|
g)
|
“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
|
i)
|
contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;
|
|
ii)
|
deposito’s bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;
|
|
iii)
|
in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;
|
|
iv)
|
rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;
|
|
v)
|
krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;
|
|
vi)
|
kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;
|
|
vii)
|
bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;
|
|