hebben voor de Unie. Een dergelijke situatie wordt bedoeld in Verordening (EU) 2024/1359 van het Europees Parlement en de Raad (2), waarnaar dan ook wordt verwezen in de relevante criteria voor het aanwijzen van personen en entiteiten die de instrumentalisering van migranten plannen, aansturen, direct of indirect bevorderen of anderszins faciliteren. Die verwijzing is bedoeld om consistentie te waarborgen, gezien de steeds veranderende aard en gevolgen van dat probleem en de werkwijze van de betrokken actoren uit derde landen of vijandige niet-statelijke actoren. |
|
(4) |
Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op verdediging en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening moet worden toegepast overeenkomstig die rechten. |
|
(5) |
Het is passend te verduidelijken dat de bescherming tegen aansprakelijkheid die aan marktdeelnemers uit de Unie wordt geboden indien zij niet weten en geen gegronde reden hebben om te vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op beperkende maatregelen van de Unie, niet kan worden ingeroepen wanneer marktdeelnemers uit de Unie niet de nodige zorgvuldigheid hebben betracht. Het is passend bij de naleving van een dergelijke zorgvuldigheidsplicht terdege rekening te houden met openbaar toegankelijke of direct beschikbare informatie. Daarom kan een marktdeelnemer uit de Unie zich bijvoorbeeld niet op deze bescherming beroepen wanneer hij ervan wordt beschuldigd de desbetreffende beperkende maatregelen te hebben geschonden omdat hij geen eenvoudige controles of inspecties heeft uitgevoerd. |
|
(6) |
De procedure voor de wijziging van de lijst in bijlage I bij deze verordening moet inhouden dat de aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in kennis worden gesteld van de redenen waarom zij op de lijst zijn geplaatst, zodat zij opmerkingen kunnen indienen. |
|
(7) |
Met het oog op de uitvoering van deze verordening en om een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie te waarborgen, moeten de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening dienen te worden bevroren, openbaar worden gemaakt. De verwerking van persoonsgegevens moet voldoen aan de Verordeningen (EU) 2016/679 (3) en (EU) 2018/1725 (4) van het Europees Parlement en de Raad. |
|
(8) |
De lidstaten en de Commissie moeten elkaar in kennis stellen van de maatregelen die op grond van deze verordening worden genomen, alsook van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken. |
|
(9) |
De lidstaten moeten regels vaststellen voor sancties in geval van overtreding van de bepalingen van deze verordening. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
“vordering”: elke vóór of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer die de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie, en met name:
|
|
b) |
“contract of transactie”: elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dat verband worden onder “contract” tevens begrepen alle, ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande, met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsook alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen; |
|
c) |
“bevoegde autoriteiten”: de op de websites van bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten; |
|
d) |
“economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen; |
|
e) |
“bevriezing van economische middelen”: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door die te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren; |
|
f) |
“bevriezing van tegoeden”: het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt; |
|
g) |
“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
|
|
h) |
“grondgebied van de Unie”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, onder de daarin bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim. |
Artikel 2
1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een op de lijst in bijlage I geplaatst(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, worden bevroren.
2. Er worden geen tegoeden of economische middelen, direct of indirect, ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van op de lijst in bijlage I geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
3. Bijlage I omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die:
|
a) |
verantwoordelijk zijn voor, uitvoering geven aan, steun verlenen aan of voordeel behalen uit acties of beleidsmaatregelen van de regering van de Russische Federatie die de democratie, de rechtsstaat, de stabiliteit of de veiligheid in de Unie of in een of meer van haar lidstaten, in een internationale organisatie of in een derde land ondermijnen of bedreigen, of die de soevereiniteit of de onafhankelijkheid van een of meer van haar lidstaten of van een derde land ondermijnen of bedreigen, door middel van een van de volgende acties:
|
|
b) |
geassocieerd zijn met de uit hoofde van punt a) op de lijst geplaatste natuurlijke personen; |
|
c) |
steun verlenen aan natuurlijke personen die betrokken zijn bij de in punt a) bedoelde activiteiten. |
Artikel 3
1. In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave of de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
|
a) |
noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de op de lijst in bijlage I geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de gezinsleden die van die natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen; |
|
b) |
uitsluitend bestemd zijn voor het betalen van redelijke honoraria of het vergoeden van andere kosten van juridische diensten; |
|
c) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; |
|
d) |
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de relevante bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat een specifieke toestemming moet worden verleend; |
|
e) |
gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie, of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie; |
|
f) |
noodzakelijk zijn voor het functioneren van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Unie, de lidstaten of partnerlanden in Rusland, waaronder delegaties, ambassades en missies, of internationale organisaties in Rusland die bescherming genieten op grond van het internationaal recht, of |
|
g) |
noodzakelijk zijn voor de verstrekking van elektronische-communicatiediensten door telecommunicatie-exploitanten in de Unie, en voor het verstrekken van bijbehorende faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn voor de exploitatie, het onderhoud en de beveiliging van die elektronische-communicatiediensten. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van lid 1 verleende toestemming binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.
Artikel 4
1. Artikel 2, leden 1 en 2, is niet van toepassing op de verstrekking, verwerking of betaling van tegoeden, andere financiële activa of economische middelen of op de verstrekking van goederen of diensten die noodzakelijk zijn voor de tijdige verlening van humanitaire hulp of voor de ondersteuning van andere activiteiten die tegemoetkomen aan elementaire menselijke behoeften, indien dergelijke hulp en andere activiteiten worden uitgevoerd door:
|
a) |
de Verenigde Naties (VN), met inbegrip van hun programma’s, fondsen en andere entiteiten en organen daarvan, alsook de gespecialiseerde agentschappen en aanverwante organisaties daarvan; |
|
b) |
internationale organisaties; |
|
c) |
humanitaire organisaties met de status van waarnemer bij de Algemene Vergadering van de VN en leden van die humanitaire organisaties; |
|
d) |
bilateraal of multilateraal gefinancierde niet-gouvernementele organisaties die deelnemen aan humanitaire responsplannen van de VN, de VN-responsplannen voor vluchtelingen, andere oproepen van de VN of humanitaire clusters die worden gecoördineerd door het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden; |
|
e) |
organisaties en agentschappen waaraan de Unie het certificaat van humanitair partnerschap heeft verleend of die door een lidstaat overeenkomstig nationale procedures gecertificeerd of erkend zijn; |
|
f) |
gespecialiseerde agentschappen van de lidstaten, of |
|
g) |
werknemers, begunstigden, ondergeschikte organen of uitvoerende partners van de in de punten a) tot en met f) genoemde entiteiten terwijl en voor zover zij in die hoedanigheid handelen. |
2. De in lid 1 bedoelde vrijstelling is niet van toepassing op natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die in bijlage I met een asterisk worden aangeduid.
3. Onverminderd lid 1, en in afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor de tijdige verlening van humanitaire hulp of voor de ondersteuning van andere activiteiten die tegemoetkomen aan elementaire menselijke behoeften.
4. Indien de bevoegde autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek om toestemming krachtens lid 1 geen negatief besluit heeft genomen, geen verzoek om informatie heeft ingediend of niet heeft laten weten meer tijd nodig te hebben, wordt die toestemming geacht te zijn verleend.
5. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke krachtens dit artikel verleende toestemming, binnen vier weken na het verlenen van een dergelijke toestemming.
Artikel 5
1. In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitragebesluit dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het in artikel 2 bedoelde lichaam op de lijst in bijlage I is geplaatst, of van een justitieel of administratief vonnis dat in de Unie is uitgesproken of van een gerechtelijk vonnis dat uitvoerbaar is in de betrokken lidstaat, en dat van voor of na die datum dateert; |
|
b) |
de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen; |
|
c) |
de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in bijlage I geplaatst(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
d) |
de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van lid 1 verleende toestemming binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.
Artikel 6
1. In afwijking van artikel 2, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door op de lijst in bijlage I geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen uit hoofde van een contract dat of overeenkomst die is gesloten of een verbintenis die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit of het betrokken lichaam op de lijst in bijlage I werd geplaatst, kunnen de bevoegde autoriteiten onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zullen worden gebruikt voor een betaling door een op de lijst in bijlage I geplaatst(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
b) |
de betaling niet in strijd is met artikel 2, lid 2. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van lid 1 verleende toestemming binnen twee weken na het verlenen van die toestemming.
Artikel 7
1. Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een op de lijst in bijlage I geplaatst(e) natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, mits de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de desbetreffende bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.
2. Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:
|
a) |
rente of andere inkomsten op die rekeningen; |
|
b) |
betalingen uit hoofde van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon of entiteit of het in artikel 2 bedoeld lichaam op de lijst in bijlage I is geplaatst, of |
|
c) |
betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitrale beslissingen die in een lidstaat zijn gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar zijn, mits die interesten, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 2, lid 1, worden bevroren. |
Artikel 8
1. Natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen:
|
a) |
verstrekken onmiddellijk alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie over rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2, lid 1, zijn bevroren, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij woonachtig of gevestigd zijn, en zenden die informatie rechtstreeks of via de lidstaat aan de Commissie toe, en |
|
b) |
werken samen met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van de in punt a) bedoelde informatie. |
2. Lid 1 is van toepassing met inachtneming van nationale of andere toepasselijke regels betreffende de vertrouwelijkheid van informatie die in het bezit is van gerechtelijke autoriteiten, en met inachtneming van de in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde vertrouwelijkheid van de communicatie tussen advocaten en hun cliënten. Daartoe omvat dergelijke communicatie de communicatie die betrekking heeft op juridisch advies dat wordt verstrekt door andere gecertificeerde beroepsbeoefenaars die uit hoofde van het nationale recht gemachtigd zijn om de cliënt in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen, voor zover dat juridisch advies wordt verstrekt in verband met lopende of toekomstige gerechtelijke procedures.
3. Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.
4. Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.
5. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van handhavingsautoriteiten, douaneautoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), bevoegde autoriteiten in de zin van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6), Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad (7) en Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (8), alsook beheerders van officiële registers waarin natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen, alsook onroerende of roerende goederen worden geregistreerd, verwerken onverwijld informatie, inclusief persoonsgegevens en, indien nodig, de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie, en wisselen die onverwijld uit met andere bevoegde autoriteiten van hun lidstaat of andere lidstaten, en met de Commissie, indien die verwerking en uitwisseling noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taken van de verwerkende autoriteit of de ontvangende autoriteit uit hoofde van deze verordening, met name wanneer zij gevallen vaststellen van een schending of omzeiling, of van pogingen tot schending of omzeiling, van de in deze verordening vastgestelde verbodsbepalingen.
Artikel 9
1. Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in deze verordening vermelde maatregelen worden omzeild, met inbegrip van deelname aan dergelijke activiteiten zonder opzettelijk te trachten dit doel of gevolg te bereiken maar met het besef dat de deelname een dergelijk doel of gevolg kan hebben en de aanvaarding van deze mogelijkheid.
2. Op de lijst in bijlage I geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen:
|
a) |
melden binnen zes weken na de datum van plaatsing op de lijst in bijlage I tegoeden of economische middelen die onder de jurisdictie van een lidstaat vallen en toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar die tegoeden of economische middelen zich bevinden, en |
|
b) |
moeten samenwerken met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van die informatie. |
3. Niet-naleving van lid 2 van dit artikel wordt beschouwd als deelname, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in artikel 2 bedoelde maatregelen worden omzeild.
4. De betrokken lidstaat verstrekt de op grond van lid 2, punt a), ontvangen informatie binnen twee weken aan de Commissie.
5. Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.
6. De verwerking van persoonsgegevens geschiedt overeenkomstig deze verordening, Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725 en slechts voor zover dat nodig is voor de toepassing van deze verordening.
Artikel 10
1. Bevriezing van tegoeden en economische middelen of weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, indien die maatregel plaatsvindt in goed vertrouwen en in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van bestuurders of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen uit nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.
2. Acties van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen geven geen aanleiding tot aansprakelijkheid van die natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de maatregelen in deze verordening.
Artikel 11
1. Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van deze verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot compensatie of een garantievordering, meer bepaald een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm daarvan, worden niet toegewezen indien die vorderingen worden ingesteld door:
|
a) |
op de lijst in bijlage I geplaatste natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen; |
|
b) |
natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen. |
2. In procedures waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, geleverd door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, de eisende entiteit of het eisende lichaam.
3. Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen op rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van verbintenissen uit overeenkomsten overeenkomstig deze verordening.
Artikel 12
1. De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:
|
a) |
tegoeden die zijn bevroren uit hoofde van artikel 2 en toestemmingen die zijn verleend uit hoofde van de afwijkingen waarin deze verordening voorziet; |
|
b) |
inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken. |
2. De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onmiddellijk in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende uitvoering van deze verordening.
Artikel 13
1. Wanneer de Raad besluit een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam aan de in artikel 2 bedoelde maatregelen te onderwerpen, wijzigt hij bijlage I dienovereenkomstig.
2. De Raad deelt een besluit uit hoofde van lid 1, met inbegrip van de redenen voor de plaatsing op de lijst, mee aan de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is en indien een dergelijke mededeling daadwerkelijk kan worden gedaan, hetzij door de bekendmaking van een kennisgeving, waarbij die natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam in de gelegenheid wordt gesteld opmerkingen in te dienen.
3. Wanneer opmerkingen worden ingediend of wanneer er substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, herziet de Raad het betrokken besluit en stelt hij de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam daarvan in kennis.
4. De lijst in bijlage I wordt met regelmatige tussenpozen en ten minste om de twaalf maanden opnieuw bezien.
5. De Commissie is bevoegd bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.
Artikel 14
1. In bijlage I worden de redenen vermeld voor het op de lijst plaatsen van de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
2. Bijlage I bevat de informatie, indien die beschikbaar is, die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit: namen en aliassen; geboortedatum en geboorteplaats; nationaliteit; paspoort- en identiteitskaartnummers; geslacht; adres, indien bekend; en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en plaats van vestiging.
Artikel 15
1. De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten voorzien tevens in passende maatregelen voor de confiscatie van de opbrengsten van dergelijke inbreuken.
2. De lidstaten stellen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen.
Artikel 16
1. De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) kunnen persoonsgegevens verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Die taken omvatten het volgende:
|
a) |
wat betreft de Raad, het voorbereiden en uitvoeren van wijzigingen van bijlage I; |
|
b) |
wat betreft de hoge vertegenwoordiger, het voorbereiden van wijzigingen van bijlage I; |
|
c) |
wat betreft de Commissie:
|
2. De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger verwerken, in voorkomend geval, relevante gegevens met betrekking tot strafbare feiten die zijn gepleegd door op de lijst geplaatste natuurlijke personen, strafrechtelijke veroordelingen van die personen of veiligheidsmaatregelen ten aanzien van deze personen, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de voorbereiding van bijlage I.
3. Voor de toepassing van deze verordening worden de Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “verwerkingsverantwoordelijke” in de zin van artikel 3, punt 8), van Verordening (EU) 2018/1725 om ervoor te zorgen dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van die verordening kunnen uitoefenen.
Artikel 17
1. De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren die op de in bijlage II vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage II vermelde websites.
2. De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mee wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe contact met hen kan worden opgenomen, en delen haar alle latere wijzigingen mee.
3. Waar deze verordening een meldingsplicht vaststelt, of een verplichting de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruikgemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.
Artikel 18
Overeenkomstig deze verordening verstrekte of ontvangen informatie mag door de Commissie uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.
Artikel 19
Deze verordening is van toepassing:
|
a) |
op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim; |
|
b) |
aan boord van vaar- of luchtvaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen; |
|
c) |
op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn; |
|
d) |
op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie; |
|
e) |
op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties. |
Artikel 20
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 8 oktober 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
VARGA M.
(1) PB L, 2024/2643, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2643/oj.
(2) Verordening (EU) 2024/1359 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende de aanpak van crisis- en overmachtsituaties op het gebied van migratie en asiel en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147 (PB L, 2024/1359, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1359/oj).
(3) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(5) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(6) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1).
(7) Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).
(8) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
BIJLAGE I
Lijst van de in artikel 2 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen
[…]
BIJLAGE II
Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Commissie
BELGIË
https://diplomatie.belgium.be/nl/beleid/beleidsthemas/vrede-en-veiligheid/sancties
BULGARIJE
https://www.mfa.bg/en/EU-sanctions
TSJECHIË
https://fau.gov.cz/en/international-sanctions
DENEMARKEN
https://um.dk/udenrigspolitik/sanktioner
DUITSLAND
https://www.bmwi.de/Redaktion/DE/Artikel/Aussenwirtschaft/embargos-aussenwirtschaftsrecht.html
ESTLAND
https://vm.ee/sanktsioonid-ekspordi-ja-relvastuskontroll/rahvusvahelised-sanktsioonid
IERLAND
https://www.dfa.ie/our-role-policies/ireland-in-the-eu/eu-restrictive-measures/
GRIEKENLAND
http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html
SPANJE
https://www.exteriores.gob.es/es/PoliticaExterior/Paginas/SancionesInternacionales.aspx
FRANKRIJK
http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/
KROATIË
https://mvep.gov.hr/vanjska-politika/medjunarodne-mjere-ogranicavanja/22955
ITALIË
CΥΡRUS
LETLAND
LITOUWEN
LUXEMBURG
HONGARIJE
https://kormany.hu/kulgazdasagi-es-kulugyminiszterium/ensz-eu-szankcios-tajekoztato
MALTA
NEDERLAND
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties
OOSTENRIJK
https://www.bmeia.gv.at/themen/aussenpolitik/europa/eu-sanktionen-nationale-behoerden/
POLEN
https://www.gov.pl/web/dyplomacja/sankcje-miedzynarodowe
https://www.gov.pl/web/diplomacy/international-sanctions
PORTUGAL
https://portaldiplomatico.mne.gov.pt/politica-externa/medidas-restritivas
ROEMENIË
SLOVENIË
http://www.mzz.gov.si/si/omejevalni_ukrepi
SLOWAKIJE
https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu
FINLAND
ZWEDEN
https://www.regeringen.se/sanktioner
Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:
Europese Commissie Directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie (DG FISMA) SPA2 The Pavillion Spastraat 2 1000 Brussel, BELGIË
E-mailadres: relex-sanctions@ec.europa.eu
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2642/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)